Lezen

Het meisje dat geluk wou vasthouden

Er was eens een meisje dat geluk wou vasthouden.   Ze vond vele sprankeltjes geluk. Sneeuw. Een regenboog in de zee. Knisperend haardvuur. Stokrozen. Veel likes op facebook. De smaak van foelie in peperkoek. Ze wist dat van haar oma, zij was ook een sprankel.   Ze had al eens geprobeerd om die sprankeltjes te bewaren, in een potje. Maar dat lukte niet goed. Wanneer ze diep viel, vulde haar hart zich met leegte. De sprankeltjes verdwenen. Vooral op ijzig koude decemberdagen, zonder sneeuw. Als ze naar het nieuws keek. Wanneer haar vriendin meer volgers had. Als ze bleef scrollen op haar smartphone. Wanneer ze zich slecht voelde, en ze zag hoe gelukkig anderen waren, was dat niet zo smart van haar. Ze vroeg zich af hoe ze geluk kon vasthouden. Op een nacht droomde ze dat ze een prinses was, die maar niet wilde wakker worden. Tot er plots een kikker haar wakker kuste. Die kikker kwaakte nog net voor haar ontwaken: “Ga bij de ochtendstond naar het bos, daar zal je antwoorden vinden op jouw vraag, kwaak.” Ze ging die morgen, voor dag en dauw, naar het bos. De zon kwam op, de maan wou nog niet gaan. Ze kwam een wezeltje tegen. Die vroeg haar: “Waar ga je naartoe, zo alleen?” “Ik ben op zoek hoe ik geluk kan vasthouden”, antwoordde ze. Het wezeltje keek haar een beetje verdwaasd aan. “Als jij dat weet, mag je het mij komen vertellen.” Dat stelde het meisje eigenlijk wel gerust, dat er nog een wezentje was dat het niet wist. Het pad kronkelde verder. Er kwam naast haar een lief heksje, met een rood kapje, vliegen. Ze leek wel te klein voor die grote bezemsteel. “Waar ga je naartoe?” vroeg het heksje. “Ik ben op zoek hoe ik geluk kan vasthouden.” “Ik kan je helpen,” zei het heksje. “Als je hoofd aan het dwalen is, zing dan dit versje. Het tovert jouw zorgen weg: Iene miene kou, ik hou van jou Ieze wieze wij, het spijt mij Iene miene kief, vergeef me alsjeblief Ieze wieze wel, dank je wel” En poef! Het heksje vloog bliksemsnel weer weg. “Dat moet ik onthouden!” zei ze tegen zichzelf.   Ineens kwam er pimpelmeesje op haar schouder zitten. Het had onderweg haar vraag gehoord, en zei: “In je hart liggen antwoorden, niet in je hoofd.” Het meisje wou een selfie nemen, wie zou anders geloven dat er een pimpelmeesje op haar schouder kwam zitten? “Maak maar een foto met je hoofd. En volg je hart!”, tweette het pimpelmeesje nog. Wat was die lief.   Op de kruising van twee weggetjes stond ze stil. Plots bengelde er een kruisspin boven haar hoofd, die zei: “Doe toch niet zo onnozel! Meisjes zoals jij, die moeten ze een veeg uit de pan geven.” “En waarom dan wel?!” Ze was altijd bang geweest van spinnen, maar deze maakte haar gewoon boos. “Omdat meisjes zoals jij nooit content zijn. Dan hebben ze alles, moeten ze nog klagen.”   Ze maakte dat ze zo snel ze kon wegkwam, weg van de stomme spin. Ze was in de war, struikelde over een steen en bleef even op de grond liggen. Toen kwam er vanachter een paddenstoel, een kikkertje tevoorschijn. Net het kikkertje uit mijn droom, dacht ze. “Wat zie jij er bezorgd uit. Kom, geef mij een kus, dan geef ik het antwoord op jouw vraag!” Ze vond het wel grappig, maar geloofde het niet. “Nee, ik geloof niet in sprookjes,” zei ze al lachend. “Kwaak”, zei het kikkertje, “ik heb toch maar lekker een lach om je mond getoverd.”   Toen zag ze een uil op een tak zitten, die zei:  “We denken over geluk als over een schat vol goud. Dat we pas gelukkig zullen zijn, als we die hebben gevonden. Maar weet je eigenlijk dat je elke dag al goud vasthoudt?” “Maar waarom weet ik dat niet?”, zei ze vol ongeloof. “Omdat je er niet altijd aan denkt. En soms moet je geluk kunnen laten vliegen. Als een ballon. Het maakt dan heus wel iemand anders gelukkig.” “Maar ik weet niet of het nog zal terugkomen. Dan moet ik huilen.” “Je mag ook verdriet hebben, meisje, om wat niet meer is. Dat hoort erbij. En weet dan dat er altijd hoop is.” “Hoop?” “Ja, erin vertrouwen dat het leven nog altijd iets in petto heeft. De sneeuw, die smelt. De bloem, verwelkt. Niets is voor altijd. Toch komt alles altijd terug. Weet je, boven de wolken schijnt toch ook nog de zon?” Wat een wijze uil, mijmerde ze.   Ze stond recht en ging verder. Om de hoek zag ze uit het niets een peperkoeken huisje verschijnen. Het was net groot genoeg voor haar om erin te passen. Er lag papier op tafel, en een pen. In een kooi zat een gele kanarie. Het haardvuur knisperde. Dit moet magie zijn, dacht ze.   Ze zette zich aan het tafeltje en begon te schrijven. Ze schreef de woorden neer, nog voor ze ze bedacht. “Liefste diertjes en heksje, jullie waren mijn sprankeltjes goud vandaag. Ik heb gelachen. En lachen is goud waard. Ik heb me goed gevoeld door pure eerlijkheid. Ik ontdekte dat verdriet en geluk er altijd zullen zijn. En hoop, als je erop vertrouwt. Jij was niet leuk, spin. Maar door jou besef ik nog meer welke leuke wezentjes ik vandaag ontmoette. Ik vergeef je, zoals het lief heksje me leerde.   En kikker, het spijt me dat ik jou niet geloofde. Heel misschien, bestaan sprookjes wel, en ben jij wel mijn prins.”   Dan zette ze het kooitje open. De kanarie vloog weg. Ze liet het deurtje openstaan. Dit ga ik aan wezeltje vertellen. Want zo alleen met dit mooie verhaal, is ook maar alleen, dacht ze.   Ze ging naar wezeltje, en kuste onderweg naar huis, het kikkertje. En ze leefden nog lang, en af en toe, gelukkig.      

CasaSara
18 1

Die dag op Krubbo

“Astriebo, waar ben je?” “Hier, Zdragjebo, achter het smukdra.”“Waarom verstop je je daar? Ben je bang van iets?”“Neen, wat is er op Krubbo  om bang van te zijn? Ik speel enkel een spelletje met je. Het smukdra is ideaal om te verdwijnen en toch lijkt het totaal transparant.”“Kom nu maar achter dat scherm vandaan, ik praat liever met zichtbare wezens.”Dat smukdra-ding is wel geinig,  als je achter het scherm staat ben je totaal onzichtbaar. Astriebo houdt vol dat het van een andere planeet afkomstig is, maar hij weet niet dewelke. Keuze zat, want naast de blauwe, die het verst  van ons verwijderd is, heb je de rooie, de melkwitte en nog een twintigtal andere gevaarten in de ruimte, die net als Krubbo de naam planeet meekregen. De oudere Krubbonoren beweren dat onze lichtjarenverre oorsprong zou te vinden zijn op het minuscule blauwe bolletje.“Weet jij naar hoeveel planeten wij kunnen reizen, Astriebo?”“Neen, geen idee maar die groene, Waldbrow, daar wil ik met jou wel eens op vakantie.”“Dat kan, met de Holostar. Die reist naar vijf planeten.  De andere zijn te ver verwijderd.”“Zdragjebo, jij weet zoveel.  Als je op school een spreekbeurt moet geven over een onbekende bezoeker aan onze planeet. Wat zou je hem vertellen?”“Dan zou ik beginnen met Noz, de grote vuurbol, die Krubbo verlicht en verwarmt.  Verder zou ik spreken over de bevolking die in ronde metaalachtige sferen woont die ingedeeld zijn in een soort honingraten. Elke bewoner heeft zo een eigen kleine ruimte waarin hij slaapt en eet.  Uit een kraantje, gekoppeld aan een buizenstelsel komt een krachtig brouwsel.  Daar voeden wij ons mee. In een ruimte in het midden van de bol komen familieleden en vrienden samen om te praten of spelletjes te spelen.”“Heb jij een favoriet spelletje, Zdragjebo?”“Zeker, dat is ‘Mens erger je niet’, maar ik zou aan de bezoeker ook nog zeggen dat er naast de individuele bollen nog grotere bollen zijn waarin bijvoorbeeld onze school is ondergebracht  of waar allerlei groepsactiviteiten doorgaan.”“Ga je hem ook iets vertellen over Oerkabbo,  die grote vlakte waar dingen uit de ruimte vallen en waar wij op woensdagnamiddag dikwijls gaan spelen?”“Misschien houden we dat beter geheim. Wie weet waar een vreemdeling zoal op uit is? Mijn broer heeft eergisteren een rood stuk metaal gevonden met als opschrift: ‘Tesla Roadster’. Hij gaat het naar het museum brengen.”“Bedoel je dat museum waar ook die gouden plaat wordt getoond met die rare geluiden?”“Precies. Naar het schijnt zijn die geluiden wezens die praten.  Er staat ergens ‘Akkadisch tot Zweeds’ op vermeld. Dat zouden talen zijn.”“Is er tussen dat gebrabbel ook iets dat de Krubbonoren verstaan?”“Er is één passage die wij allemaal vlot verstaan: ‘Hartelijke groeten aan iedereen’.” (English version: see Bedtime.com)

Vic de Bourg
28 2

En toen was de wereld van mij.

