Na vele jaren zagen ze elkaar terug
Hij zag het eenzaam sproetje op haar neus
Zij zocht naar de fonkellichtjes in zijn ogen
En ze herkenden elkander
Om de beurt voerden ze een voorstelling op voor elkaar
Hij vertelde een flauwe mop
Zij haalde haar vingers door haar haren,
Hopend dat hij de geuren rook die zij er vlijtig had ingekneed
En dan werd het avond
En de regen maakte hun voeten nat.