Je staat er voor
vaker dan je lief is
een stille wand van hout die jouw verlangen niet kent
Je klopt
zacht, dan harder
tot je knokkels branden en het hout jouw moed opslokt
Geen kiertje
alleen de koude vloer die je langzaam naar beneden trekt
Daar zit je dan
met je rug tegen wat niet wil openen
Je gedachten maken je wijs dat je misschien gewoon moet omkeren
Wegwandelen
Opgeven
Je eigen geluid overstemt fluisterend die gedachten
Misschien openen deuren pas als je er echt in gelooft
Je komt overeind en klopt het stof van je broek
Je knokkels geven je nog één kans
dus - je klopt opnieuw
Vol overgave
Want achter al dat hout wacht een ruimte waar jij thuishoort