De zwangere geuren zijn hier net dorstige vlinders, weerloos als robotmaaiers
op gladgeschoren gazons
De gretige meisjes groeten je zo oprecht als gemompelde weesgegroetjes, onschuld
verliest even zijn houvast
De betraande zigeunerogen echter, kleine tegenslag, ontberen de lila zachtheid
van cumuluswolken
Maar wie hier wandelt neuriet koeterwaals in een zoemend laantje zonder vrees,
wijd gebarend
Mooier gezegd: het landschap hult zich stil in een gekromde vacht van zwarte aarde,
enkel kracht te wezen
Hoor, hoe de omweg dronken slingert, de wind tegen de haren strijkend, godgeklaagd
tegen beter weten in
Waarneming: in een luie sloot zonder kant noch wal is het goed toeven voor de
zeldzame lanterfant
En ik? Ik kijk hoe beeldspraak de horlepiep danst met breedspraak, het beste beentje
voor, een tandje erbij
Vals spel! Reeds worden de benen genadeloos gespreid: een overmoedig leesteken verandert
in een litteken

