Bij de eerste, valse houtblazersnoot gingen mijn nekharen recht overeind staan. De flow na mijn yogasessie kroop in de vloer.
De afgelopen tien weken zwegen de gangen. Niet de stilte van een daad met voorbedachte rade. Eerder een briesje. Geen dichtslaande deuren, noch in zijn flat, noch aan de hoofdingang. Geen olifantenpotenstappen op de trap, noch slijmerig gehoest van een longdoorrookte bovenbuur die zich muzikant waant.
Tot gisteravond! De pseudojazz noten volgden elkaar al snel op. Het volume steeg in dezelfde vaart mee. Furie nam bezit van mij. Die klopte een laatste keer aan bij hem ... met een hamer.
