Jos is het liefst piraat. Maar ze heeft een probleem. Ze is haar portemonnee kwijt. Ze is heel verdrietig. Hoe moet dat nu als ze boodschappen gaat doen met mama? Piraten hebben een portemonnee nodig om hun geld in te doen.
‘We kopen wel een nieuwe portemonnee op de kermis,’ zegt mama. Daar hebben ze vast kinderportemonnees!’
‘Kermis!’ Jos springt een gat in de lucht. Ze is dol op de kermis. ‘Gaan we echt naar de kermis?’ Haar ogen glinsteren als twee goudstukken.
Mama knikt. ‘Het is kermis op het plein waar we altijd boodschappen doen.
‘Allemachtig, waarachtig,’ roept Jos. Ze pakt wat muntjes uit haar spaarvarkentje.
‘Voor mijn nieuwe portemonnee,’ zegt ze.
Na het ontbijt doet Jos haar mooiste bandana om. De zwarte met allemaal doodskoppen op. Dan pakt ze haar lievelingszwaard uit de paraplubak. Ze kijkt in de spiegel. ‘Piraat Jos is er helemaal klaar voor!’ Ze knipoogt naar haar stoere spiegelbeeld. ‘Zal ik misshien ook mijn ogenlapje opdoen?’ Haar spiegelbeeld knipoogt terug. ‘Nee, beter niet. Dan zie je niks. En dan vind je geen portemonnee!’
Jos springt achterop bij mama op de fiets.
Met één hand zwaait ze met het zwaard. Met de andere hand houdt ze haar muntjes stevig vast. Gelukig maar fietst mama.
Jos vindt het reuze spannend. ‘Is de kermis al in zicht?’
‘Daar!’ Mama wijst met één hand. Met de andere hand houdt ze het stuur vast. ‘Pas op mama! Een auto!’ roept Jos. Een auto zoeft voorbij. Snel pakt mama het stuur goed vast. Jos kijkt naar de plek waar mama heeft gewezen. Maar ze ziet helemaal niks.
‘Waar dan?’
‘Daar! Achter dat grote gebouw,’ roept mama. Deze keer laat mama het stuur niet los. Jos ziet een groot gebouw. Dat is het zwembad, waar ze zwemles heeft. Ze is dol op zwemmen. Piraten moeten goed kunnen zwemmen.
Bij het zwembad, neemt mama een scherpe bocht. Dan ziet Jos een draaimolen. ‘Kermis in zicht!’ roept ze blij. Er zijn heel veel mensen en er klinkt vrolijke muziek.
Mama maakt de fiets aan een paaltje vast. Zoals een kapitein zijn boot aanmeert.
Jos rent naar de grote tent met autootjes en bromfietsen. Uit de luidsprekers klinkt dansmuziek. Jos danst met mama op de klanken van de muziek. Ze wiebelen met hun kont en zwaaien met hun armen. Piraten zijn dol op feest vieren. Voor even vergeet Jos haar zorgen.
‘Wil je ook op een auto?’ vraagt mama. ‘Nee, zegt Jos. Ik hou niet van auto’s, maar ik wil wel dansen.’ En ze draait rond, net als de auto’s, en ze springt een paar keer in de lucht. Dat kunnen auto’s niet!
‘Gaan we nu een portemonneetje zoeken voor mijn geld?’ vraagt ze als de muziek stopt en de kinderen uitstappen.
De hele tijd heeft ze haar geld stevig vastgeklemd gehouden in haar hand. Ze is moe. Haar vingers doen pijn. Alsof ze ook hebben gedanst.
‘Goed plan,’ zegt mama en ze lopen naar een kraampje met oude spulletjes. Jos kijkt met grote ogen naar al die schatten.
Jos ziet poppen zonder kleren, vazen zonder bloemen, knikkers in alle kleuren van de regenboog en nog veel meer. Maar, hoe goed ze ook kijkt, tussen de schatten is geen portemonnee.
Dan vraagt mama aan de verkoopster of ze misschien een portemonnee heeft. ‘Het is voor mijn dochter, de piraat.’ De verkoopster glimlacht naar Jos en zoekt tussen de spullen. ‘Hier heb ik er één, zegt ze alsof ze een schat heeft opgegraven. Maar dan kijkt ze sip. ‘Oh, nee, het is geen portemonnee, maar een brillenkoker! Ik moet hoognodig een bril!’ Ze doet de brillenkoker open. Hij is leeg.
‘Maar hier heb ik wel een pistool!’ De vrouw pakt een groene, plastic waterpistool.’
