Vandaag begint ze
met het vertellen van haar verhaal.
Wat ze vervelend vindt: dat er dit keer wél wordt geluisterd.
Hoe vertelt ze haar verhaal wanneer er wordt geluisterd?
Hoe kan ze zich nog verstoppen, met de ogen op haar gericht,
en de vragen die haar worden gesteld?
Ze vertelt een verhaal dat ze niet wil vertellen.
Ze wil het niet horen, en voelt dat het,
wanneer men luistert, echt zal gaan bestaan.
Ze wil niet dat het bestaat.
Zij wil bestaan. Zonder dit verhaal.
Ze probeert woorden te schrappen, leest ze
in een andere volgorde voor.
Ze struikelt, over woorden, en haalt haar knieën open
op de harde ondergrond.
Ze vraagt zich af wat er nu zal gebeuren,
nu er niet meer kan worden geluisterd om te begrijpen.
Zal men toekijken hoe verhalen struikelen
en hoe daaraan niets is te doen?
Zal men pleisters plakken? En wie wilt dan wie verzorgen?
Een pleister is iets waarnaar men durft te kijken.
Een pleister, en een ijsje voor de troost.