Knallen regenen uit de lucht zoals vuurwerk en veroorzaken een schoolplein vol geschreeuw. Ik kijk naar rechts als ook Aisha het uitroept. Er steekt een pijl uit haar rug. Om mij heen vallen nog meer mensen om. Bloed stroomt over Aisha’s rug. Ik hurk om een kleiner doelwit te vormen en ga beschermend voor Aisha zitten. Geen EHBO training bereid je voor om een pijl uit iemands rug te verwijderen. Ik breek de pijl zo kort mogelijk af en gooi het uiteinde opzij. Voorzichtig til ik Aisha op, ervoor zorgend dat de kop van de pijl niet verder in haar rug kan komen. Warm bloed druipt langzaam op mijn kleding en maakt mijn handen plakkerig. Ik ren de school in en sluit ons op in een leeg lokaal. Met grote ogen draai ik mij naar mijn vriendin toe. We zijn ook zo verdomd kwetsbaar. Onze rug en buik en nek en hoofd zijn allemaal niet bedekt. Geen wonder dat ze deze menigte als doelwit hebben gekozen. Aisha kijkt mij bang aan. Ik schud mijn hoofd.  “Daar kan niets aan gedaan worden,” zeg ik. Even fronst ze, dan kijkt ze paniekerig mijn kant op.  “En nu?” fluistert ze. Ze heeft niet lang meer. Ik pluk takken van de kamerplant die in de hoek staat en schuif tafels tegen elkaar. Ik leg haar op de tafels en leg het groene boeket in haar handen. Haar pupillen vullen haar hele irissen.  “Ga ik... Dood?” vraagt ze. Dan hoest ze en spuugt ze bloed uit. De tafels zijn rood en plakkerig. Ik knik.  “Mijn ouders…” zegt ze. Ik knik weer. “Ik zal het zeggen. Ik zal zeggen dat je van ze houdt.” Ze sluit even haar ogen en probeert dan nog een keer diep adem te halen, maar het lukt niet.  “Dag Aisha,” zeg ik en ik loop het lokaal weer uit. Het is hem gelukt. Ik ga meteen door naar buiten. Het is chaos. Bosjes mensen staan bij elkaar te huilen, wie niet dood is, is wel gewond. Ik trek mijn schouders op en loop tussen de menigte door. Voor deze ene keer krijg ik geen rare blikken. Ze merken mij niet eens op. Mooizo. Een schaduw valt over de tieners. Ik kijk omhoog en glimlach naar de donkerrode gloed. Ik wist het. Ik fluit en de draak land op de weg. Nu zien mijn schoolgenoten hem wel. Ik ga op de nek van de draak zitten. We stijgen op en gaan richting het bos, naar Blake.  “Dus je hebt hem, het vingertopje,” zeg ik. Hij knikt en laat een sleutelhanger voor mijn neus op en neer slingeren. Het is een 3D geprinte vingerafdruk, gemaakt van zacht rubber. Mijn moeders vingerafdruk, voor altijd in een sleutelhanger veranderd.  “We moeten gaan,” zegt Blake nors en hij kijkt mij even aan. Ik kijk boos terug. “De machine staat in het bos, de vingerafdruk was inderdaad hetgeen dat de machine kon activeren,” zegt hij dan. Ik knik gerustgesteld en volg hem naar de draak. Als we eenmaal vliegen grijnst hij zijn gele, scheve tanden bloot. Ik schuif zo ver mogelijk van zijn dikke lijf vandaan en adem door mijn mond om zijn geur niet in te ademen.  “Op naar de baas,” mompelt hij.  “Ik ben de baas,” zeg ik. Hij vloekt en ik glimlach. Ik klop op de flank van de draak. Ze zullen denken dat ik mezelf niet ben, dat een heks uit de tijdreis in mijn plaats is teruggegaan. Die pap en mam, ze zullen het hópen.  We gaan naar het geheime lab. Het lab van mijn ouders, waar ze zich verdiepen in tijdreizen. Nog geen verdwaalde stofkorrel zou binnen kunnen komen. Zelfs journalisten wagen het niet om in de buurt te komen, bang voor de camera’s. Weten mijn ouders veel dat de beveiliging één gat heeft: mij. Weten zij veel dat ik, hun bloedeigen dochter, al de geheime informatie steel. Het lab moet nu leeg zijn, iedereen zal op de sprookjesfiguren af zijn gegaan die ik heb losgelaten met mijn tijdmachine. Mijn ouders zullen voorlopig druk bezig zijn en niet aan hun eigen tijdmachine denken.  Blake gooit de sleutelhanger naar mij. Ik haal een steen uit de muur, doe de geheime deur open, wandel de gang in en loop op de verroeste stoel af. Ik draai hem om en duw mijn moeders vingertop tegen de poot. De stoel zegt bliep bliep. Ik zucht. De namaak vingerafdruk werkt. Een geheime deur in de wand gaat open en de nepdeur verder in de gang licht kort groen op. Ik knipper om te wennen aan de felle tl buizen. Dan sla ik rechtsaf, linksaf, derde rechtsaf en ik ben op bekend terrein. Ik loop langs mijn vaders kantoor, langs mijn moeders lab en ik passeer de bibliotheek. Dan kom ik in het verborgen trappenhuis. Een herinnering kruipt omhoog en ik glimlach.  “Het zou heel veel betekenen als je dit doet.” Vlinders vulden mijn buik. Ik moest bijna overgeven van geluk. Hoe kunnen ze zo dom zijn? Dit was fantastisch. Het was onecht. Mijn ouders wilde mij als proefpersoon naar het verleden sturen. Omdat ik hun project zo interessant vond. Ze moesten eens weten. Ze moesten eens weten dat ik hun tijdmachine precies had nagebouwd. En nu zou ik leren hoe ik hem moest gebruiken. De tijd was aangebroken. Ik stapte de machine in, op weg om een heksenjacht mee te maken.  Alles gebeurde precies zoals in de geschiedenisboeken stond. Het was vlak en de figuren hadden een vaag randje. Ik kon de papier pagina's bijna zien. Het hele kwartier dat ik er was heb ik mij doodgeërgerd aan mijn ouders domheid. Dit was geen tijdreizen. Dit was VR, natuurlijk veel gaver dan VR, maar het zou pas echt gaaf zijn als het andersom kon. En met andere boeken.  Daar staat hij, de originele tijdmachine. Of beter gezegd: de originele ultra-VR-machine. Want wat hadden pap en mam nou gedaan? Ze hadden een nieuwe dimensie gecreëerd waar woorden uit boeken, waar verhalen tot leven komen. Zoiets als je verbeelding. En verbeelding bestaat al, hoe kúnnen ze dit een doorbraak noemen? Wat ik heb gedaan is pas revolutionair. Ik plug een usb stick in het ding en duw Blake aan de kant. Meteen komen er trollen, draken en andere monsters uitgekropen. Mijn programma werkt. Ridders, bewapende oermensen en afrikaanse legers stromen weg en vernielen het hele gebouw. De codes die ik geschreven heb zetten jou niet in een boek of verhaal, maar zetten de letters om tot levende wezens uit de boeken en verhalen. Ik draai mij om naar Blake. “En nu?” vraagt hij. Ik grijns.  “Fase twee,” zeg ik. Ik loop naar buiten, het dak op, de politie heeft ons al omsingeld. Helicopters vullen de lucht. Overal om mij en Blake zie ik rode en blauwe zwaailichten. Ik laat een harde boer en fluit dan op mijn vingers. Mijn leger komt eraan, mijn draak, pratende leeuwen, echte heksen, oeroude tovenaars. Ze vegen de blauwe pakjes zo omver.  Pap en mams eigen creatie heeft al hun werk vernietigd. Nu ligt de wereld aan mijn voeten. 

Ellis
10 1

Helvetia

“Wat zeg je daar opa, dit is toch het Engelse volkslied maar jij zingt iets dat op Duits gelijkt.““Klopt, jongen, ik zing: Rufst du, mein Vaterland?Sieh uns mit Herz und Hand,All dir geweihtHeil dir, Helvetia!Hast noch der Söhne ja,Wie sie Sankt Jakob sah,Freudvoll zum Streit! Weet je, die tekst ken ik al van mijn veertiende, toen ik net zo oud was als jij nu bent en telkens ik het ‘God save the Queen’ hoor zing ik die tekst. Ik hoorde hem voor het eerst op een vakantiekamp in het bergdorpje Melchtal  in Zwitserland waar een lokaal koor voor ons optrad. Sindsdien raakt het riedeltje niet meer uit mijn hoofd. Later hoorde ik dat het er tot 1961 het nationale volkslied was.”“Nou, dat is allemaal heel lang geleden, opa. Vertel eens over dat kamp.”“We waren met honderden kinderen. Ieder van ons had dezelfde kartonnen valies met onze naam en adres erop.”“Kartonnen valiezen, opa, weet je dat zeker?”“En of, enkele jaren geleden haalde op eBay zo een valiesje de prijs van 58 euro. Kan je nagaan als je weet dat om en bij het miljoen kinderen zo een ‘doos’ kregen om op vakantie te gaan.”“Zwitserland, daar ben ik nog nooit geweest. Gingen jullie dan met het vliegtuig?”“Neen, met de trein, een nachttrein, want we denderden de hele nacht door en ’s morgens vroeg kwamen we toe. Wij wisten niet waar eerst kijken: eindeloze weiden met honderden koeien en daarboven de hoge bergen en een staalblauwe hemel.”“Heb je daar dan bergen beklommen?”“Echt bergbeklimmen kon je het niet noemen, maar wij hebben wel eens een zware bergtocht gemaakt waarbij we over grote rotsblokken moesten klimmen om op de bergtop te raken.”“Hoe was het daarboven, opa?”“Dat, jongen, kan ik haast niet beschrijven. Het was oogverblindend. Ik denk niet dat ik sedertdien nog ooit zo ontroerd werd door een landschap. Zo ver je kon kijken waren besneeuwde bergtoppen en toch was het hartje zomer. Vanuit de bergen kwam een lichte bries. De lucht was zo puur. Ik denk dat ik toen mijn longen voor de rest van mijn leven heb volgezogen. ”“Waarom zijn jou ogen plots zo vochtig, opa, ween jij?”“Ach, jongen, ik had het toen en heb het nog steeds. Als iets zo adembenemend mooi is dat het je de keel snoert, zijn tranen nabij. ““Zullen wij samen eens naar Zwitserland gaan, opa?”“Misschien, jongen, misschien.”

Vic de Bourg
22 2

Het perron

Verbaasd kijk ik je aan. Haast was ik je voorbijgelopen. Mijn hoofd draait zich om en kijkt je na. Nooit gedacht dat ik jou nog zou tegenkomen.         Je staat op het perron de krant te lezen. Ik stap de trein uit en onze blikken kruisen. Je glimlacht. Er gaat een schok door me heen. “Nina!” roep je en mijn hoofd draait met je voetstappen mee. Je omhelst haar. . Ik loop naast Marie en Amber, slechts een paar meters van je verwijderd. Mijn gedachten wijken steeds verder af, maar belanden telkens terug bij jou. Die kriebels in mijn buik. Het is al zo lang geleden dat ik die nog gevoeld heb. Mijn ogen prikken in je rug. Jij hebt niets door. Wanneer ik per ongeluk je arm raak, verplicht ik mezelf om je niet aan te kijken. In plaats daarvan vlucht ik de klas in. De volgende ochtend ben je er weer. Op hetzelfde perron. Ik herken je van in de verte. Speciaal voor jou ben ik deze ochtend vroeger opgestaan. Ik loop de trappen af en pak de metro. Al lezend neem ik de roltrap. Ik kom steeds dichter en dichterbij. Je kijkt me aan en glimlacht. Ik sta naast je. Samen lezen we de krant. Ieder voor zich, maar af en toe wijkt mijn blik stiekem af. Dan draai ik mijn hoofd en kijk ik je onderzoekend aan. Tot jij ook maar de kleinste beweging maakt. Snel wend ik mijn blik af. Je mag niets doorhebben. Ik wil dit moment niet verpesten. Je zou eens moeten weten. Helemaal overrompeld draai ik me nog één keer om. Onze blikken kruisen. Dan weet ik het. Ik heb me nooit iets ingebeeld. Als ik toen initiatief genomen had, wie weet. Je loopt hand in hand. Ik zie het gezicht van je vriendin niet goed, maar jij ziet er gelukkig uit. Zo te zien verbeeldde ik me niets. Blijkbaar val je ook op meisjes. Achter me is iemand serieus aan het werk met een drilboor. Ik trek mijn wenkbrauwen op, maar zeg niets. Zwijgend kijk ik de mensen om me heen aan. Mijn blik is gericht op de roltrap, hopend dat jij zo dadelijk in mijn gezichtsbeeld komt. Ik begin de hoop al bijna op te geven. Dan verschijn je, appel in de ene hand, krant in de andere. Je ziet me, maar gaat niet op je vaste plekje staan. Je komt zo dicht bij me staan, dat er slechts een millimeter tussen ons overblijft. Ik hoor je zachtjes ademen en kijk hoe je wolkjes blaast in de koude lucht. Iets zeggen doe ik niet. Ik sluit mijn ogen en geniet van je nabijheid. Onze schouders raken elkaar net niet aan. Ik kan je bijna voelen. Jij zegt niets. In stilte zoek ik naar de juiste woorden. In mijn gedachten gaat alles goed. De realiteit is, ik vind de moed niet om je aan te spreken. Dat je zo dicht bij me staat, is toeval. De trein komt aan. We gaan elk onze eigen weg. Jij met Nina. Ik met Amber en Marie. De laatste schooldag. Een grote kans dat ik je vandaag voor het laatst zie. Nog één keer hef ik mijn hoofd omhoog en draai ik me om, klaar om jouw blik op te vangen. Je ziet me niet. Ik kijk hoe je in de mensenmassa verdwijnt. Somber zet ik een stap achteruit wanneer de trein over het perron raast en zachtjes tot stilstand komt. Zonder om te kijken stap ik de trein op en vind een plekje in de achterste wagon. Viel jij ook op mij? Ik weet het nog steeds niet. Ik hoef het niet te weten. Alleen, die ene dag. Toen was je zo dichtbij. Met een glimlach stap ik de trein op.

