met trillende vingers druppel ik druppeltjes
in mijn roodontstoken linkeroog
(neem deze druppeltjes maar, zei de apotheker,
dan kijk je niet zo wazig, en die zijn ook niet
zo vettig als terramycine, veel beter en alles
wordt altijd beter, dat zeggen ze, dat zeggen
ze zo veel, maar wat als het oog eruit ettert
en ook mijn andere oog - niets meer te zien -
en het stopt niet, het woekert voort, zonder
genade, zoals alles altijd zonder genade)
het prikt een beetje, maar dat geeft me
het gevoel dat het helpt, en dat stelt me
gerust, dat kleine druppeltjes druppeltjes-
gewijs het verschil kunnen maken