Ingrid Strobbe

Gebruikersnaam Ingrid Strobbe

Opleiding

Starten met schrijven (Wisper): door Ingrid Verhoeven.
Van gedachten naar gedichten (Wisper): door Lies van Gasse.
Literaire Creatie bij Hilde Keteleer (1 jaar & iets meer)

Publicaties

De Schaal van Digther, De Contrabas, eentweepowezie, De NWR, hetgezeefdegedicht, publicatie 'Waggel' in Beeldexpress november 2014, publicatie 'Ersertok' in Beeldexpress, publicatie 'Blus' in Beeldexpress

Prijzen

Turing Gedichtenwedstrijd 2012, feedback op mijn gedicht 'Kanaal'
Turing Gedichtenwedstrijd 2012, feedback op mijn gedicht 'Man tovert'
TG, feedback op mijn gedicht 'Astrid'.
Winnend eentweegedicht (1P2) bij de foto van Onur Dogman.
Winnend gedicht 'Waggel' bij een foto van Luc Ongena.
Winnend gedicht 'Ersertok' bij een foto van Robert Boons.
Winnend gedicht 'Blus' bij een foto van Marleen Hiels.
Nominatie Kronkelprijs 2015, met mijn gedicht 'samen'.
Top 100 van Turing Gedichtenwedstrijd met 'De stad groeit toe'.
Laureaat Guy Commermanprijs 2017 met mijn gedicht 'Afbraak'.
Eervolle vermelding met het gedicht 'Kon je maar die' in Sint-Truiden.
Laureaat (top tien) van de wedstrijd 'kindertijd' van oc nieuwe vaart.
Feedback op mijn gedicht 'sehnsucht' : De gedichtenwedstrijd (ex-Turing) 2021.

Tips:
Bart Stouten tipt mijn gedicht 'Na mijn dood' op Azertyfactor.
Frans Augustus Brocatus tipt mijn gedicht 'Ze kleedt zich' op Azertyfactor.
Erik Vanhee tipt mijn gedicht 'Arthur' op Azertyfactor.
Han van der Vegt tipt mijn gedicht 'De stad groeit toe' op Azertyfactor.
Wim Geysen tipt mijn gedicht 'Naar Laken'.
Yentl Cooreman tipt mijn gedicht 'Windel'.
Roel R Van Londersele tipt 'een lichaam van gelei'.
Femke Vindevogel tipt 'contract'.

Publicaties:
Gedicht 'Aan het slot van een fietstocht' op www.het gezeefdegedicht.be
Gedicht 'Juliette' op www.het gezeefdegedicht.be
Gedicht 'Boulevard' op www.hetgezeefdegedicht.be
Gedicht 'Zelden' op www.hetgezeefdegedicht.be
Gedicht 'Paren' op www.hetgezeefdegedicht.be
Drie gedichten/teksten, thema 'Wandelen' in het herfstnummer van Gierik NVT.
De cyclus gedichten 'trein, tram, bus' in Gierik NVT.
Deelname aan de poëzieroute in Gent met het gedicht 'Juliette' :(hetgezeefdegedicht)
Mijn gedicht 'poetsdag' in het tijdschrift VAT.
Mijn gedicht 'de stad groeit toe' staat in het boek Azertyfactor, aan de slag met schrijftalent nav de vijfde verjaardag van het schrijversplatform.
In het G. nummer over angst mijn tekst 'wisselend geheugen van een gezin'.
Mijn gedicht 'weekdieren' staat in de bundel van Poemtata 2018.
Mijn gedicht 'kidnapping' staat in de bundel Poemtata 2019.

Optredens:
In Gent (Vooruit) met drie gedichten voor de Kronkelprijs.
Op de Boekenbeurs met twee gedichten als laureaat Guy Commermanprijs.
In den Hopsack poëzienamiddag Eijlders Publiek Geheim (vier gedichten) op 24/03/19.

Teksten

Koe met kind.