Anna De Kinder
1 1

Katoennatie

De tweede job die haar werd aangeboden was die van orderpicker.Ella had hier nog nooit eerder van gehoord, maar de jongen van het uitzendkantoor had het erg leuk omschreven.“Als je graag actief bezig bent, de handen uit de mouwen kan steken en te vinden bent voor een beetje competitiegevoel, zal je t reuze naar je zin hebben” had ie gezegd.Met het gevriesdroogde gelatineverhaal nog glibberig koud navoelend in haar achterhoofd en nek, verheugde ze zich enorm.Om kwart na vijf s morgens moest ze aan het interimkantoor staan waar een speciaal busje voor mensen zonder vervoer haar en de anderen voor de ochtendshift op zou pikken. Van zes tot 14 zou ze dan in de hallen van katoennatie worden voorgesteld aan de wondere wereld van de orderpickingbussiness. De jongen had niet gelogen.. Actief was het zeker. Al leek hij er een heel andere smaak op na te houden wat betreft situaties die het je naar de zin moeten maken. Je hebt een hal van 200 op 300 meter, ingedeeld in gangen. Elke gang was voorzien van een gangnummer, binnen die gang had je rijen, 300 meter lange rijen, met vier op elkaar bevestigde rekken. Op elk rek was plaats voor drie dozen. Elk afzonderlijke plaats voor zo’n doos had een locatienaam, die bestond uit: het gangnummer, de rijnummer, de hoogte letter, en tot slot de romeins geformuleerde doosplaats.Bijvoorbeeld : 19-34-A-III Tot dusver de uitleg over wat een locatie is.Vervolgens kreeg je een sticker en een scanner in de handen geduwd en een kartonnen doos. Ella herinderde zich die eerste sticker nog goed, met een enthousiaste nieuwgierigheid, ging ze de gangen in , vond de juiste doos, haalde er het correct aantal op de sticker vermelde , platsicverpakt items uit. Scande de locatie, vervolgens de sticker. Stopte de items in de doos en liep trots terug naar de instructeur. “Heel goed” zei die. Hij gaf Ella een kar met daarop 8 lege dozen, draaide zich vervolgens om en gaf haar een bundel van 250 stickers. Hij wees naar een groot digitaal uithangbord waarop allerlei rode en groene nummers stonden te verspringen. Jou scannummer is 078. Zorg dat je groen blijft staan.Volle dozen zet je af aan de pakplaats, de stickers van de gescande items leg je er bovenin, nieuwe dozen haal je aan gang 1.Om de grap compleet te maken voegde hij daaraan toe, als je niet te veel tijd wilt verliezen met nieuwe stickers ophalen kan je best telkens een nieuw stapeltje meenemen als je voorbij het kantoortje komt…Ella had de man misbegrepen, wat haar als grapje overkwam bleek bittere ernst. Van zodra het ijna zes uur was, stond de ruimte tussen de gangen en de paktafels vol met orderpickers en hun karren, die vergelijkbaar met eens trijdvaardigheid van woeste vikingen, voorbereidingen stonden te treffen voor de aanval. In de voorlinie zag je de ervaren lieden rllen ductape over hun polsen wringen om deze steeds voorradig te hebben,aan de ijzeren bars werden kartonnen ophangingen geimproviseerd om scanners of pennen in kwijt te kunnen. En van hen vouwd zijn stikers zo dat deze in zigzagbeweging plaat konden houden in een gleuf van de kartonnen plaat die aand e voorzijde van zijn kar was gemonteerd met behulp van spanbandjes. Een vrouw van midveertig had een touw rond haar nek met daaraan een pen, alcoholstift en een cuttermes. Scanners werden overal voor gebruik ingesteld wat een druk gebliep-bliep door de hallen liet klinken. Wat Ella vrijwel onmiddellijk opviel was dat de duidelijk voelbare opbouowende spanning niet naar de gangen werd gericht , maar naar elkaar. Het werd haar duidelijk dat ze iets mistte. De enorme luidspreker maakte een hoorngeluid. Als ratten die op de vlucht sloegen voor een tsunami vlogend e karren de gangen in. Het digitale bord, dat dezelfde grootte had van schermen die vertrek- en aankomsttijden aangeven in vliegvelden, gaf een vijftigtal nummers weer.. Hoewel er nog geen minuut gewerkt was, stonden er toch al een stuk of tien nummers in het rood. Ella zou later leren dat de gemiddelde snelheid als noemer werd gebruikt, aardoor trager werken, voor een veel realistischer tempozou hebben gezorgd. Hoe sneller iedereen werkte, hoe hoger alsud het tempo dat moest worden behaald en behouden. Al gauw werd Ella duidelijk waar al die voorbereiding toe diende. Het zou fantastisch zijn geweest moesten de orders zo gerangschikt zijn dat ze op de weg van de gangen waren afgestemd, maar dat was niet het geval. Vermelde de eerste sticker 34-19a-II moest je voor het tweede order naar locatie 1-15b-III en terug naar 29-46a-II. Een tweede factor, die eigen haar uittrekkende frustratie veroorzaakte, was de totale onmogelijkheid om mekaar te kunnen kruisen.. De gangen waren namelijk net twaalf centimeter smaller dan twee karren naast elkaar, waardoor er dus telkens achetr- of vooruit moet worden gemanouevreerd door één van de twee karren, in gangen waar standaard vijf karren tegelijk in en uit reden. Het wasd niet anders te beschrijven of mee te vergelijken, apocalyptische chaos , waar de gangen en dozen werden aangevallen als waren het waterkonvooienin een gebied dat maandenlange extreme droogte had gekend;  EDlla sloeg alles gade met een ongeloof dat haar deed vergeten haar mond te sluiten, waardoor ze al gapendmet verstomming geslagen aan de kant sto nd me haar lege kar. Een man die er werkelijk uitzag alsof hij in maanden geen water had gezien, vloog met zijn kar Ella's neus voorbij, miste de afslag voorde gang die hij in moest, en belande door het te zware gewicht van zijn al volgeladen kar tegen te willen houden met zijn gezicht een van de betonnen constructie palen die het dak van de enorme hal ondersteunden. Rchtstrompelend met eenzelfde overschot aan resultaatmissende bewegigen als die van een op hol geslagen kat die van richting wil verwisselen op een zonet geboende vloer , kwam het individu recht, met een verwilderde blik die deed denken aan zombiefilms. In één vloeiende beweging snoot hij het bloed uit zijn neus op de grond, dij hij afveegde met zijn mouw terwijl hij met zijn andere hand een kokertje losdraaide dat hij voor het andere neusgat hield. De inhoud ervan osnuivend met eenzelfde dramatische hulpeloosheid als die van een atmapatient die net op tijd zijn terugvindt, herstelde de man van de paniek die hem eerder had bevangen en even plotseling als de man was gecraht , was hij terug uit Ella's gezichtsveld , op weg naar diens volgende order. De schim die zonet voorrang hadf gegeven aan het ophalen van zeventien decathlon riemen , boven het verzorgen van zijn gebroken neus, heete Danny. Maar zijn gedrag had hem de alliterernde bijnaam Danny Dyson opgeleverd. Ella dacht aanvankelijk dat dit lag aan de slecht geette tattoos in zijn gezicht, als verwijzing naar Mike Tyson, de bokser maar na een week legde de vrouw met het handige nekkoord haar uit dat het verwees naar Dyson, de stofzuiger die niets aan zuigkracht verliest. Een andere collega coegde daar nog aan toe " vaccumvolk... hooveren alles op in hun snuit" waarna voor Ella pas duidelijk wrd wat er in dat kokertje had gezeten. Hoe kon ze dat nu niet eerder gesnapt hebben. Het ge bruik van speed was helemaal niet zo ongewoon, zou later blijken. Wat aanvankelijk leek op een tot leven gekomen scene uit een film, verloor al snel die het eerst op Ella had gehad, na het om de iedere gang herhaald te zien. Niemand werd orderpicker uit overtuiging, of omdat dat deel uitmaakte van een oude kinderwens.  Het door consulent Hanz uitegelegde " competitiegevoel" dreef vele oudere pickers ot hun grenzen, maar de kokertjes sped hielpen hen er enkele meters over heen. Wat complete waanzin leek op Ellas eerste dag, bleek uiteindelijk kwestie van gewenning. Na drie weken lukte het haar om geen o ngewenste aandacht op de hals te halen door rood te staanen vloog ook zij als een hondsdole rat met groene score door de hallen me zeven katonnen dozen. Een vriendelijke jongen uit een andere hal had haar geholpen met de gouden tip om één van de onderste dozen te vullen met stenen. het gewicht ervan liet dan toe om op de kar te gaan staan en waardoorze, zichzelf afduwend zoals bij een step, al rijdens langere afstanden kon afleggen. Ze lerde ook dat als je een uur vroeger kwam, je het enorme voordeel had om je orders per gang te kunnen sorteren en ook zij liep nu met een schrijf- en snijdgereihangkoord rond haar nek. Wanneer je scannummer in een van de vijf bivenste van het scorebord verscheen, moest je gaan roken. Stiekem weliswaar maar de al langer werkendn hadden begrepen hoe het tempo werd bepaald voor de dag erop, en dit was de belangrijkste van vele tegenmaatregelen die door de werknemers het leven werden ingeroepen. Met een zelfde elegantie als die van ee n gemidddelde dokwerker , hoorde Ella zichzelfdoor de gangen " 75 Op rop" roepen, als melding aan orderpicker 75 , voor diens top 5 weergave tot ergens uit die gangen iemand "OWKEEEEJ3 TERUGBRULDE; Wat op het eerste gezicht een geniale zet leek , had in werkelijkheid een tegenovergesteld effect . nieuwelingen die nog niet gebrieft waren over de achterliggende reden , interpreteerden dit fenomeen als het bestaan van een wedtsridj die gretig werd aangegaan door de nietsvermoedende idioten, die het horen scanderen van hun scannummer als doel stelden en zich niet zomaar van hun troon wilde laten stoten; De enige twee die zich niet lieten opjagen en met het grootste plezier kwamen werken waren karim en Mamhud, de twee marokkaanse broertjes die zoals het ware zakenlui betaamt, opportuniteiten zien waar anderen problemen opmerken, en intussen een heel erg uitgebreid klantenbestand hadden opgeblouwd vopr hun handeltje in filmkokertjes vol speed.  Vooral hun briljante zet om om enkele van de aalverantwoordelijken tot hun "intieme vriendnkring  te rekenene, die logischerwijs aan vriendeprijs werden verder geholpen , maakte dat geen van beide zich moesten druk maken in scanscores. Beide hadden iedere dag opnieuw de pech een toestel te krijgen waarvan de resultaten niet op he bord verschenen. Its waar het duo, dat steevats samen ergens tegnaan leunend stond te lachen, vaak over graptentegen de al zwetend voorbijvliegende pickers. "Komaan ze Danny! zotten belg, ge sta bijna eerst" of " Als mijne scanner het nu eens zou doen he , ik ou u zo voorbijsteken" Waarop de andere dan antwoorde: " Nee Karim, ge moet den Danny niet onderschatten, dat is de slimste hier, he Danny? "  Hilariteit die iederen ontging , simpleweg omdat niemand de ijd had om met iets anders bezig te zijn dan met locaties , scanningen, items , replenish, items, tellen, sluiproutes bedenken, en bovenal score halen. Mdt elk mogelijk op te noemen, maffiafilm als voorbeeld en de inhoudelijke dialogen overnemend en uitstrooiend als bijbelse preken, was het de twee Am capones geluklt om al die opgedane hollywood wijsheden in de praktijk te den slagen;  Ze regeerden hun microwereldje als ware godfathers van de katoennatie. Als letterlijke verdelers en heersres , waren ze net zoals de untouchables, ongenaakbaar .Niets bracht hen van hun stuk . Althans Totaan matteo..

