Mijn ouders heb ik in de aanloop
naar mijn poëzie verscheurd.
In eerste verzen heb ik ambitieus
er maar één snipper uitgelicht.
Ik schrijf gedichten niet zo fair.
Ik lijk op Xi: ik leg mijn burgers
geen Mercator-wereldkaart voor.
Ik plaats het Westen op de randen.
En net als hij speel ik graag go.
Ik omsingel met de glimlach landen,
wurg rivalen langzaam en infiltreer
hun achtertuinen zonder troepen.
Ik neem mijn tijd en tart mijn ouders.
Ik schuif ze lieflijk aan de kant. Ik volg Xi.
Tegen het eeuwfeest dring ik mijn Chinese droom op.
Dichten heeft me tijd gekost.