Nu gaan we poseren. Ons werk zit erop, de glimlach kan beginnen hoewel grazen nooit helemaal stopt. Er staat een man met lens, hij neemt de tijd om van beesten beelden te maken. Koe met kind, het wordt een foto mét titel. Merk je het aan mijn blik? In mijn ogen een boodschap die je niet kan ontcijferen als je een mens bent. Zie je dat jong, ooit van mijn uiers profiterend? Na het zogen veranderde het gedrag van dat kalf! Ze beet mijn melkklieren tot ik versomberde, tot ik pijn kreeg. De boer heeft een boerin, zij bezitten ons, in huis zijn er thuishulpen, wij zijn de weihulpen. Wij worden vet gemest, houden het gras kort, rijden op tijd naar de slacht maar zonder achter het stuur te zitten. Iemand rijdt ons naar de beul. Ik sta al dagen op dezelfde plek, met dat jong om op te leiden. Het observeert en imiteert. Het laat al wat onbruikbaar is vallen; allemaal kak. Stinkende kak waarvan de geur opstijgt in de lucht die ons omringt. Wij zijn als varkens of vieze vuile wezens op twee benen, wandelend of fietsend of plankgas gevend in moordwagens. Nu willen we op de foto omdat het schoon is dat iemand momenten vast wil leggen. Later komen die momenten terug, ze worden bekeken, ze worden besproken, wij komen weer los te liggen. Precies zoals het leven dat pas vastligt na de dood. Wij waren het onderwerp, het beeldmateriaal, ergens in een onbekend huis en op een onbekende tafel duiken we weer op. Naast het bord een vork, prikken in ons vlees.        

Ingrid Strobbe
0 0

Boot in B.

Met mijn penseel een tafereel kliederen, dat kan ik zeker, en met de hulp van gekleurde woorden wil het misschien wel een schilderij worden. Eerst teken ik de lucht met helder blauwe verf, veeg met wit de wolken. Bomen zijn groen dus kies ik het groen dat bij het huidige seizoen past; het zomert in het natuurgebied waar ik mijn ezel heb gezet. Om de vegetatie geloofwaardig neer te zetten, kijk ik in opengelegde natuurbladen, en focus op de vormen van verschillende bladeren. Er zijn enorme gekrulde bladeren bij waar een baby in past, de kleinere zijn rond en puntvormig, de tinten frisgroen of rijper groen met een donkere zoom. Ik denk steeds aan de kijkers die mijn tentoongestelde werk zullen beoordelen. Ze zullen als stammen bij de opgehangen canvassen staan met in hun ogen het verlangen naar de boot. Iemand zal zich indentificeren met de knaap, een man in wording die dat ene meisje in bikini heeft aangemoedigd haar jurk uit te doen. Het water schilderen lukt me aardig, er is geen tumult dus geen storm, de bootinzittenden eisen evenwel precisiewerk, ik neem een fijn penseel voor het kastanjebruine haar van de jonge mannen. Blonde lokken worden opgestoken door een vrouwelijk figuur, ik laat haar op de rand plaatsnemen vooraleer ze zich in de plas laat glijden. Ik herinner me nog goed hoe ik als beginnend schilder luid vloekte in mijn atelier omdat het maar niet wilde lukken; verf mengen tot de huidskleur van een Europeaan was tijdrovend en frustreerde me dagen lang. Tot op een dag dat de melanine me enig succes leek te gunnen! De torso zowel als de ledematen van de staande jongeman doopte ik tot Nederlander. Met meerdere verfuithalen liet ik hem aan het roer staan. Waarom zou ik het tafereel niet in het Nationaal park tot leven wekken? Zes mensen in een motorboot, zo had ik het in mijn hoofd. Om het meisje in bikini te laten bewegen diende ik een pen ter hand te nemen, ik moest schrijven wat haar overkwam in het ondiepe water dat niet zo waadbaar bleek te zijn. Ze had nog gevraagd: kan je er met de voeten bij de bodem?

Ingrid Strobbe
4 0

Een relaxed ongeluk.

