ik zie ze op het strand, de parmantige plevier,
de hoogpotige wulp, de elegante drieteenmeeuw
naast haar grote broer, ik zie ze in de duinen,
het half verscholen fazantenpaar, de grote
grazers, de spreeuwen, zwermend, altijd op
de vlucht, op weg naar.
voedselzoekers zijn het, wie leven wil moet eten,
zonder voedsel geen boer, geen mens, geen dier,
geen plant, zelfs de aarde hongert, de zee heeft
zuurstof nodig, alles eet, alles is in beweging, er
moet gegroeid, iedereen heeft nood aan
celvernieuwing, aan niet blijven waar je bent.
bezige bijen zijn we, rupsjesnooitgenoeg,
doorbijters, speurneuzen, kruimeldieven, soms
uitvreters, iedereen wil een graantje meepikken,
doet mee met een spelletje koekhappen of hielen
likken, sommigen zijn aasgieren: de een z’n dood,
de ander z’n brood.
honger is de aard van het beestje, we kauwen en
knagen ons door onze jaren heen, we happen
onze kaken moe, we eten door tot we verzadigd
zijn en de slaap ons overvalt, in de ochtend roept
een nieuwe honger ons naar hetzelfde ontbijt,
altijd op de vlucht voor.
afbeelding: pixabay honger maaltijd