Esje Volter
2 0

Interimjob / patéfabriek

Het vinden van werk was een rotjob op zich. Misschien was dat niet voor iedereen zo.Toen Ella op haar 18 rotsvast overtuigd van eigen kunde, wilde bewijzen dat wat haar ontbrak aan getuigschriften of diploma’s gemakkelijk kon worden gecompenseerd met logisch inzicht , hard werk en intellect, kwam ze al snel tot de conclusie, dat ze niet de enige kandidaat was met dat profiel. Haar eerste tewerkstelling was een patéfabriek.Een grauw roodbruin complex van industriële gebouwen dat van kilometers ver te ruiken was.Een vreemd geconstrueerd pand met betonnen vloeren die schuin afliepen om alle “ongewenste” vleesvloeistoffen tweemaal daags weg te spoelen via een systeem van sproeiers die aan het plafond of de tegenovergestelde muur waren bevestigd. Hiervoor werd niet enkel water gebruikt maar ook een toegevoegde chemische extra stof die even penetrant geurde als de excreties die ze weg diende te spoelen.Werknemers liepen allemaal in dezelfde vormeloze papierachtige uniformen, met enkel dat verschil dat er drie kleuren waren om de verschillende soorten werknemers van elkaar te onderscheiden.De blauwen waren degene die het rauwe vlees behandelden. Dit was het meest bloederige werk.De gelen waren de kokers of mengers, die bovenaan ketels zo hoog dat er trappen omheen werden gebouwd, moesten instaan voor een correcte afweging en verhouding van enorme porties vlees en kruiden. de witten waren de afwerkers. Ella’s job bestond erin om aan  de band waar porseleinen met paté gevulde potjes voorzien werden van een anderhalve centimeter dikke laag gelatine, de bramen gemorste gelatine weg te vegen met een alcohol bevochtigde doek. Doordat de gelatine onmiddellijk gevriesdroogd werd, was deze niet meer lopend en kwam hij gemakkelijk los, maar het tempo van de lijn liet niet toe om alle bramen netjes in de vuilbak te werpen.Met zes andere wit geklede interimmers die aan een tempo bedoeld voor 8 personen stonden te vegen alsof hun leven ervan afhing, vlogen d bramen gelatine in het rond, tegen elkanders gezicht, in de kraag van niet volledig toegeknoopte vesten en in de boord van hun schoenen. Wanneer een van de zes de tijd nam één van die ongewenste verloren bramen te verwijderen, liep de gehele band vol met potjes.. die doordat ze niet onmiddellijk waren afgeveegd, bramen kregen die veel moeilijker te verwijderen waren, waardoor er niets anders opzat dan ze met je nagels af te krabben.  Na amper drie uur was ze gaan lopen, dit tot grote teleurstelling van het interimkantoor dat haar, ongeschoolde snotneus zonder enige andere werkervaring, de kans gegeven had ergens te beginnen waar ze nadien zelfs kans had op vaste indienstname.Na een fikse aanbrander dat dergelijke egoïstische beslissingen niet enkel weerslag hadden op Ella zelf maar ook op de samenwerking tussen het uitzendkantoor en de fabriek, werd haar aangeraden naar een ander interimkantoor te gaan.

