het zwijgrecht is verlopen, er zijn dingen die gezegd,
in haastige lijnen, in halve zinnen, kromgetrokken van
het wachten in spreekbuizen die maar niet op adem
kunnen komen.
je wist niet welke woorden je aan je strottenhoofd kon
toevertrouwen zonder ongeloofwaardig te klinken,
je moest je kaken stijf op elkaar houden omdat je
het nuttige van het aangename wilde scheiden, het
snappen van het snakken, waardoor de afvoer
verstopt raakte: doorspoelen lukt niet meer,
er moet iemand gebeld.
een clown kan ook niet kiezen tussen lach of traan,
ieder mens heeft toch een andere kant,
zelfs een ui laat zich in laagjes pellen,
je wilt dubbelzijdige verlamming van je
stembanden voorkomen, liever redeneer je in cirkels,
oneindig veelzijdig trekken ze wat krom is rond.
je kunt je denkhart ontwikkelen, of je buikbrein,
of gewoon stoppen met zwijgen,
zwijgen is goud maar jij gaat voor zilver,
je eist je stemrecht op om eindelijk te
kunnen horen hoe je klinkt.