‘Ik heb al een zwaard,’ zegt Jos. En ze zwaait met haar houten zwaard.
‘Jammer dan,’ zegt de vrouw. Jos en mama lopen naar de volgende kraam.
‘Hier hebben ze geen portemonnee, alleen enge foto’s van de boze wolf,’ zegt Jos. Ze wijst naar de platen die als de was aan een waslijn hangen.
‘Dat is niet de boze wolf, maar een hele grote hond, zegt mama die naar de grootste plaat wijst.
‘Voor de grote hond hoef je niet bang te zijn,’ zegt de verkoopster.
‘Ik ben nergens bang voor. Ik ben een piraat,’ zegt Jos en ze zwaait met haar zwaard. De vrouw frost met haar voorhoofd.
‘Maar je moet juist bang zijn! Kijk, er staat: pas op voor de hond!’ zegt ze tegen Jos. ‘Vallen ze mensen aan?’ vraagt Jos.
‘Ze blaffen als ze een dief zien. Die platen zijn om dieven weg te jagen.’
‘Ik ben niet bang voor dieven!’ zegt Jos. ‘Als een dief bij ons komt, jaag ik hem weg, hé mama?’ Mama knikt.
‘Piraten zijn niet bang voor dieven! Ook als ze geen hond hebben.’
Jos zwaait naar de boze honden met haar zwaard! ‘Ik ben nergens bang voor! Ook niet voor dieven!’
Plots ziet Jos een lachende matroos op een raam. Hij houdt het stuur van een schip vast en knipoogt naar haar.
‘Kijk, de winkel met de matroos,’ zegt Jos.
‘Misschien hebben ze daar een portemonnee!’ Mama slaat zichzelf op het voorhoofd. ‘Wat slim van je!’
‘Kom we gaan daar naar toe,’ zegt Jos.
Mama tikt met haar hand tegen haar slaap: ‘Ajaj piraat!’ Jos glundert. Ze is blij dat ze haar ooglapje thuis heeft gelaten. Anders had ze de matroos misshien niet gezien.
Nu moeten ze toch snel een portemonneetje vinden. Want ze heeft kramp in haar hand van de hele tijd het geld vasthouden. Ze geeft geen kik. Echte piraten houden zich sterk. Altijd. Maar ze is het wel zat.
Ze stappen de winkel van de matroos binnen. Mama vraagt aan de verkoopster: verkopen jullie ook portemonnees?
De verkoopster knikt en loopt met Jos en mama naar achteren. Daar doet ze een grote doos open. Het lijkt wel een verborgen schat. Ze haalt er een portemonnee uit. Ze doet de portemonnee open. Maar dan roept ze teleurgesteld: Oh, nee, het is geen portemonnee! Het is een pennenkoker! Sorry, we hebben alleen pennenkokers.
Teleurgesteld lopen mama en Jos de winkel uit. Jos kijkt sip naar de matroos. Hij knipoogt naar haar. Alsof hij wil zeggen: Niet verdrietig zijn. Blijven zoeken! Zeelui geven nooit op! Je zult gauw een portemonnee vinden. Jos geeft stiekem een knipoog terug. ‘Ik zal niet opgeven!’ mompelt ze tegen de matroos. ‘Echte piraten geven nooit op!’
Mama zucht. ‘Ik had niet gedacht dat het zo moeilijk zou zijn om een portemonneetje te vinden,’ zegt ze. ‘Wat nu?’ Jos’ vingers zijn stijf en verkrampt. Ze houdt het geld stevig vast in haar handpalm. Ze is bang dat ze haar geld zal verliezen. Maar veel langer moet het niet duren. Ze moeten nu snel een portemonnee vinden. Een hand is niet gemaakt om geld in te bewaren. Een jaszak of broekzak wel, maar die heeft ze niet. Anders had ze daar haar geld wel in gestopt. Straks valt het geld uit haar hand. Het geld geven aan mama wil ze ook niet. Het is haar geld. Ze wil het zelf bewaren. Het is haar schat.
Dan komen ze bij een draaimolen. Jos houdt niet van auto’s, maar wel van fietsen. Ze wil heel graag op de fiets van de draaimolen. Maar met het geld in haar hand kan ze het stuur van de fiets niet vasthouden. Haar muntjes zullen één voor één op de grond vallen. En fietsen met één hand zoals mama of zelfs zonder handen zoals de buurjongen, dat is niet slim. Dat is heel gevaarlijk! Het bewijs: De buurjongen heeft al een keer zijn arm gebroken. Ze wil geen piraat worden met een houten arm of been.