Esje Volter
5 0

Callcenters

Ella had het gehele weekend getobd over de succesvolle sollicitatie die ze tegen beter weten in,(sterker dan zichzelf) zo goed als ze kon had doorstaan en getwijfeld of ze er daadwerkelijk mee door zou gaan. Los van de noodzaak aan inkomen , walgde ze van het idee te werken voor HET bedrijf dat prestige aureerde bij andere callcenters, maar professionele zelfmoord inhield als het een te lange periode op prominente plek in nam op iemands cv.Niet dat ze hoop koesterde op veel betere functies.. Maar een onbereikbare droom niet nagaan, is iets anders dan de mogelijkheid aan gruzzelen slaan nog voor je eraan begint. Het was een medaille met twee keerzijden. Als een medaille die je verstopt voor vrienden en waar je enkel tegen een partner over begint nadat je hem laat beloven er nooit over te spreken..  Zoals tweede plaats majoretten in de caranavalstoet van Berchemse bradderij. Of die van winnaar hotdogeten op de benefiet ten voordele van de mentaal gehandicapten van st Alosianus. Het was een prestatie binnen een niche die an sich niets voorstelde. Maar gaf vooral ook blijk van een commitment dat niet op zen plaats was en nog minder moet worden toegejuicht. Wat callcenters zo vreselijk maakt is niet zozeer dat ze allemaal hetzelfde zijn, maar wel de reden waarom dat zo is. Callcenters zijn in veel opzichten vergelijkbaar met gevangenissen. Vooral door hoe de werknemers ervan onderling roteerden zoals veroordeelden dat ook doen. Er bestaat zo’n immens verloop onder het steeds wisselende personeel, dat een ontslag even zeker was als een contract. Na zes maanden kon men zich steeds opnieuw aanmelden omdat dan toch iedereen was ingewisseld, en tijdens die periode kon men altijd bij andere callcenters terecht, waar iedereen die bekend was met de job  steeds andere bekenden tegenkwam. Dat resulteerde dan in gesprekken die onmogelijk veel kunnen verschillen van twee gedetineerden, die bij hun weerzien bij elkaar polsen over vroegere cipiers en andere nog steeds ingezetenen en hun verdere overplaatsingen. Anekdotes die als broodje aap, van mond tot mond gaan alsof elke spreker erbij was, met details die even verzonnen waren als de personages die iedereen, maar eigenlijk niemand kende.  Een echte subcultuur, die enkel is voorbestemd voor het selecte groepje ongeschoolde figuren dat net niet de diploma’s had die de meeste tewerkstellingen minimum vereisten maar te verbaal was om aan de band te werken. Een soort van cult waarvan de leden, net zoals die van rivaliserende bendes , trouw zijn aan eigen soort, zolang het loont, maar wel allemaal eenzelfde eigen taal spreken. Net zoals de Cribbs en the bloods zich gingen verwoorden als zakenlui, ging ook het telefonsicheverkoopplebs plots gebruik maken van “vakjargon”. Een taalsoort even aanstekelijk als afschuwelijk, die daardoor aan succes won en schaamteloos mee verhuisde met elke afgedankte en elders aangenomen bel-seller. Wie zich wil specialiseren in psychologie en graag allerlei verschillende soorten mensen bij elkaar zou willen zien, hoeft niet lang te zoeken naar casestudy. Het eerste beste callcenter binnenlopen is voldoende.  Het maakt niet uit welk nutteloos product of enerverende dienst er telefonisch door de strot wordt geduwd, je vindt er telkens weer hetzelfde bont allegaartje stereotypes bij elkaar. De corpulente en thuis-onderdrukte-vrouwslaafjes die op het werk elke richtlijn bewaken alsof zij zelf eindverantwoordelijke zijn.  De oude topverkoper die niets meer verkoopt en “vrijwillig” een stap terug heeft gedaan uit de wereld van de harde sales, zogezegd om de jeugd een kans te geven. De kantoorslet die met valse tieten , valse wimpers, 5cm make up, luipaard motiefjes, doorkijkblouses en zwarte uitgroei zichzelf en iedereen anders wijsmaakt zich lekker zichzelf te voelen. De snotneus die twee Armani hemden bezit, net de fitness heeft ontdekt en geloofd vrouwen uit te kunnen kleden met een blik die in werkelijkheid enkel walging of medelijden opwekt. En tot slot een supervisor die er eigenlijk geen is, maar enkel als buffer werkt tussen de kudde en de baas. Dan heb je nog een select groepje die-harders die “de vasten” worden genoemd. In theorie werd iedereen na één jaar vast aangenomen, maar het vereiste een speciaal soort afgestomptheid om niet na één maand te vertrekken.  Zij die het een jaar volhouden, zouden niet meer weggaan, nooit. Voor zij die begonnen was er een duidelijk vast systeem dat op alle centers werd gehanteerd. De nieuwste nieuwelingen noemden men groen voer. Groen voer dat bleef plakken noemden ze mos. Vanaf twee maanden kreeg je een persoonlijke bijnaam die vaak op zich al reden gaf tot vertrek. Vertrok je niet, begaf je je op  een waar slagveld. Vergeet targets en cijfers, belminuten, orders, manuele afboekingen en leverdata, planningen en administratie. De ware strijd werd tussen de lijnen door gevoerd. Enkel zij die langer dan zes maanden onder de radar bleven zowel als schietschijf als met cijfers had de tijd om dit onzichtbaar geweven spelletje van pesterijen, tegenwerk, manipulaties, hiërarchisch geslijm, gifzure collegialiteit en eeuwige concurrentie te volgen.Als een partijtje schaak dat onder de tafel werd gespeeld, met enkel pionnen, die even plotseling verschenen of verdwenen als bij mens erger je niet.  Dit was op alle callcenters het geval.  Maar Sellpoint daarentegen stond  alom bekend voor zijn geheel eigen verzameling aan inzetbare figuren, truuken, vreemde voorwaarden en werkmethodiek. Ella voelde op een vreemde manier evenveel aantrekking als weerzin tegenover haar nieuwe job, en hield zichzelf voor dat kapitein eenoog in het land der blinden, meer gemeen had met de kapitein in het land der zienden, dan met de volgzame twee-ogigen die daar leefden. Ze hield zichzelf voor dat de overeenkomsten die ze deelden met de anciens, niet opwogen tegen de verschillen. Het zou haar heus niet hetzelfde vergaan. Dit kon perfect iets tijdelijks zijn. Een noodzakelijke stap naar iets beters… dat zich bevond op een andere trap. Sellpoint.   Een callcenter zoals elk ander maar door zijn immense grootte ingedeeld in verschillende floors, met op elke floor , floor medewerkers en een floormanager aan het hoofd.  In dit geval werd deze broedhaard van uilskuikens geleid door Raoul, de Florerende schreewlelijk. Een floor, of vloer, was een hal die zodanig was ingedeeld dat deze optimaal benut kon worden. Vergelijkbaar met een honingraam, waren de eilanden in bogen gesteld om per eiland zoveel mogelijk werkhokjes kwijt te kunnen. Deze hokjes werden cubicles genoemd. Een soort van omschermd kantoortje dat net genoeg ruimte gaf om de taken die je diende uit te voeren mogelijk te maken, zonder dat je zou kunnen worden afgeleid door collega’s die rondom rond de3mm dikke scheidingswand naast en voor jou hetzelfde deden.  Ella bevond zich op “Inquiry one”.  Een Inbound floor, waar in tegenstelling tot de outbound-vloeren, niet werd uitgebeld met het doel tot verkopen, maar werd binnengebeld met vragen.Klantendiensten van postorderbedrijven, inlichtingendiensten voor het opzoeken van bepaalde gegevens, antwoorddiensten voor bedrijven, advieslijnen voor  allerhande fast-moving-consumer-goods, (die meestal enkel gebeld werden door jongeren die na 3 joints plots een telefoonnummer opmerkten op de zak chips) antwoordlijnen voor kruiswoordpuzzelwedstrijden enzoverder. Inquiry one was zogezegd bedoeld om beginnelingen vertrouwd te maken, met de job. In werkelijkheid was het vooral het BSP- computerprogramma en het beltempo waaraan gewend moest worden gemaakt. Dit om er zeker van te zijn dat enthousiastelingen die het klaar speelden in  hun eerste week iets te verkopen, die verkoop niet zouden misslaan, door plots stemverlies omwille van het vele bellen. Een echt vakprobleem, waar elke doorwinterde callagent op was voorbereid. Net zoals marathonlopers nergens heen gaan zonder hun busje reflexspray en rehydrataiegels, vond je bij elke gemiddelde televerkoper steevast een doosje strepfen in de schuif. Dat en een flesje water, want enkel beginnelingen maken de fout om gebruik te maken van de koffie die steevast, als gemene grap, op alle telecenters gratis wordt aangeboden. Na drie tassen, is het niet meer mogelijk om voldoende speeksel aan te maken om een uur langer door te tateren, laat staan zes of zeven. Laat dat ook meteen de duidelijke reden zijn waarom de slechtste karakters die je op de floor terugvindt, iedereen die start op een eerste dag zo vriendelijk de weg naar het koffieapparaat wijzen. Nog erger dan een bon missen omwille van stemverlies is het onvoldoende kennen van het computersysteem. Dit wordt speciaal zo ontworpen opdat jazeggende correspondenten nadien niet in de mogelijkheid zouden verkeren om op later tijdstip terug te kunnen krabbelen. Vanzelfsprekend was dit het kleine stukje waar het bij bedrijven als sellpoint om ging, hierop werd hun winst gemaakt, en het hoeft geen verdere uitleg dat daar dus geen fouten op konden worden veroorloofd. Zo moest men na een ja, op de opnameknop klikken en een voorgekauwde tekst opzeggen die kort overliep wat er zonet was voorgesteld, en die zo geschreven was, dat de aanhoorder er bijna onvrijwillig niets anders dan ja op kon antwoorden. Kwam ook die tweede ja, diende je de opnameknop terug af te klikken, waardoor zo een audiobestand van het kortste verkoopsgesprek ooit ontstond: recordklik“ Wel meneer Peeters, ik dank u alvast voor uw interesse in wat ik u zonet heb voorgesteld. Ik overloop graag even kort opnieuw dat u bij het uitproberen van drie gratis edities van kruiswoordwinnaar, u geheel gratis 1 van de 50 parkerpennen ontvangt. Bent u nadien volledig overtuigd van onze puzzels, hoeft u helemaal niets te doen en geniet u een jaar lang van een eliteabonnement waarbij u aan 50 % korting iedere maand opnieuw de editie krijgt thuisbezorgd, met wedstrijden en tal van mooie prijzen die u daarmee kan winnen. Mag de pen met de post komen? “euh ja” Klik. Alles wat erna of ervoor kwam mocht klinkare onzin zijn, je mocht liegen wat je wou. Als je dat stukje maar in opname had, had je een sale. Niet zomaar één.. een ctP. je had drie soorten Ctp’s. de nieuwe klant, de oude teruggewonnen klant, of de tevreden klant. In die volgorde werden ook de waardering voor desbetreffende klant uitgedrukt. Nieuwe klanten waren nog vrij van slechte ervaringen nadien en dus een 1.0 waard. teruggewonnen klanten waren ooit al eerder weggelopen en dus kritischer: 0.5. tevreden klanten waren doorgaans oude klanten, aan oude voorwaarden die niet konden worden gewijzigd en dus waardeloos 0.25.  Bedoeling was wekelijks minimaal op 16.0 te komen. Maar dit was voor later. Net zoals Raoul, de schreeuwlelijk eerder al aangaf, was Sellpoint geen ordinair callcenter.  Eerdere ervaring elders was geen referentie die voor hen enige waarde inhield. Enkel sellpoint-opleidingen telden als voorbereiding op sellpointsales. Ongeacht diploma’s, cv, eerdere werkervaringen , of bewijs van behaalde resultaten, verkoop gerelateerd of anders.. iedereen die een job bij Sellpoint startte, begon die op inquiry one.

Esje Volter
2 1

Schrijversroes

Tussen de twee pijlers van al wat mij doet verlangen, en al wat mij doet walgen, is een wankele brug opgehangen met alles wat mij verscheurt. Maar zelfs met alle kennis in handen om een weloverwogen keuze te maken, ben ik nergens liever dan daar in het midden. Hopeloos inconsequent twijfelend tussen twee extreme uitersten. Daar ligt mijn thuis. Mijn plek, waar ik me in al mijn lelijkheid kan omwentelen in een zelf vergoelijkte vorm van medelijden en blinde hypocrisie. In het land der blinden is kapitein éénoog koning en zo ben ook ik heerser van mijn eigen hersenspinsels. Mijn troon bevindt zich in het midden van mijn eigen conflicterend kruispunt waar alle hersenkronkels zich verenigen en zich met elkaar verzoenen als ragdraden in de kern van een spinnenweb. En mijn zitvlak kan ik, net zoals de spin, nergens anders kwijt dan in het midden waar alle gesponnen tegenstrijdigheid niet plakt.  Gevangen in mijn eigen web van twijfels, perceptie, onwetendheid en overtuiging ben ik het slachtoffer van haaks op elkaar staande stellingen. Toch ben ik nergens liever dan daar. Hier trek ik me terug.Hier vind ik invalshoeken, behoud ik het strategische overzicht over al mijn personages en ontwikkel ik het verdere verloop van hun verhaal.Enkel daar vind ik voer voor mijn niets stillende honger naar doel voorbijstrevende gevechten die nooit worden beslecht, wilde taferelen die mijn schrijftafel nooit zullen verlaten en verhitte discussies die sniperscherp dialogerend in nederlaag eindigen en op mijn netvlies worden gebrand. Spektakels die ik in detail verwoord wil bewerkelijken in zinnen die nooit eerder zijn verzonnen. Het gaat hierbij niet zozeer om de overwinning, wel om de strijd. Men onthoudt ook nooit het orgasme maar wel de seks, en dus focus ook ik me niet op het boek, enkel op het schrijven. De slapeloze nachten waarin bloed, zweet en tranen de tijd doen verdrinken in inkt. De dansende letters op het blad die elk woord vormen behalve datgene ik zoek.. De helse poging om het innerlijke geschreeuw dat nooit gehoor krijgt vast te pennen, om dat roepend monster los te rukken uit mijn gedachten en het op te sluiten binnen de vier zijden van mijn blad papier. Maar zodra het krijsen gestopt is en ik achterblijf met de plotse oorverdovende stilte, word ik overvallen door angst, angst dat ik nu niets rijker, maar armer ben…  Ik kijk naar het blad voor me en besef plots wat het inhoudt.. Dat nare luide monstertje.. Nu stil, verstomd, naakt, hulpeloos, gevangen, letter per letter aards leven ingeblazen en zichtbaar voor iedereen die lezen kan.Om dan alles uit te willen gommen! Elke geschreven regel terug te willen nemen, om ze niet stuk voor stuk aan te voelen als een aanranding op het diepst van mijn ziel. Als een raam dat ik niet meer van binnenuit kan sluiten probeer ik alles letter per letter terug in mijn hoofd te steken, hopend op de terugkeer van het gekrijs dat ik eerst wou verstommen. Maar na het blad in vieren gescheurd te hebben stop ik, want ik sloop niet enkel de muren van deze denkbeeldige gevangenis, maar ook de inzittende.Van me afgeschreven.. heeft het zich van me afgekeerd. Ik heb een nieuw monster nodig…  Dus daal ik opnieuw af naar het midden van mijn wankele brug, waar hemelsmooie duivels me maar al te graag willen verleiden tot een partijtje schaak aan de rand van de afgrond. Waar lust en liefde zich in spiegelbeeld met elkaar vermengen. Een gelukzalige roes van vleselijk genot, onvergetelijke blikken, drugs- en drank overstijgende bedwelming, muziek die alle emoties inkleurt en omkadert en gesprekken die alle geloof bewijzen en tegelijk alle kennis op losse schroeven zet. Een ongekende ervaring, maar waar al gauw abrupt een einde aankomt wanneer die wordt verstoord door het nuchtere daglicht aan de andere kant. Het eerste ochtendlicht dat beginnende schrijvers wereldwijd het zwijgen oplegt. Het licht dat verlichte geesten tot de schaduw verdoemt, de gefantaseerde losbandigheid aan banden legt en hen pijnlijk herinnert aan bandwerk, bestellingen, deadlines en targets.Om dan als mensaap in de jungle van de stad, niet in juiste volgorde volgend, opgeslokt te worden door de stroom.  Als een slaaf van het licht vervoeg ik de horde ongeletterde zombies zonder ziel, die zich voortbewegen op roltrappen, met hun dode blik gefixeerd op hun gedigitaliseerde gadgets, en verstop ik me in een gelijkaardige houding tussen hen.  Maar in de kater van slaapschaarste en onafgewerkte teksten, dwaal ik in gedachten af naar de periode van Hemingway, Fitzgerald en Ts. Eliot, en mijn eigen geromantiseerd beeld van het 's nachts tot leven komend bestaan met koperen blaker, ganzenveren schrijfgerij, ellenlange perfect verwoordde brieven met in vettig rode gesmolten lak gedrukte zegelringen. Dromend in melancholie van tijden die ik nooit heb gekend en die wellicht nooit hebben plaatsgevonden en tegelijk walgend van de vernieuwing die automatisering heeft gebracht, beweeg ik me zo goed ik kan voort op deze goed geoliede machine, alsof ik hink-stap-spring van het ene tandwiel naar het andere, maar nooit op het juiste tempo. Verscheurd tussen wat ik wil en wat ik kan, blijf ik hangen in het verschil.  Fysiek aanwezig maar in gedachten vol heimwee naar mijn plekje op het midden van mijn brug. De met dromen en waan verweefde overspanning boven het ravijn, waar al het nodige voorhanden is, en ik al het overbodige overboord kan werpen. Waar woord en daad niet werkelijk samen hoeven komen, zolang het maar tot uitdrukking komt. Waar al het verzonnen zin krijgt, en dichterlijke vrijheid zijn grenzen verlegd, ver over alle taalbarrières heen, waar het ontsporen van de spreekwoordelijke train of thought vleugels geeft die verlangen vervangen met inzicht.  Ik wil geen geluk, ik wil geluk meten aan ongeluk, pijn om opluchting te voelen, verlies om te compenseren, verdriet om te verwerken, vrij zijn ruiten in te gooien, bruggen en schepen te verbranden, ladders af te dalen om dichter bij de bron te komen, ladders op te bouwen bij doodlopende dalen en een duik in het diepe te maken op stille eenzame toppen. Ik wil drama en tranen want enkel uit tristesse wordt troost geboren. Ver boven het plebs verheven, vlieg ik verder. Zonder het vermoeiende armzwierlijke opstijgen dat tergend traag op gang komt, vlieg ik zonder enige vereiste vorm van aandrijving hoger dan ik in mijn slapende dromen kan,en ik sla hen allen gade, de niet lezers, de bekrompen dagjesmensen, met hun zondagsmarkt, karakollen en nylonkousen, rechts-, links- en liberaal-denkende  beursvolgers met hun godgeklaag over belastingen, overuren en vijfde-hands opinies over de derde wereld, hun mond tot mond mening-overname, het riemgeroei op leven en dood om niet uit de boot te vallen. Maar ik zie ook mezelf, die ochtend, verrast door de tijd overijld beseffen dat er dagtaken wachten en nerveus als een betrapte heroïne junk, alle restanten van de wakkergebleven nacht opruim als bewijslast die dient te worden verborgen. Volgekribbelde stukjes geschrift die ik, ingehaald door de tijd, in haast beoordeel in twijfel over ze weg te gooien of bij te houden voor een volgende sessie.  Ik zie mezelf ontwaken uit mijn schrijversroes, en terwijl ik dagdroom over de acht mogelijke alternatieve manieren waarop ik dat beter had gekund, wordt mijn vlucht onderbroken en val ik figuurlijk te pletter door het geluid van duimdikke dossiers die door de kantoorverantwoordelijke op het desk van mijn cubicle worden gesmeten. "Als je klaar bent met het werk dat je vorige week in moest leveren, kan je misschien beginnen met deze hoop die gisteren binnen moest... Time is money!"Aan elf euro zeventig bruto per uur, bereken ik dat ze gelijk heeft. Ik ben op slag nuchter.

