Even geleden poseerde ik omdat mensen mij op de foto wilden. Het was niet eens moeilijk recht in de lens te kijken. Mijn ogen hebben iets. Ik weet niet wat (talent, karakter) maar ze hebben iets. De fotograaf maakte van mij een zwart-wit keeshondje maar je moet me zien rennen rondom het huis met mijn blonde pels op korte pootjes. Het keffertje dat je in mij zou kunnen vermoeden is onbestaand, ik ben zo stil als het verlangen naar stilte. Vaak zijn het mensen die zo'n verlangen hebben in een luide wereld die hen omringt. Ik ben geen zwart-wit denker want in mijn kopje zit kleur, heel veel kleur hoewel het roze manifest aanwezig is. Mijn verzorgers kozen voor mij omdat ik er niet groot en gevaarlijk uitzie. Bijkomend kunnen ze niet zonder huisdier. Blij dat ik was toen ze mij verhuisden van het ene naar het andere! In het andere (mijn nieuwe thuis) vinden geen mishandelingen plaats, ik moet mijn kopje niet laten onderduiken als een hand het wil strelen. Aai me maar, ik heb geleerd dat de angst mag verdwijnen. Ps: ik zoek een derde thuis. Mijn verzorgers verblijven respectievelijk in de kliniek (hij) en dolend in de aandoening dementie. Hij is er erg aan toe. Ik ben voorlopig nog bij haar (mijn moeke) en krijg de laatste dagen veel porties eten, alsof ze het tellen verleerd is. Ze zegt nog altijd meisje tegen me. Schatje, zoetje. Sinds gisteren mag ik in bed of is dat inbeelding? Het voelde toch alsof ik naast haar had geslapen, zo geloofwaardig vertelde ze het. Hallo, jij daar! Kijk nog eens naar mijn foto en in mijn ogen. Zeg niets en heb me lief.
Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.
Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