‘Stop het geld dan toch in je broekzak,’ zegt mama. Maar Jos heeft een zwarte joggingbroek aan en die heeft geen zakken. Ze heeft nu spijt dat ze geen andere broek heeft aangetrokken. Een broek met zakken. Ook al zit die minder lekker. En ziet die er minder stoer uit.
‘Mijn broek is zakloos,’ bromt Jos tegen mama. ‘Zakloos?’ Mama moet lachen. Jos vindt het helemaal niet grappig. Ze kijkt nors. ‘Wil je dan misschien touwtje trekken,’ vraagt mama lief.
Ze wijst naar een kraam waar je touwtje kan trekken.
‘Ja!’ Dat wil Jos wel! Mama zet Jos op de brede toonbank. Jos legt het zwaard naast zich neer. Terwijl Jos naar de enorme bos touwen kijkt, geeft mama wat geld aan de vrouw van de kraam.
‘Je mag maar een touwtje trekken,’ zegt de kraamvrouw streng.
Jos tuurt naar de kluwen touwen en denkt: Maar een touwtje? Oei, dat is moeilijk. Er zijn zoveel touwtjes. Hoe weet ik welke ik moet trekken? Alle touwtjes lijken op elkaar. Ze komen allemaal bij elkaar in één grote lus. Aan de lus hangt een grote staart. De staart ligt als een hondenstaart op de toonbank. Gelukkig zonder hond. Een hond die dieven moet wegjagen.
Jos ademt diep in, legt haar geld in een hoopje naast haar zwaard. Dan trekt ze aan een touwtje boven de lus.
‘Goed gedaan,’ klapt mama in haar handen
De vrouw van de kraam pakt het touw en trekt er hard aan. De prijs springt als een kikker omhoog.
‘Je hebt een tamboerijn gewonnen!’ zegt de kraamvrouw. Ze maakt de tamboerijn los en geeft hem aan Jos.
Jos slaat met de palm van haar hand op de tamboerijn. De belletjes aan de zijkant rinkelen. Ze lacht. Ze is blij met haar nieuwe schat.
Maar dan komt een ander meisje met haar moeder langs de kraam. Het meisje ziet Jos muziek maken met haar tamboerijn. ‘Ik wil ook touwtje trekken,’ zeurt ze tegen haar moeder. Die wordt nooit piraat, denkt Jos. De moeder zet het meisje op de toonbank. Naast Jos.
‘Je mag drie keer trekken! zegt de moeder toegefelijk tegen het meisje.
Het meisje trekt niet één, niet twee, maar wel drie keer.
Ze wint niet één, niet twee, maar wel drie schatten.
Er gebeurt er iets geks. Jos kan haar ogen niet geloven. Aan het derde touw bungelt een roze portemonnee.
‘Die had jij moeten winnen,’ zegt mama verbaasd.
Jos trekt haar schouders op. Ze zegt: De portemonnee is van het meisje. Het tamboerijntje is van mij. Ik hoef het geld niet meer. Aan mijn tamboerijn zitten muntjes die muziek maken. Dat is veel leuker dan echt geld.
Ze legt haar losse muntjes in de tamboerijn en geeft het geld als op een schaaltje, aan mama.
‘De muntjes mag jij hebben,’ zegt ze. ‘Omdat ik aan het touw mocht trekken.’ Mama pakt de muntjes. ‘Bedankt! Je bent de liefste piraat van de wereld!’ Haar ogen glinsteren. ‘Weet je wat! Met het geld trakteer ik je op iets lekkers!’ Dat laat mama zich geen twee keer zeggen.
Ze zet Jos op de grond.
‘Wat eten piraten?’
‘Broodje haring,’ zegt Jos. Ze is dol op haring. ‘Met heel veel uitjes…’
‘Goed plan!’
Ze gaan naar de visboer en eten een broodje haring. Als ze klaar zijn, likt Jos haar vingers af. Dan trommelt Jos op haar tamboerijn en mama doet mee met haar portemonnee. De visboer lacht.
Als ze naar huis fietsen, geeft Jos de zeeman op het raam nog snel een knipoog. Bedankt zeeman! Dankzij jou heb ik een prachtige schat gevonden. Als ik groot ben word ik een beroemde piraat en vind ik nog veel meer schatten. Ik ga heel veel oefenen. En ze zwaait met haar zwaard in de lucht. ‘Enteren!’ roept ze tegen mama als die het kruispunt over fietst. Door oranje. En een stukje door rood. ‘Mama! Niet zo gevaarlijk doen!’ roept Jos.