Esje Volter
17 2

Spankeltje Hoop / God's verdediging / Advocaat van God

Advocaat van GodWat is de hel?Is het werkelijk enkel een overdreven schrikbeeld van vlammen , verderf en miserie met vlammen en bokpotige heersers die met een drietand cipier spelen in Gods gevangenis voor de onvergeeflijken? Of is het veel doodser dan dat en veel reëler dan dat? Wat als deze wereld de hel was? een relatief jonge planeet , uitsluitend gecreëerd als dumpingplaats voor al die hopeloze reddeloze individuen?een plaats waar vaag iets gekend is over een opperwezen dat een paradijslijk leven voor ogen had voor zijn gecreëerde mens... maar waar bovenal complete wetteloosheid regeert als het aankomt op elementaire moraal.Waar liegen loont, de wet van de sterkste heerst en alles gedreven door de belofte aan beloning of de dreiging van straf, een volk zover heeft af doen drijven van zijn eigen aangeboren instinct van wat goed is en wat niet, dat het enkel nog handelt om beloond te worden, of straf te vermijden...Een plaats waar kanker, aids en oorlogen vrij spel krijgen , gerechtigheid een woordgrap is die niets met rechtvaardigheid te maken heeft, en waarvan het sarcasme zo ver gaat dat zelfs vrouwe justitie op alle beelden blind word weergegeven.Ik ben niet religieus aangelegd maar rekening houdend met opties die niet bewezen en dus ook niet weerlegd zijn, stel ik vast dat als er een Godachtig iets is... het deze plaats redden niet tot zijn bevoegdheid rekent.Dat is minder negatief dan het klinkt.. Als het leven op aarde niet meer is dan een quarantaine voor mensen die eerst tot inzicht moeten komen, betekent de dood niet meer dan een verlossing... Wat waarschijnlijk de enige reden is dat religie het hier op een of andere manier toch heeft overleefd.Zonder angst voor de duivel heeft niemand echt nood aan God, en ook zonder he kerkelijke stelsel kan men angst en hoop oproepen om mensen aan te zetten tot wreedheden of hen beletten er tegen in te gaan.. Het verlangen naar macht zal altijd veel groter zijn dan de angst voor de risico's die het nastreven ervan inhouden, met uitzondering dan van het enige risico dat onmogelijk valt te vermijden, en iedereen, ongeacht zijn keuzes te wachten staat. de dood.Het is een vreselijke gedachte dat er helemaal geen ontwerper en dus ook geen ontwerp of plan is achter het ontstaan van de mens.. een nog ergere gedachte is dat we inderdaad alleen zijn in de ruimte.. en er in al die oneindigheid .. echt niets anders is dan deze planeet.. waarvan de inwoners door de eeuwen heen inventiever werden in hun wreedheden, maar niet in het wreed zijn zelf.In dat opzicht zou al het leed dat Gods afwezigheid bewijst.. wel verklaren zonder zijn bestaan te moeten ontkennen..Kanker , aids, oorlog, zou dan gewoon een van vele collectief te incasseren straffen zijn die we op onszelf hebben afgeroepen door het dagelijks herhaalde pervers egocentrisch geleide gedrag waar we elkaar mee ruïneren.Zo mysterieus en ondoorgrondelijk zit dat niet ineen.. kom overeen of loop samen in jullie ongeluk. Sterker nog , misschien duurde ook dat te lang en zijn al die vreselijke ziektes net een versnellende maatregel om van dat aards volkje komaf te maken. Want ofschoon er nog steeds mensen heilig overtuigd blijven van god en diens goedheid.. wordt hij zo in geen enkele van de religies echt blijk gegeven van die superioriteit. Als er een iemand zo vaak genoemd en beschreven is voor zijn onwrikbare wraakzuchtigheid dan is het wel diezelfde god.het blijft allemaal zinloos speculeren, …en vragen stellen waar geen antwoord op komt zorgt dan ook voor het wegvallen van de bereidwilligheid om een probleem op te lossen. welke drijfveer zou ons die plotse ommekeer dan wel moeten laten maken?Het blijft een persoonlijke keuze om dat vraagteken in te vullen of niet.. maar bij mij staat daar als antwoord dat we gedoemd zijn om het te stellen met wat ons werd gelaten.. een compleet afgebakende plaats waar we zijn overgeleverd aan elkaar.. en dan is sterfelijkheid eigenlijk gewoon een vorm van genade.. en de dood een soort van checkpoint om te herstellen.. als een back-up om naar terug te keren en opnieuw op te starten .. reïncarnatie zou zo inderdaad een heel erg schrale blijk geven van Gods tevergeefs blijvende hoop op onze redding.Al doet dat beeld het hem niet echt eer aan als opperwezen , dat tot alles in staat is, maar geeft het eerder blijk van eenzelfde soort destructieve koppigheid in liefde (noem t zo) als die van zwaar mishandelde vrouwen die door een stockholmsyndroom niet in staat zijn weg te gaan van hun beul. Alsof ook God onbewust vatbaar is geworden voor het kapitalisme dat ons zo verziekt, en hij nog steeds het omslagpunt waarop hij zijn return on investment kan terugwinnen afwacht, voor hij de stekker uittrekt op iets dat hem maar liefst zes volledige dagen werk kostte om te creëren.Al is het qua tijdsspanne wellicht eerder de vier miljard jaar die erop volgde waar hij of zij lijdzaam gedwongen werd toe te moeten kijken naar hoe niets , maar dan ook echt niets ons van onze aard lijkt af te helpen, wat zijn oneindig licht vasthoudend vat deed overlopen....Als een sportteam dat je zelf hebt samengesteld , voorgesteld en naïef hebt gepromoot als een groot succes , om het dan vervolgens in een oneindig verlengd spel te moeten zien falen op alle vlakken zonder een punt te maken , ondanks de vele over het hoofd geziene spelfouten en extra kansen..wat een afgang.Zelfs voor hij die enig is in zijn soort en dus geen reputatie hoog te houden heeft voor andere partijen die hem op deze blunder kunnen beoordelen, moet de schaamte enorm zijn.. Mocht hij of zij bestaan vind ik dat medeleven op zijn plaats is, want ik heb zelf ook mijn eigen ervaring in het aangaan van , en veel te lang blijven behouden van relaties die enkel in mijn hoofd veelbelovend leken en anderen deed wegrennen.. IN Gods verdediging had hij niet dat klankbord, of die rode vlag signalen van zijn omgeving die hem op ander gedachten had moeten brengen.Bij mij was het een keuze die te ontkennen... God is ook maar een ...In plaats van hem te verwijten dat onze planeet niet veel weg heeft van dat vaag omschreven en door niemand ooit echt geziene paradijs, moeten we misschien eerst inzien wat onze relatie is met God.Want in mijn ogen is die niet meer dan die van een in impuls aangekochte asielhond, waar al gauw spijt van werd ondervonden, maar uit principieel "belofte maakt schuld" met de verdere minimale zorg werd doorgedaan.Het is dus niet zo dat we hem of haar niets kwalijk mogen nemen.. het is eerder dat het wellicht weinig tot niets kan schelen wat wij nu eigenlijk vinden van dat leven dat ons werd gedwongen te leven en waar we tenslotte niet om hebben gevraagd, geen verdere uitleg bij krijgen, ...Het is ook niet echt bewijs van ouderlijke capaciteiten of tot volwassen gekomen verantwoordelijkheidsgevoel om leven verder te brengen dat enkel gevraagd of geëist word om hem op onze knieën te aanbidden.. zonder iets van die vaderlijke affectie te mogen ontvangen of opmerken, als een vergeten schoolproject dat om het toch maar in te kunnen leveren als iets doordachts dat af is, de salespitch krijgt dat ons het grootste geschenk van de vrije wil werd gegeven.. en zo ook meteen de schuld van het resultaat niet bij de maker maar wel van diens eigenwillige producten legt..Het kan natuurlijk ook veel simpeler zijn. Misschien verveelde deze entiteit zich en zijn wij hier op aarde niet meer dan wat mieren voor ons waren in bokalen op te warme dagen waarop niets te doen was. Misschien is god een goddelijke vijfjarige die niet tot meer in staat is dan zijn mysterieus werken... dat laat ons even objectief zijn veel meer weg heeft van kinderachtig theatraal overdreven rancune. Of heelt tijd werkelijk alle wonden dat 2300 jaar na de feiten , het laten sterven van alle eerstgeboren kinderen per gezin plots een verstaanbaar kleintje is dat wel begrijpelijk is onder de omstandigheden?Misschien is het zelfs niet eens verstandelijke-leeftijd gerelateerd. Zijn wij immers niet naar zijn evenbeeld geschapen?Misschien moeten we het allemaal zo ernstig niet nemen, en net zoals bij andere sprookjes en vertellingen die verzonnen zijn afsluiten met een eind goed al goed uitgangspunt. Een waarin wij de spreekwoordelijke spiegel zijn die god wordt voorgehouden en hem wijst op zijn eigen tekortkomingen , door het slechte voorbeeld te geven , en waar wij blijk geven van meer inzicht dor af en toe te leren uit onze fouten en geen vier miljard jaar blijven ontkennen een fout gemaakt te hebben, tot op het punt dat zelfs Narcissus zelf zou stoppen met waarschuwen over hoe hem dat is afgegaan en zou adviseren aan God om ermee op te houden en er eigenhandig mee zou helpen hem of haar uit dat lijden te verlossen.Gods hoop op verandering houdt ons in leven , tot we sterven.Dat is niet veel maar het is iets, noem het een sprankeltje hoop.En ze leefden nog lang en gelukkig.

