De verdwijning van het boek

Anemos
15 mei 2021 · 15 keer gelezen · 0 keer geliket

Midden op het plein achter het oude bibliotheekgebouw stond een grote container. Aan de zijkant stond een bankje van waar Lea de opruimers al twee dagen observeerde. Ze liepen de ladder, tegen het metalen gevaarte leunend, op en af met… boeken!

“Zonde van zoveel boeken die niet verkocht raakten,” zei Albrecht, een jongeman met boekenhonger.

“Ach,” antwoordde Lea, “ze doen gewoon hun werk. De schattenverzameling opruimen.”

“Wat zal je het meest missen?” vroeg hij.

“Mijn eigen boek. Het is nooit afgeraakt. Nu zal mijn verhaal voor altijd verdwijnen.”

Zij was bibliothecaresse op welverdiende rust. Een mooie titel, dacht ze, maar wat ben ik ermee? Net nu ik tijd heb om mijn boek te vinden en verder te schrijven. Het boek dat ze meer dan vijf decennia geleden was gestart was kwijt. Elk vrij moment nam ze haar dikke schrift met harde kaft en verdween in haar verhaal…

 

Ik was kind aan huis bij mijn buren. Daar was maar één kind, Frederik. Hij was een jaar ouder dan ik. Als hij op dinsdag verjaarde, was ik gisteren al verjaard. Zijn feest was elk jaar opnieuw een groots feest, vol suikergoed, taart en wilde spelletjes in de tuin. Ik was één dag per jaar een prinses, dan werd mijn verjaardag meegevierd. Ik voelde me dan een zondagskind.

Bij zijn tiende verjaardag, ik was toen net negen, kreeg ik een dik boek. Er stonden vier verhalen in die elk twee verschillende kanten uit konden. Een kant stond er al in gedrukt. Een andere kant had alleen maar lijntjes, zoals in een schrift op school, voor kinderen die al goed kunnen schrijven.

Weer thuis, met mijn schat, nam ik het boek mee naar bed. Vier verhalen om te lezen, vier verhalen om zelf mee te schrijven. Mijn dagen vulden zich met dromen en avonturen, met goede mensen en echte slechteriken. Ik leerde woorden die ik enkel van mijn oudere zus hoorde. De andere broers en zussen hadden die liefde voor boeken niet.  

Het eerste verhaal ging over een verloren toverboek. Het stond vol spreuken en bezweringen, voodoospreuken en raad bij onheil. Het al aanwezige vervolg had ik opzettelijk nog niet gelezen. Ik begon eerst met alles op te schrijven wat ik uitprobeerde, met de resultaten. Mijn immer boze schooldirectrice bijvoorbeeld, kreeg op een dag vreselijke hoofdpijn en moest zeker een week thuisblijven. De turnlerares wilde alleen nog maar dansen en spelletjes doen, zoals verstoppertje en trefbal. Die saaie evenwichtsbalk en de bok en de plint stonden in een hoekje van de turnzaal. Maar de strafste gebeurtenis was mijn eigen verdwijning. Zomaar pardoes had ik, op een zomeravond in de tuin toen de anderen tv keken, de verdwijnspreuk uitgesproken: “Oh, Grootheid der grootheden, Tovenares en mijn Grote Weldoenster, laat mij hier verdwijnen en nooit meer terugkomen.”

Misschien hoopte ik dat het niet zou lukken. Maar wat moest ik dan opschrijven? Echter, het lukte! Ik voelde een zak over mijn hoofd gaan. Iemand trok aan me. Ik liep mee. Het was vreselijk spannend. Waar zou ik terecht komen?

 

“En toen?” vroeg Albrecht. Lea’s verhaal werd onderbroken door de grote vrachtwagen die de volle container zou wegtrekken.

“Tja,” zei Lea, “Het was een trucje van Frederik. Die verveelde zich zo vaak in zijn eentje dat hij meeging in mijn verzinsels. Ik wilde toen dat ik die kon afmaken.”

“In dat boek?”

“Dat hebben we nooit meer teruggevonden. Ik vermoed dat mijn vader het oppakte toen hij me die avond zocht. In dezelfde week hebben we een kampvuur gehouden met ons hele gezin. Ik herinner me nog zijn verbeten blik…”

“Het is echt gebeurd!?”

“Niet alles,” lachte Lea, “ik ging wel vaak naar Frederik en rond mijn negende begon ik zelf in een schriftje sprookjes te schrijven. Toen ik hier begon te werken, begon mijn eerste echte schrijfboek. Tot ik het laatste kwijtspeelde.”

“Dat moet toch te vinden zijn,” grommelde Albrecht. Hij stond recht en liep de ladder, tegen de container, op en nam een duik in de boeken. Net toen reed de vrachtwagen langzaam weg.

“Hemeltje! Jongen toch, kom daar uit!” riep Lea. Het duurde even, maar toen zag ze een arm omhoog gestoken met een schrijfboek in de hand, verdwijnend met de vrachtwagen…

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

Anemos
15 mei 2021 · 15 keer gelezen · 0 keer geliket