In Drimmelen lopen we door een smalle straat. Klopt dat? In het historisch Drimmelen lopen we door een smalle steeg. Nee, dat klopt niet helemaal. We zijn in Nederland om zijn nakende pensioen te vieren. In Drimmelen overnachten we in een nieuw hotel met zicht op de jachthaven. Dat klopt! Als je het ontslag dat hij gaf als zijn pensioen kan zien, klopt het volledig. We willen het vieren in het Nationaal park de Biesbosch waar we ooit een bootsafari deden, waar we erg van hadden genoten, waarom niet? Waarom niet volop genieten nu we nog jong zijn én fit? In de smalle steeg loop ik achter hem aan maar niet als een hond, als zijn vrouw wandel ik in schaduw maar niet in het donkere gedeelte van mijn persoonlijkheid, ik kuier ontspannen want niets ergert mij. Ik voel me licht en blij en zie wat ik moet zien: een zwarte kat! Ze rent de weg over, zo snel rent ze de weg over, ze lijkt te willen dat ik haar (of hem) maar even zie, lang genoeg om te vermoeden dat er geloof mee is gemoeid. Ik ben jouw bijgeloof. Ik ben zwart, en wil geen affectie! Dat lijkt de kat te willen zeggen. 'Iemand die bijgelovig is, zou dit oversteken interpreteren als een ongeluk', zeg ik. Hij reageert niet. Ongeveer een uur later bereiken we het museum dat in het groen verscholen ligt. Er ligt een pak mos op het dak. We smeren ons in, trekken de veters strak aan. Ergens op de met gras omzoomde weg is een onzichtbaar putje waar mijn voet in terecht komt. Ik raak uit evenwicht, en val terwijl ik vloek. Mijn hele linkerbeen is geschaafd, het bloed druppelt uit de wonde, een buil manifesteert zich.  Wanneer we na tien kilometers stappen bij de auto zijn, is de buil verdwenen en het bloed droog. Ik wrijf over de wonde, voel iets zacht in mijn hand. Ik kijk maar zie niets dat mij verrast. In het restaurant is het moeilijk kiezen, we kunnen toch niet elke keer een slaatje eten met deze hitte? Hij vraagt hoe het met mijn been gaat. Goed, zeg ik. Zijn hand gaat onder tafel, grijpt naar mijn gekwetste knie, streelt de pels die daar als een relaxed ongeluk groeide. Klopt dat?

Ingrid Strobbe
0 0

Na de hittedagen.

Simultaan met het golvende pluimpje op mijn buik word ik wakker. Onmiddellijk voel ik dat mijn huid me weer als gegoten zit. Een ware verademing! De ochtend geeft me een knipoog, nodigt me uit om opnieuw deel te nemen aan de dag. Gestreeld worden mijn benen die via de trap naar beneden, naar buiten naar het midden van de tuin. Een frisse lucht walst als een dans, wikkelt zich rondom elke vorm van leven, een kleed dat zich gedragen weet. De planten krijgen weer zintuigen, de vele vogels krijgen hun partituren terug, de huppel ontwaakt in de kat en ik...ik voel me opgetild om gedoopt te worden, dit is het lichaam dat kan ademhalen zonder overmatig te transpireren, zonder te kleven. Dit is het lichaam dat mijn geest vertrouwen geeft, een diep soort geloof dat onze planeet niet zal opbranden onder de agressieve zon.   #zwembad met twee figuren   Het zwembad had altijd al een aantrekkingskracht op mij die de voorbije dagen enkel maar sterker werd. In het popart-schilderij heb ik er alle plaats die nodig is om af te koelen tijdens het trage voortbewegen onder water. In het plaatselijke bassin kwam een massa mensen aangestormd, in haast en spoed sprongen ze in het levensnoodzakelijke water. Buiten het gebouw bleef de zon met in de handen het mes en alle goesting om het gebod te kerven in mensenhuid: sterf jij stuk verderf! Van dat horrorbeeld ben ik nu en hier verlost, sinds dat ene golvende pluimpje op mijn buik toen ik wakker werd. En toch, ergens blijft de hitte nazinderen met een boodschap die ontcijferd wil worden, waar meningen zich over buigen.