Esje Volter
15 1
Tip

Zigeunerin

Ik zit alleen aan de ontbijttafel. Mama ligt in de hangmat met de ogen dicht. De zon maakt haar haren glanzend goud. Met haar vrolijke roze bloemenjurk lijkt ze wel een klein prinsesje die geniet van de zon. Maar dat doet ze niet. Als mama daar zo ligt zoekt ze haar tao. Ik hoorde haar daarover praten met een vriend en heb dat woord eens op google opgezocht. Tao is het Chinese woord voor “weg”. Ik dacht eerst dat ze de weg naar Brussel kwijt was, want ze heeft al de hele maand de trein niet genomen. Maar toen ik het aan de juf vroeg zei ze me dat die weg eigenlijk symbool is voor rust. Ze vergeleek het met het zenmoment in de klas wanneer we rustige muziek op zetten of elkaar masseren wanneer er teveel drukte was. Dat vind ik altijd heel fijn. In de klas is het soms zo lawaaierig dat mijn hoofd zou ontploffen. Soms word ik dan heel kwaad en dat vind ik zelf eigenlijk niet leuk. Mama zegt dat het leven te kort is en de wereld te mooi om onze tijd te verspillen met kwaad zijn. Zij wordt bijna nooit kwaad, zij zorgt voor zen bij ons thuis, en voor zonneschijn. Maar die zon is al een paar weken verdwenen. Misschien was het ook lawaaierig in mama's hoofd? De dokter zegt dat mama ziek is omdat ze teveel werkt en te weinig slaapt. Maar dat denk ik niet, want mama valt na het eten altijd in slaap voor tv. En ze is nooit kwaad als wij 's nachts wakker worden. Nee, ik denk dat het de schuld is van de vaatwasmachine. Door die stomme machine is mama haar tao kwijt en is de zen in huis verdwenen. En daarom ligt ze nu stil in de hangmat en laat ze mij alleen aan de ontbijttafel zitten. Mama had al wel 100 keren aan papa gezegd dat de vaatwas stuk was en de glazen en borden nooit meer proper waren. Papa zei dan dat mama er teveel vuile borden in stak. Dat begreep ik niet... een vaatwasser maakt de vuile borden toch proper? Elke keer opnieuw heeft mama de vaat dan maar met de hand opnieuw gedaan en zei papa dat hij de vaatwasser had gerepareerd. Maar na een week was hij steeds opnieuw stuk. Daarnet was het opnieuw zover. Mama was al lang wakker en zat met mijn broer voor tv toen ik opstond. Omdat ik niet alleen zou moeten ontbijten kwam ze in de keuken de vaatwasser leeg maken. Ze trok de vaatwasser open en haalde er één vuil kopje uit, bekeek het en zette het terug in de machine. Ze deed de deur weer dicht en ging naar buiten. Zonder iets te zeggen ging ze met gesloten ogen in de hangmat in de tuin liggen. Daarom zit ik nu alleen aan de ontbijttafel. Ik doe mijn ogen dicht net als mama in de hangmat en zoek mijn tao. Voor mij staat plots een blij meisje met lang zwart krullend haar en een lange wijde groene rok met roze bloemen. Ze lijkt op een zigeunermeisje. Maar aan haar groene ogen herken ik mijn mama, ogen die blinken als diamanten. Rond haar middel heeft ze een mooie zilveren ketting met kleine pareltjes en belletjes. En in haar oren dansen de grote fel gekleurde oorringen die ik voor haar gemaakt had. Ze loopt lachend naar de vaatwasser, zwiert de deur open en neemt er een bord uit. Ze begint met haar handen te draaien en het bord maakt sierlijke bewegingen door de lucht. Mijn hartje wordt helemaal warm van dat dansen en van de muziek. Muziek? Waar komt die muziek plots vandaan? De muizen die mama's bureaukast elke winter vol strontjes achterlaten staan in de hoek van de keuken. Ze hebben elk een instrument: een banjo, castanjetten en een accordeon. Mama had de muizen op verschillende manieren proberen verjagen, maar ze kwamen elke keer terug. Nu zijn ze haar gezelschap en vindt ze het niet erg om elke lente een grote schoonmaak te houden. Om mama te bedanken voor haar geduld spelen ze nu haar lievelingsmuziek. En de zigeunerin danst en danst. Plots trekt ze de keukendeur open en zwiert het dansend bord de tuin in. Ze gooit haar haren naar achteren en slaakt een juichende kreet van plezier, van opluchting. Dan neemt ze nog een bord, draait een rondje en gooit. En nog één, en nog één, steeds sneller. De muizen spelen steeds luider, de dans wordt steeds zwieriger, het aantal kapotte borden en kopjes in de tuin steeds groter. Ze dansen en maken muziek tot de vaatwasser leeg is. Dan gooit de mooie zigeunerin de deur van de vaatwasser dicht, geeft mij een hand en samen stappen we naar buiten. Daar staat mama's lievelingspaard met kar: een klein indianenpaard met bruine en witte vlekken. In de hangmat ligt de prinses die ik niet ken, een traan rolt over haar wangen. Naast mij in de kar zit mijn mama, de zigeunerin. Samen gaan we op weg, op zoek naar onze tao.

Fien SB
106 5

Nieuwe oude toestellen

We hebben gisteren samen met papa boodschappen gedaan. Dat vind ik meestal fijn. Aan de kassa kan ik papa altijd overhalen om bloemen mee te nemen voor mama. Maar gisteren was het extra leuk, want we hebben voor mama een nieuw toestel gekocht. Een oud toestel eigenlijk, want mama houdt van oude dingen. Het is een bruine houten bak waar je grote zwarte platen, een cd-tje en een cassette kan insteken. Wij hebben nog veel cassettes, die heeft mama allemaal bewaard. Sommige waren wel zo oud dat het lintje kapot brak toen mijn broer en ik er wilden naar luisteren. Aan de voorkant van die bruine bak staan er ook nog twee grote draaiknoppen waarmee we een radiopost kunnen kiezen. Het ziet er helemaal anders uit dan ons toestel die we vorige maand kapot gemaakt hebben. Dat toestel had felle lichtjes en een ingewikkelde afstandbediening waar mijn broer en ik volgens mama veel te veel op duwden. Platen had ik nog nooit gehoord, want mama haar platenspeler was al jaren stuk. Ik was best wel nieuwsgierig om te horen welke muziek uit die grote zwarte schijven kwam. Dus dit cadeau zou niet alleen mama, maar ook ons echt blij maken zei ik toen papa in de winkel nog twijfelde. En dat was ook zo. Mama had blinkertjes in haar ogen toen ze gisterenavond de doos open deed. Vandaag is ze dan ook extra vroeg opgestaan. Toen wij beneden kwamen was de tafel op het terras mooi gedekt. De zon scheen al heel fel en mama zat naast de platenspeler. Op de grond lagen verschillende platen. Mama koos een Spaanse plaat omdat de zon scheen. Marcel zijn ogen stonden wijd open toen mama het bruine deksel opende en de grote zwarte schijf neerlegde. En ook ik keek nieuwsgierig hoe ze voorzichtig de naald op de plaat zette. Eerst was er geen geluid, enkel een zacht geruis van het draaien van de plaat en een beetje gekraak van de naald. Maar dan werd de hele ruimte gevuld met Spaanse klanken en pakte mama mij vast om te dansen. Mijn hartje danste van geluk. Mama zegt dan dat ze gelukkig wordt als mijn ogen zo stralen. En dan stralen ze nog meer.  Mama kijkt er al naar uit om ons al haar oude plaatjes te leren kennen. En ook de radio vindt ze geweldig. Die radioknoppen doen haar denken aan de radio van marraine, die nu bijna 100 jaar is. Je hoeft maar aan die ene grote knop te draaien om de post te verzetten en je kan gemakkelijk zien hoever je moet draaien, want een plastic stokje verschuift langs een lijn met nummertjes zoals een meetlat die we in de klas hebben. Geen felle lichtjes of een afstandbediening met teveel kleine knopjes, maar gewoon één grote draaiknop. Mama houdt van simpele dingen en ze zegt dat we tijd moeten nemen om te luisteren en te kijken. Dat doen we te weinig zegt ze, gewoon kijken en luisteren. Het is zoals met haar oude walkie-talkie. Die vindt ze veel leuker dan een gsm. Bij een walkie-talkie kan er maar één persoon tegelijk spreken, de andere moet luisteren. Pas als de persoon die spreekt “over” zegt, krijgt de andere de kans om iets te zeggen. Dat vraagt soms heel veel geduld. En het duurt zo lang, maar het is wel spannend om te wachten tot het jouw beurt is. Met een gsm kan je elkaar continu onderbreken, je kan spreken wanneer je maar wil en het gaat allemaal sneller. Ik vind een gsm wel gemakkelijk, maar voor mama gaat een gesprek soms te snel, want als ze de telefoon neerlegt weet ze niet meer wat er gezegd is. Daarom telefoneert ze niet zoveel. Ik wel, ik praat graag. Papa vindt me een kwebbelkous. Maarzet me naast een oude platendraaier en je hoort me niet meer hoor. Dan word ik een mini-versie van mama en vloeit er soms een traantje van geluk.

