Steek ik de brug over? Van koppig blijven liggen naar opstaan.
Steek ik de brug over? Van piekeren naar positieve mantra's.
Steek ik de brug over? Van stilstaan of zelfs afdalen naar groeien en bloeien.
Steek ik de brug over? Van eindeloos herkauwen naar bewust worden.
Steek ik de brug over? Van verwaarlozen naar voeden.
Steek ik de brug over? Van vet en vuil naar gezond en fris.
(al werkt onze douche op dit moment niet echt mee!!).
Steek ik de brug over? Van angst en haat naar geloof en liefde.
Steek ik de brug over? Van verlamming naar vertrouwen.
Steek ik de brug over? Van eindeloos redeneren, betogen, argumenteren, bekritiseren, herhalen, herhalen, en nog eens herhalen naar beleven van het nu.
Steek ik de brug over? Van zelfveroordeling naar zelfaanvaarding.
Steek ik de brug over? Van verstikkende, verzengende hitte naar elke dag wat meer dauw.
De brug oversteken is nooit zo moeilijk als 's morgens.
Maar ik weet dat de dauw op me wacht.
Dauw is wat de natuur zichzelf geeft.
Versmoord, verzengd, verhit en verdord, laaft Moeder Aarde zich in dauw.
Koestert zich in een verkwikkend voetbad, om straks verder te kunnen in de droogte.
Zo stilt zij haar pijn in haar aderen, in haar rivieren.
Zoals mijn (spat)aderen intens nagenieten van een verkwikkend voetbad.
Dauw draagt de droogte heel even weg.
Dauw dompelt nacht in draaglijk donker.
Dauw draagt Moeder Aarde in haar overleven.
Over-leven.
Voor het échte, volle leven, moet ik nu onder de regen zijn.
Voor het échte volle leven, moet ik nu bij stromende, spetterende, gietende, gutsende watervallen zijn.
Maar dat heeft mijn steppe nu even niet.
Hoe draag ik mijn steppe doorheen deze droogte?
Hoe tover ik mijn steppe terug om in een groen, bloemenrijk en wild woud?
Waarin onder andere mijn woudnimfje kan rond dartelen?
Hoe voed ik die bron in mijn woud?
IK WEET HET NIET ! ! !
Maar zolang mijn bron niet zichtbaar en gevoed is, draagt dauw me doorheen deze steppe.
Elk dauwdruppeltje is een diamant om NU van te genieten.
Zo een diamanten dauwdruppel, is een ontdekkingstocht langs eetbare kruiden met mij als gids.
Zo een diamanten dauwdruppel is een verhaal vertellen, of meerdere.
Zo een diamanten dauwdruppel is soms Gerda, die me opnieuw leert ademen.
Zo een diamanten dauwdruppel is soms Leo, die me mijn kleuren weerspiegelt.
Zo een diamanten dauwdruppel, is de lichtcirkel, die een vuur aansteekt en in mij weer vonkjes en vlammetjes doet opflakkeren.
Zo'n diamanten dauwdruppel, is soms een koestering van twee grote, warme, zachte handen , die me drenken in olie en zachtjes mijn bolster open kneden.
Zo een diamanten dauwdruppel is vaak dans.
Zo een diamanten dauwdruppel is nog vaker Koen.
Nee, Koen is geen diamant,
Koen is een hele schat van diamanten.
Een rots waarop ik kan bouwen, en waarin een goudmijn zit.
Een andere diamanten dauwdruppel heet folk.
Folk; een traditionele worteltaart gebakken op gestoomde muzieknoten en gevuld met gezelligheid.
Geserveerd op een bedje van authenticiteit en ongedwongenheid.
Met verbinding als slagroom en eenvoud als kruimeldeeg.
De kers op deze traditionele worteltaart is levensvreugde.
Folk; een ware warme lekkernij voor de ziel.
En laat ik die schare van diamanten dauwdruppels niet vergeten, die zich kennissen en vrienden noemen.
Wat een dauwdruppels zijn zij!
Duizendvoudige flonkeringen van inspiratie stralen ze uit.
Onvermoeibaar schitteren ze.
Tonen me in alle spiegelende kleuren, hoe mooi ik ben.
Tonen me in welke hoekjes nog vuil kan zitten.
Welke kantjes misschien te scherp zijn.
Tonen me in zoveel kleurende spiegels de weg naar mijn kern.
Mijn woud kan dan nu wel opgedroogd zijn tot een steppe, maar iedere keer als ik rondom mij kijk, pinken en wenken zoveel duizenden diamanten dauwdruppels.
Ik voel me schatrijk!
