hij kijkt nu al acht jaar op en neer
naar mij en volgt hoe ik kunstenaar ben
in hem missen
hij knipoogt terug
terwijl ik een roos voor hem neerleg
glimlacht en strijkt door mijn haren
met de zon op mijn kruin
de westenwind tovert een koppel
zebravinken op zijn schouder
hij strijkt hun pluimen glad
met vers gedroogde pitten
geeft hij hen energie om mooi te wezen
dat net hij mijn vader is
en niemand uit een dozijn
aanbidders van mijn verleidelijke mama
maakt me trots op de naam
die in steen gebeiteld staat
NovemberVers2026/1