Fien SB
13 3

Het prinsesje met de zonnebril (GEZOCHT: ILLUSTRATOR)

1.        Er was eens een prinsesje genaamd Roos, waar elk spiegeltje aan de wand voor koos.   Op de vraag ‘wie is er de mooiste van het land?’ was er nooit enige discussie aan de hand.   Hierover bestond een algemeen akkoord: zíj was de enige in haar soort.   2.        Nu moet je jezelf afvragen ‘wat is het dat telt?’, het is niet alleen wat je ziet waardoor je hartje versnelt.   Haar rijkdom was enorm, en haar macht was groot, maar zo het er naar uitzag, zou ze alleen zijn tot haar dood.   Haar enige vriend was de eenzaamheid, want iedereen werd verblind door haar schoonheid.   3.        Vele edelmannen gingen naar haar kasteel hoog op een rots, kwamen aan met grote ijdel, maar vertrokken zonder trots.   Ze werd bezocht door knappe prinsen uit verre landen, maar allemaal stonden ze voor haar met hun mond vol tanden.   Waar was toch die prins op een wit paard, die haar schoonheid evenaart?   4.        Voor een normaal bestaan zou ze alles geven, op deze manier kon ze niet langer leven.   Ten einde raad schreeuwde ze luid, de volgende onheilspellend woorden uit:   “Ik wil zo graag mijn schoonheid kwijt, het is nu al zó lang dat ik er onder lijd.”   5.        Een slechte heks had haar smeekbede gehoord, sloop het kasteel binnen en nam het woord:   “Lief meisje, ik zal je mijn gelaat geven, maar in ruil moet jij wel 10 jaar zonder spraak leven.”   Diep bedroefd door een vriendeloos bestaan, besloot het prinsesje op het voorstel in te gaan.   6.        Als bij toverslag veranderde ze in een lelijk vrouwmens, ze keek in de spiegel en had meteen spijt van haar wens.   Het duurde niet lang voor de heks weer verdween, maar eerst zei ze nog iets heel gemeen:   “Nu ben jij lelijk en ik prachtig, jouw uiterlijk maakt mij almachtig.”   7.        Net te laat kwamen de bewakers binnen gerend, en in de troonzaal troffen ze enkel iemand onbekend.   Ze herkenden Roosje helemaal niet, al wat ze zagen was een lelijke griet.   En omdat ze geen klank meer kon uitten, lag Roosje al snel met haar klikken en klakken buiten.   8.        Eerst wist ze met haar schoonheid en geld geen blijf, nu had Roosje alleen nog de kleren aan haar lijf.   Nog steeds alleen, maar nu ook stom en met een misvormd gelaat, moest Roosje zien te overleven op straat.   Elke dag moest ze bedelen om rond te komen, van haar vroegere bestaan kon ze alleen nog maar dromen.   9.        Iedereen die haar passeerde keek op haar neer, met uitzondering van één vriendelijke jongeheer.   Er was enkel medelijden in het begin, maar al snel werd het lelijke eendje zijn vriendin.   Het was een vriendschap die niemand had kunnen voorspellen, probeer maar eens iets zonder klank te vertellen.   10.    Gelukkig was het zo, dat na verloop van vele jaren, de twee vrienden leerden spreken met gebaren.   Een taaltje waar niemand anders iets van verstond, met gebruik van handen en zonder mond.   Over haar afkomst heeft ze echter nooit iets gezegd, zo was de vriendschap zeker oprecht.   11.    Week na week groeiden ze naar elkaar, tot de dag na het tiende jaar.   Roosje zou eindelijk met hem kunnen spreken, spijtig genoeg had het lot het anders bekeken.   Haar enthousiasme sloeg al snel om in verdriet, want net die dag verscheen de jongeman niet.   12.    Dat de jongeman werkelijk een prins was hield hij liever geheim, omdat hij anders niet bij iedereen zichzelf kon zijn.   Hij was opgeroepen ten strijde de voorgaande nacht, omdat zijn koninkrijk was aangevallen door een duistere macht.   En als prins heb je nu eenmaal de verantwoordelijkheid, om je leger te leiden in de strijd.   13.    De aanvaller was een kwaadaardige heks met een leger almachtig, niet alleen was ze heel mooi, maar ook heel krachtig.   Ze verblindde haar tegenstanders met haar schoonheid, gepaard met haar tovenarij won ze zo elke strijd.   Ze trok door het land en wou alleenheerschappij, iedereen had schrik en was de wanhoop nabij.   14.    Maar in dit verhaal is er ook een goede tovenaar, uiteraard met een lange baard en spierwit haar.   De prins liet zich betoveren om haar schoonheid te weerstaan, zo kon hij na al die jaren oorlog de heks toch neerslaan.   Door die slag werd niet alleen de boosaardige heks geveld, hierdoor werd ook aan al haar betoveringen een einde gesteld.   15.    Daardoor was het mooie prinsesje teruggekeerd, maar Roosje had haar lesje nu wel geleerd.   Vanaf nu droeg ze steeds een zonnebril, ook al was het buiten koud en kil.   Zo zorgde ze er voor dat iedereen haar kon aankijken, zonder voor haar pracht te bezwijken.   16.    Na de strijd keerde de moedige prins zo spoedig als mogelijk terug, op zoek naar het meisje dat leefde onder de brug.   De prins zocht overal en klopte op alle deuren, maar het meisje was nergens meer te bespeuren.   Radeloos besloot hij naar het kasteel te gaan, misschien wist daar wel iemand van haar bestaan.   17.    Zoals zovele prinsen hem voor gingen, mocht ook hij als adel de troonzaal binnen.   Hij herkende echter niet zijn vriendin de bedelares, want ze had nu terug het gelaat van een wondermooie prinses.   Gelukkig kon ze meteen alles verklaren, met slechts het gebruik van enkele gebaren.   18.    Op enkele seconden stond de prins heel dicht, en nam de zonnebril van haar gezicht.   Niet meer verhuld stond ons prinsesje daar, en toch kon de prins kijken naar haar.   Nog steeds betoverd kon hij haar aanschouwen, ook al was ze veel mooier dan andere vrouwen.   19.    Daardoor verloor de prins volledig het noorden, en nu kwam híj niet meer uit zijn woorden.   Hij deed  toen plots een eigenaardig gebaar, En iedereen in de troonzaal keek verbaasd naar elkaar.   Maar het prinsesje wist wat hij zei door zijn handen samen te vouwen: ‘Ik hou van jou, wil je met me trouwen?’     => Samenwerking met illustrator gezocht: iljavandenbergh@gmail.com

Iljavdb
14 2

Er was eens een kleine papegaai

Er was eens niet zo lang geleden en ook niet zo ver van hier een kleine papegaai. Hij heette Rikkie en woonde samen met zijn Mamagaai en broertjes en zusjes in een dierenwinkel. Ze floten en kwetterden er op los en als ze moe waren kropen ze allemaal dicht en knus tegen elkaar aan en vielen in slaap. Vijf pluizige bolletjes op een rij op een grote tak. En helemaal op het einde Mamagaai als trotse grote bol. Iedereen in de buurt kwam graag kijken naar de papegaaien. Want stuk voor stuk deden ze kunstjes en ze konden zelfs woordjes konden nazeggen. Rikkie was de beste van allemaal. Als de winkel ’s morgen openging, verwelkomde hij elke klant met een ‘goedemorgen’. Als de kinderen na schooltijd nog even naar de winkel kwamen, kreeg hij altijd gratis snoep omdat hij zo mooi ‘een snoepeke voor Rikkie’ kon zeggen. En hij kon zingen als een nachtegaal. De eigenaar verwachtte dan ook dat Rikkie snel verkocht zou worden. ‘Jij bent mijn goudhaantje’, zei hij altijd. Maar Rikkie raakte niet verkocht. Toen week na week een donzig felgekleurd broertje of zusje van de tak verdween om mee te gaan met een nieuw gezin, kon Rikkie zijn enige foutje niet meer verstoppen. Rikkie had maar één pootje. ‘Het is niet erg’, zei Mamagaai steeds. ‘Dan blijf je maar bij mij. Anders is mijn tak zo leeg.’ Maar de eigenaar dacht er anders over. Hij had plaats nodig voor nieuwe kleine papegaaien. En hij vond het niet fijn dat Rikkie met alle aandacht ging lopen. Iedereen kwam de winkel ingelopen om een praatje met Rikkie te doen, niet met hem. Hij haalde Rikkie weg uit de kooi en zette hem ergens achterin de winkel. Op het onderste rek bij het hamstervoer, zodat hij door iedereen over het hoofd werd gezien. Mamagaai miste hem, maar legde nieuwe eieren zodat ze vijf nieuwe vrolijke pluisbolletjes had om voor te zorgen. Op een dag kwam er een gezin naar de dierenwinkel. Ze wilde graag een papegaai voor hun dochtertje Amalia. De vijf papegaaitjes zongen om ter mooist en deden de meest acrobatische kunstjes. Ze slingerden aan een touw heen-en-weer, ze reden op een éénwielertje en hingen ondersteboven. Maar Amalia schudde bij elke papegaai haar hoofd. ‘Ze zijn te vrolijk’, zei ze. Vader en moeder wisten niet wat te doen. Daarom wilde Amalia toch net een papegaai? Om haar op te vrolijken? Amalia zat sinds een auto-ongeluk in een rolstoel en was ontroostbaar geweest nu ze niet meer kon turnen en fietsen. ‘Ik ga zelf rondkijken en een vriendje zoeken’, zei ze. ‘Ik weet dat er ergens op de wereld iemand moet zijn die me begrijpt.’ Ze bewoog met haar handen de wielen van haar rolstoel en reed voorzichtig door de winkelgang. Rikkie zag haar en zong het mooiste liedje dat hij kende. ‘Wie zit daar?’, vroeg Amalia. ‘O, dat is niemand. Gewoon een kapotte papegaai’, zei de winkeleigenaar. ‘Die wil ik zien’, zei Amalia, ‘want ik ben zelf ook een beetje stuk.’ Rikkie zong harder en Amalia stuurde behendig naar de hamsterkooien. ‘Dus hier heb je al die tijd gezeten’, zei Amalia, toen ze de felgekleurde vogel zag die fier op één poot stond. ‘Ik wist wel dat er ergens op de wereld een vriendje was dat bij mij paste.’ Ze opende de kooi en Rikkie sprong meteen op haar schoot, waar hij zich knus installeerde. En zo reed Amalia de winkel uit, met een pluizige bol op haar schoot die een liedje zong. Haar ouders probeerden haar bij te houden met een grote kooi in hun handen en een zak pinda’s. Mamagaai keek Rikkie na en was zo trots op haar zoon. Hij had de liefde van zijn leven gevonden. Iemand die even veel van hem zou houden als hij van haar. Dankzij Rikkie ontdekte Amalia hoe leuk het was om te zingen. Ze was niet meer verdrietig dat ze niet meer kon turnen en fietsen. Wat er verder van hen geworden is, weet ik niet. Maar hou de volgende jaren dan Belgian’s got talent maar in de gaten. Want ik ben zeker dat Rikkie en Amalia het nog heel ver gaan brengen. En nog lang en gelukkig zullen leven.   

Abetje
3 0