De tickets voor de Gallerie degli Uffizi had ik thuis afgedrukt. Tussen 10.15 u en 10.30u mochten we binnen. Voor het tijdslot na ons stond er ook al een lange rij te wachten, maar wij konden vlot binnen.
“Wat zal ik eens doen in het museum?” zei Shania.
“Ja, wat kan je zoal doen in een museum?” antwoordde ik.
“Is hier ook een cafeetje?”
“Shania, je kan ook naar kunst kijken.”
“Dat is iets voor jou, Petra. Ik denk dat ik het hier nogal snel beu ga zijn. Jij kende al die namen van die standbeelden buiten in die galerij. Ik kende er gewoon geen enkele van en ze zeggen me ook niets. Dat gaat hier binnen in het museum net hetzelfde zijn. Hoe lang wil je hier binnen blijven?”
“Toch wel een paar uur, vermoed ik. Er zijn een paar werken die ik zeker wil gezien hebben. Ik wil de kleuren zien die ik enkel via afbeeldingen in boeken of op een scherm ken.”
“Ik ga meegaan, hoor, maar als ik het niet meer aankan, ga ik je laten doen. Is dat goed voor jou, liefje?”
“Natuurlijk.”
“Dat wil niet zeggen dat ik jou niet graag zie, maar ijsjes likken op een terras of winkeltjes in en uit lopen is meer iets voor mij.”
Shania legde haar hoofd op mijn schouder en zuchtte diep. Ze haakte tegelijk in onder mijn arm en zo schuifelden we verder in de rij.
“Hoe komt het eigenlijk dat je zo geïnteresseerd bent in kunst? Dat wist ik niet van jou.”
“Hij was eigenlijk de kunstliefhebber.”
“En jij wilt kijken of het jou ook iets doet.”
“Ik voel me precies dichter bij Hem als ik naar kunst kijk. Hij sprak wel eens over een tentoonstelling of een museum, niet eens zo veel, maar het is pas nadat ik al die kunst in Zijn appartement vond dat ik besefte hoeveel het voor Hem betekende.”
“Je wilt die kant van Hem leren kennen.”
“Zoiets. Maar ik vind het zelf ook de moeite, hoor. Ik herinner me dat Hij me ooit voorstelde om samen naar hier te komen, maar dat is er niet van gekomen.”
“En nu wil je toch, ook al is het zonder Hem.”
“Ja, maar de kunst doet mij ook iets. Ik merk dat ik, los van Hem, zelf geraakt word. Weet je dat Hij ooit gezegd heeft dat je elk werk minstens een kwartier van je tijd zou moeten gunnen, pas dan zou je weten wat het werk werkelijk waard is voor jou.”
“Ik ben blij dat ik met jou mee mag, echt waar, maar elk werk een kwartier?! Dan zijn we hier nog niet buiten, vrees ik.”
Ik haalde de geprinte tickets uit mijn handtas. Nog één koppel en drie man voor ons en dan konden we naar binnen, waar zich opnieuw een rij vormde.
“Moeten we daar ook nog aanschuiven, of wat?”
“Dat is de metaaldetector, Shania. De kunstwerken hier zijn zo uniek en belangrijk dat je niks scherps mee naar binnen mag pakken.”
“En ook geen flesjes water, precies, dan drink ik dat van mij nog snel op.”
Tien minuten later stonden we binnen en werden we door een paar kleinere en kille ruimtes naar een trap geleid. De rondleiding begon op de tweede verdieping en voerde naar de overkant van de straat, daar zouden we een verdieping zakken en terug naar deze kant komen. Er stonden wegwijzers voor een ‘korte’ tour die enkel langs de belangrijkste werken ging van Boticelli, Leonardo da Vinci, Michelangelo, Raphael en Caravaggio en een langere route. We namen de ‘langere’ route. In de eerste kamer was er een houten kruis te zien uit de late twaalfde eeuw.
“Voilà, je kan eraan beginnen. Doe maar, ik volg je wel zo lang als ik kan.”
Het was onaangenaam druk en mijn voornemen om bij een aantal werken minstens een kwartier stil te staan, bleek niet mogelijk. Zeker niet bij de topstukken, daar stonden dikke drommen toeristen verveeld te luisteren naar wat een gids in hun oortjes vertelde. Ze probeerden een foto te trekken van het schilderij dat door een glas beschermd werd en daardoor een onnatuurlijk glans kreeg, of een selfie die ze dan onmiddellijk op hun socials postten. Voor de annunciatie van Leonardo da Vinci was er vreemd genoeg weinig belangstelling. Daar kon ik toch enige tijd vertoeven, maar dat was zowat het enige topstuk waar dat lukte.
Ik nam me voor om in de boekenwinkel beneden een mooi en groot kunstboek uit te kiezen waarin de belangrijkste werken werden afgebeeld. Er hing hier prachtige kunst, maar door al dat volk en door de ongelooflijke veelheid aan werken, geraakte ik overprikkeld. Een museum was precies niet de ideale omgeving om van kunst te genieten.
Shania liep verloren achter me aan, nam een paar selfies en moest twee keer naar het toilet. Ze leek nog het meest geïnteresseerd in de Romeinse beelden overal in de gangen en nam er foto’s van. Pas jaren later liet ze me terloops die foto’s zien, die ze per ongeluk, zo zei ze, nooit gewist had. Ze waren prachtig. Ik liet ze op A4-formaat in zwart-wit afdrukken en hing ze in de woonkamer op. Maar ik loop vooruit op de feiten.
“Niemand kijkt naar die Romeinse beelden,” zei ze, “Ik geef ze tenminste ook wat aandacht. En die blote piemels zijn geinig.”
Nadat we een koffie gedronken hadden in de cafétaria, met uitzicht op de koepel van de kathedraal en de toren van het Palazzo Vecchio, Shania nam een stuk chocoladetaart erbij, spraken we af in het hotel. Shania had genoeg gehad. Ik ook, maar ik gaf dat niet toe.
“Jij bent dan wel sexy in een museum, maar ik heb meer winkeltjes nodig.” Ze beende met grote stappen weg en wiegde met haar heupen. Heel wat mannen keken haar na en ik ook. Even wilde ik dat ik op vrouwen viel en dat ik verliefd kon worden op haar.
Ik slenterde terug naar een paar zalen die we al gezien hadden. Ik had tijd, bedacht ik me. Ik moest me voor niks haasten. Het was minder druk, in ieder geval minder groepen die overal de weg versperden.