stopt spreekt mij aan nu ze mij hier toch
ziet vegen staat spreidstand over
haar fiets, hand aan het stuur,
of ik vanuit mijn tuin de tribune zie
nee, enkel bos of ik toch uit wil kijken
voor steekvlam in de nacht
vuur gemaakt van houten banken, straks
staat het hele bos in brand of ik dan 112
of misschien mijn nummer ook
in haar telefoon en die van vader
de voorzitter en ik de zijne dan krijg
en of ik echt niets zag zo dicht
want dat moet vast een pluim
van rook en het droge bos vlakbij
en nu een gat dat snel kan opgestookt
met planken van de banken.
dan fietst ze weg eerder traag
ze neemt mijn rust op sleeptouw
een halve nacht aan wakker
aan liggen luisteren en weer op
voor auto’s die niet horen hier,
toch niet zo laat, doodlopende straat,
met aanstekers of ander vuur
ik zie nog niets maar tel wel ieder uur
