Hij staat recht en hij staat vol.
Zij ligt breed en zij ligt krom.
Hij schrijft krom en hij schrijft rond.
Zij spreekt recht en zij spreekt vol.
Hij zakt in en hij staat krom.
Zij spreekt stoer en zij staat recht.
Hij staat recht en hij staat vol.
Zij ligt breed en zij ligt krom.
Hij schrijft krom en hij schrijft rond.
Zij spreekt recht en zij spreekt vol.
Hij zakt in en hij staat krom.
Zij spreekt stoer en zij staat recht.
Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.
Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.