De eerste golf rolt aarzelend over haar heen, eb en vloed in haar onderbuik. De tweede beukt in als springtij, een vloedgolf die bezit van haar neemt en zich over haar uitstort. Het verjaagt de slaap. Ze klemt haar dijen tegen elkaar. Rillingen jagen door haar lijf, spier voor spier trekt samen. Haar zware hoofd probeert zich los te maken van het kussen. Een zucht. Ogen die openen en weer bezwijken. In haar ooghoeken talmt de nacht. Ze ontwaakt met een natte gloed in haar dijendal.
Een schrijnend gemis moet het zijn, wanneer de slaap zichzelf op deze hulpeloze wijze troosten moet. Ze denkt terug aan de vorige keer dat het haar overkwam in de verstikkende zomergloed. Zo’n hitte waarin de lucht aan de huid kleeft en stolt tot een onwrikbare deken van lood.
De droom die haar hier bracht, zindert na. Een droom waarin ze zijn zachte hand dichter naar zich toe trok. Zijn nagels die krasten in het vlees van haar heup. Een dwalende tong over een gewillige hals. Gespreide dijen als een kust waar iemand mocht aanspoelen. Hoe een man vol overgave haar druppelende toewijding dronk. Een vrouw die boven op een man klom, deinend in een zoekend ritme, als helmgras dat zich buigt en overgeeft aan de late zomerbries.
De bedrand is plots een onneembare klif. Ze wil enkel nog sluimeren. De droom blijven spinnen tot de volgende nacht zich aandient. Haar spieren verslappen, maar diep tussen haar dijen zinderen de kalme golfjes na – de getemde zee. Ze brengt haar hand opnieuw naar haar dijendal. De herwonnen cadans wiegt haar in trance. Haar ogen sluiten zich. Nog. Opnieuw.
Strakgespannen wacht ze op de tweede vloed. Ze hunkert ernaar om meegezogen te worden, kopje-onder te gaan. Nog. Ze smeekt in stilte om weer van de wereld te worden weggevaagd. Haar spieren spannen zich in een boog. Haar lippen bewegen, maar de kreet blijft steken. En dan, met een ademtocht, breekt het. Ze grist het laken van de bedrand. Haar vingers kneden het tot een haastige prop en duwen het tussen haar dijen. Een surrogaat voor het lijf dat ze nu zo vurig tegen het hare wenst. Met de laatste kracht die ze in zich vindt, perst ze haar dijen samen. De druk stuwt een allerlaatste golf door haar lijf. Ze is aangespoeld in de branding van een nieuwe dag.