als een onvervulde nood
verschijn ik als een zwelling
rond waar nood geen antwoord kent
waar enkel schuld bijeenhoudt
wat samenhangt in het gemeenschappelijk
uiteenvallen
waar een veel meer dan dat
de vernietiging uitmaakt
van zijn
in assen, in brokstukken, in
afval
gratis
achteloos op straat gezet
niet gewild, niets willend,
een kortsluiting
van een onvervuld verlangen
we lijken elkaar
als keizer die kijken
naar brandende lichamen
een ceremoniële verbranding
appetijt van de zonde
naar lichamen verstrooid
tussen tranen van afscheid
van houden van, van houden
vasthouden
