En toen was de wereld van mij.

Ellis
26 mei 2021 · 10 keer gelezen · 1 keer geliket

Knallen regenen uit de lucht zoals vuurwerk en veroorzaken een schoolplein vol geschreeuw. Ik kijk naar rechts als ook Aisha het uitroept. Er steekt een pijl uit haar rug. Om mij heen vallen nog meer mensen om. Bloed stroomt over Aisha’s rug. Ik hurk om een kleiner doelwit te vormen en ga beschermend voor Aisha zitten. Geen EHBO training bereid je voor om een pijl uit iemands rug te verwijderen. Ik breek de pijl zo kort mogelijk af en gooi het uiteinde opzij. Voorzichtig til ik Aisha op, ervoor zorgend dat de kop van de pijl niet verder in haar rug kan komen. Warm bloed druipt langzaam op mijn kleding en maakt mijn handen plakkerig. Ik ren de school in en sluit ons op in een leeg lokaal. Met grote ogen draai ik mij naar mijn vriendin toe. We zijn ook zo verdomd kwetsbaar. Onze rug en buik en nek en hoofd zijn allemaal niet bedekt. Geen wonder dat ze deze menigte als doelwit hebben gekozen. Aisha kijkt mij bang aan. Ik schud mijn hoofd. 

“Daar kan niets aan gedaan worden,” zeg ik. Even fronst ze, dan kijkt ze paniekerig mijn kant op. 

“En nu?” fluistert ze. Ze heeft niet lang meer. Ik pluk takken van de kamerplant die in de hoek staat en schuif tafels tegen elkaar. Ik leg haar op de tafels en leg het groene boeket in haar handen. Haar pupillen vullen haar hele irissen. 

“Ga ik... Dood?” vraagt ze. Dan hoest ze en spuugt ze bloed uit. De tafels zijn rood en plakkerig. Ik knik. 

“Mijn ouders…” zegt ze. Ik knik weer.

“Ik zal het zeggen. Ik zal zeggen dat je van ze houdt.” Ze sluit even haar ogen en probeert dan nog een keer diep adem te halen, maar het lukt niet. 

“Dag Aisha,” zeg ik en ik loop het lokaal weer uit. Het is hem gelukt. Ik ga meteen door naar buiten. Het is chaos. Bosjes mensen staan bij elkaar te huilen, wie niet dood is, is wel gewond. Ik trek mijn schouders op en loop tussen de menigte door. Voor deze ene keer krijg ik geen rare blikken. Ze merken mij niet eens op. Mooizo. Een schaduw valt over de tieners. Ik kijk omhoog en glimlach naar de donkerrode gloed. Ik wist het. Ik fluit en de draak land op de weg. Nu zien mijn schoolgenoten hem wel. Ik ga op de nek van de draak zitten. We stijgen op en gaan richting het bos, naar Blake. 


“Dus je hebt hem, het vingertopje,” zeg ik. Hij knikt en laat een sleutelhanger voor mijn neus op en neer slingeren. Het is een 3D geprinte vingerafdruk, gemaakt van zacht rubber. Mijn moeders vingerafdruk, voor altijd in een sleutelhanger veranderd. 

“We moeten gaan,” zegt Blake nors en hij kijkt mij even aan. Ik kijk boos terug.

“De machine staat in het bos, de vingerafdruk was inderdaad hetgeen dat de machine kon activeren,” zegt hij dan. Ik knik gerustgesteld en volg hem naar de draak. Als we eenmaal vliegen grijnst hij zijn gele, scheve tanden bloot. Ik schuif zo ver mogelijk van zijn dikke lijf vandaan en adem door mijn mond om zijn geur niet in te ademen. 

“Op naar de baas,” mompelt hij. 

“Ik ben de baas,” zeg ik. Hij vloekt en ik glimlach. Ik klop op de flank van de draak.


Ze zullen denken dat ik mezelf niet ben, dat een heks uit de tijdreis in mijn plaats is teruggegaan. Die pap en mam, ze zullen het hópen. 


