De Vlaamse vijver zwemt in kroos.
In het midden borrelt een fontein.
Alleen de eerste golven zijn nog helder.
Groene rimpels drukken tegen oevers aan.
Jong ben ik de vijver ingedoken.
Boven water blikkerden Merckx en Cruijff.
Hun voetstuk verblindde, maakte klein en boos.
De kleur van ergernis was blauw.
Naar de stralen in het midden zwom ik:
Hermans, Reve, Mulisch - jaren oefentaal.
Vechten tegen sport en eigen krassen.
Liggen langs een literair liniaal.
Wat tussen algen opspoot, was me helder.
De meetlat was vrouw en vrienden vreemd.
Familie flitst hier ook maar langs
en bij kinderen koop ik op krediet.
Groene golven glijden tegen oevers aan.
Me aan Randstad-bronnen laven
drijft me door het Vlaamse kroos,
duwt me naar de krappe kant.