Ingrid Strobbe
0 0

Mijn cultureel dictafoontje

Zo nu en dan, wanneer ik vroeg op ben, beluister ik oude opnames. Ik doe het omdat ik wéét dat ik verrast zal worden. De eerste dateert van 11/7/2016. Er staat als titel Viviane. Ik hoor mezelf (in mijn rol als begeleidster van bejaarden) Viviane uitdagen een gedicht voor te dragen. Ze verrast me! Haar tachtigjarige stem brengt iets in het Duits, met heel veel trots. Het korte gedicht klinkt zo mooi, ik kan het helaas niet vertalen maar dat is deel van de magie. Viviane spreekt de woorden uit met plezier. Ik heb er eveneens plezier in, tien jaar later. Een week later staat de titel Amichai. Mijn eigen stem: in een tovertuin!  Een nuchtere man in een tovertuin zat, de helft in het licht, de helft vergat. Ik lees het voor uit een bundel van de dichter uit Israël. Op het eind hoor ik Viviane zeggen 'ja, dat is ook mooi'. Dan gaan we naar 14/8 van hetzelfde jaar. Jazz, is de titel. Klanken op de piano en ik wacht. Geen idee waar ik was, wie aan de toetsen zit. Dan haar stem en ik weet meteen: Melanie. Die heerlijke Melanie waar ik tegenwoordig niets meer over hoor. Applaus, het publiek beloont haar nu al, het nummer moet nog op dreef komen. De eerste dag van december, de titel Dada. Deze opname daagt mij uit, ik weet niet waar ik was, ik hoor mensen zingen over Liesbeth, over erecties, over ongeremd, groeten uit, erectie. Op het einde wordt er gelachen. Dadaïsme? Op 7/1/2017 staat 'nieuwe opname' en ik hoor mezelf spreken. Dit zwembad is groot voor haar, water dat diep de angst veroorzaakt, ze vlucht in achteruit, ze zakt bij de rand van haar kunnen, ze neemt tijd uit haar pols...ach, wat een miskleun. Toen kon ik écht geen gedichten schrijven, wat deed ik in hemelsnaam? Was ik blind voor eigen mislukkingen? Diezelfde dag een tweede opname. Gedicht voor Astrid. Een tekst voor mijn overleden zus. Ik luister, zie me  wandelen met rozen naar het nummerveld. In hemden, in rokken, de gespen in broeken...is het niet vreemd te leven zonder zoeken? Ik stel vast dat ik schreef over mijn zus en dat ze daarmee niet dichterbij kwam. Ook nu niet. Het raakt me dat ik zo afstandelijk blijf in de tekst, misschien was ik bang om bij haar dood te komen. De vlammen in kaarsen, het vuur eruit, is het niet vreemd te leven zonder zoeken? Nu ik vroeg wakker ben, op 10/6/2026 besef ik dat ik nog niets anders heb gedaan, ik heb steeds geleefd om te zoeken. Vond ik haar, vond ik Astrid? Vond ik mijn andere zus? Vond ik mijn broer? Heb ik hen ooit ontmoet?  25/1/2017, de titel Summa. Enkele klanken die lijken op mensen die in een café op koffie wachten. Ik wis de ice coffee met hazelnoot. Lamento. Hier nu, langs het lange diepe water...het is zijn stem! Hij troost me. Elke keer troost hij me, en de vrouwenstem. Altijd maar je vogelkreet. 7u55: ik ga naar buiten en loop tot bij de wisteria, een meesje onder de blauweregen. Cultuur in eigen tuin, natuur met eigen ogen op te nemen.

Ingrid Strobbe
4 0

Zeg het me!