We gaan naar het geheime lab. Het lab van mijn ouders, waar ze zich verdiepen in tijdreizen. Nog geen verdwaalde stofkorrel zou binnen kunnen komen. Zelfs journalisten wagen het niet om in de buurt te komen, bang voor de camera’s.

Weten mijn ouders veel dat de beveiliging één gat heeft: mij. Weten zij veel dat ik, hun bloedeigen dochter, al de geheime informatie steel.

Het lab moet nu leeg zijn, iedereen zal op de sprookjesfiguren af zijn gegaan die ik heb losgelaten met mijn tijdmachine. Mijn ouders zullen voorlopig druk bezig zijn en niet aan hun eigen tijdmachine denken. 


Blake gooit de sleutelhanger naar mij. Ik haal een steen uit de muur, doe de geheime deur open, wandel de gang in en loop op de verroeste stoel af. Ik draai hem om en duw mijn moeders vingertop tegen de poot. De stoel zegt bliep bliep. Ik zucht. De namaak vingerafdruk werkt. Een geheime deur in de wand gaat open en de nepdeur verder in de gang licht kort groen op.


Ik knipper om te wennen aan de felle tl buizen. Dan sla ik rechtsaf, linksaf, derde rechtsaf en ik ben op bekend terrein. Ik loop langs mijn vaders kantoor, langs mijn moeders lab en ik passeer de bibliotheek. Dan kom ik in het verborgen trappenhuis. Een herinnering kruipt omhoog en ik glimlach. 


“Het zou heel veel betekenen als je dit doet.” Vlinders vulden mijn buik. Ik moest bijna overgeven van geluk. Hoe kunnen ze zo dom zijn? Dit was fantastisch. Het was onecht. Mijn ouders wilde mij als proefpersoon naar het verleden sturen. Omdat ik hun project zo interessant vond. Ze moesten eens weten. Ze moesten eens weten dat ik hun tijdmachine precies had nagebouwd. En nu zou ik leren hoe ik hem moest gebruiken.

De tijd was aangebroken. Ik stapte de machine in, op weg om een heksenjacht mee te maken. 

Alles gebeurde precies zoals in de geschiedenisboeken stond. Het was vlak en de figuren hadden een vaag randje. Ik kon de papier pagina's bijna zien. Het hele kwartier dat ik er was heb ik mij doodgeërgerd aan mijn ouders domheid. Dit was geen tijdreizen. Dit was VR, natuurlijk veel gaver dan VR, maar het zou pas echt gaaf zijn als het andersom kon. En met andere boeken. 


Daar staat hij, de originele tijdmachine. Of beter gezegd: de originele ultra-VR-machine. Want wat hadden pap en mam nou gedaan? Ze hadden een nieuwe dimensie gecreëerd waar woorden uit boeken, waar verhalen tot leven komen. Zoiets als je verbeelding. En verbeelding bestaat al, hoe kúnnen ze dit een doorbraak noemen? Wat ik heb gedaan is pas revolutionair.


Ik plug een usb stick in het ding en duw Blake aan de kant. Meteen komen er trollen, draken en andere monsters uitgekropen. Mijn programma werkt. Ridders, bewapende oermensen en afrikaanse legers stromen weg en vernielen het hele gebouw. De codes die ik geschreven heb zetten jou niet in een boek of verhaal, maar zetten de letters om tot levende wezens uit de boeken en verhalen. Ik draai mij om naar Blake.

“En nu?” vraagt hij. Ik grijns. 

“Fase twee,” zeg ik.


Ik loop naar buiten, het dak op, de politie heeft ons al omsingeld. Helicopters vullen de lucht. Overal om mij en Blake zie ik rode en blauwe zwaailichten. Ik laat een harde boer en fluit dan op mijn vingers. Mijn leger komt eraan, mijn draak, pratende leeuwen, echte heksen, oeroude tovenaars. Ze vegen de blauwe pakjes zo omver. 


Pap en mams eigen creatie heeft al hun werk vernietigd.

Nu ligt de wereld aan mijn voeten. 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver en help je hem of haar verder op weg.

Ellis
26 mei 2021 · 10 keer gelezen · 1 keer geliket