Als baas is hij ermee vergroeid.
Hij is de slaaf van zijn fabriek.
De machines draaien, de muren beven.
De band rolt steeds maar naar de slurf.
Op weg naar buiten vallen slierten af.
De directeur davert na drie dagen op zijn benen.
Al zo lang wacht hij op een afgewerkt product.
Soms snauwt hij bevelen. Hij drinkt of kan de slaap niet vatten.
Hij ontkrult zijn slurf en strekt hem als een kraandrijver op.
De band beweegt. De snelheid houdt hij onder controle.
De machines blijven draaien en de kraan klopt.
Hij voelt zich pas verlost als het vocht zijn slurf uit schuift.