Zelfs voor een dag achter behang
geen animo. Ik zit verademd vast, knip uit
mijn ogen, deemster weg het licht.
Ik teken halve hoofden met opgeheven vinger,
gekaakte haringkoppen en pijn
voor bij de koffie.
Ik wil op geen mening betrapt,
liegen als ik zeg 'ik denk dat', voor ieder glas
een ander en schreeuwen om onhoorbaar
te verdwijnen, al was het maar
voor half een dag. En/ of
zelfs dat niet.
Ik teken, was getekend, vertik
en verder niets; Ik breek uit mijn bek
en blijf niet opstaan tegen schuldig nietsdoen
/ vijandig autisme / koude bonensoep.
Ik daag uit de rots en zit stokoud
mijn jonge jaren in de weg.
Vanwege de kou, vanwege de kou.
Vanwege!
* bij een schilderij van Georg Grosz