Het is de molen die ons aantrekt, niet deze vrouw met ronde heupen. We lezen dat dit monument voor de bevrijding van Leiden doorgaat. Tweede WO. Hoe komt het dat mensen oorlogen vreselijk vinden, dat ook mensen ons blijven herinneren aan die oorlogen. Nee, het gaat over de bevrijding, dus de kant van de slachtoffers. Dat zijn toch ook daders, onrechtstreeks? Hoe? Slachtoffers hebben toch ooit de keuze gemaakt te vechten!? Hadden ze een keuze? Ja, dat vind ik wel, maar die zou gevolgen hebben. Hoe dan ook, vind ik het vreemd dat beelden in brons ons helpen terug te denken aan een oorlog. We willen dat de oorlogen stoppen!  Zeg het me, hoe komt het dat de bevrijding gestalte krijgt in het lichaam van een vrouw? Kan ik de kunstenaar spreken? Het is de molen die ons aantrok, en nu staan we hier. We draaien ons om, zien het groenste gras ooit rondom de molen, gaan liggen om de ogen te sluiten. We zeilen weg op onbestaand water, dromen over duizenden mensen die het leven lieten in een nachtmerrie, er zullen mensen bevrijd worden, er worden altijd mensen gered. Om opnieuw te gaan leven! In het leven worden ze geketend aan regels. Maar dat doet amper pijn, vergeleken met de dreiging van gedropte bommen. Zeg het me, hoe komt het dat de kunstenaar koos voor een vrouw, zijn het niet de mannen die oorlog voerden? Welke invloed heeft gender op oorlogsvoering? Dat is een overbodige vraag. En toch, wat denken de mannen? Dat wij vrouwen, geen wapens kunnen dragen? Ze niet durven te gebruiken?  Het is het gras dat ons aantrok. Het groen, de wind die zijn (of haar) debuut maakte in onze dromen. Alle beelden omverwierp. Oude overtuigingen waar we niets aan hadden. Mannen die opgaan in een vrouw, er een cel bevruchten, een zoon voor later.

Ingrid Strobbe
3 0

Heel Brasschaat gaat kapot.

Ze steekt van wal: heel Brasschaat gaat kapot. Iedereen wordt daar weggehaald. Alle mensen moeten naar het buitenland.  Echt, vraag ik. Ik kijk verbaasd. Ik ga mee in haar verhaal, wil van verbazing omvallen maar de stoel onder mij laat dat niet toe. Ja, zegt ze. Mijn zus hebben ze meegenomen, hup, de auto in, en mee naar Holland. Daar stopte de auto aan een huis waar een man stond, op de eerste verdieping aan het raam, en daar moest mijn zus wonen. Dat is vreemd, zeg ik. Ik werd toen dikwijls misselijk. In de kerk begon ik over te geven, en ik viel flauw, gewoon op de grond lag ik, en dan droegen ze mij naar buiten, ze legden me op het gras, daar kon ik dan bijkomen van die misselijkheid. Zo ziek dat ik werd in een kerk. De dokter zei dat dat door de geur kwam. In de kerk hing een geur waar ik niet tegen kon. Wat raar, zeg ik. Ik kwam vroeger ook in kerken, nooit meegemaakt, zoiets als flauwvallen van een geur.  Brasschaat zal niet meer bestaan, vervolgt ze. Heel dat dorp zal leeglopen (als een bad, denk ik maar ze zegt het niet) terwijl dat toch een chique dorp was. Alles was daar. Veel winkels, een mooi park. Alle mensen hadden geld. Ik knik. Hij zal dan toch ook worden meegenomen? Wie, vraag ik. Juul. Ah, Julien! Mmmm, dat weet ik niet. Ik heb daar niets over vernomen. Volgens mij bestaat dat dorp toch nog. Ik ben er nog geweest.  Ja? Ja, ik was in Klina.  (stilte, zou ze nog weten dat Juul in het ziekenhuis lag?) Ik open mijn iphone en toon de bloemen. Ze kiest de mooiste. Ze wijst naar de details, het puntje van het penseel heeft daar een puntje verf gezet, dat zie ik terwijl ze wijst en geen moment laat liggen om het woord te nemen.  

Ingrid Strobbe
17 1