in de lobby van het ziekenhuis
ligt achter glas opgesteld
het skelet van een 8 miljoen jaar oude vinvis
het borstbeen ontbreekt
maar werd vervangen door dat
van een ander, jonger exemplaar
een keukenhulp wandelt er voorbij,
gsm tegen het oor gedrukt,
er zit spoed in haar benen
de cafetaria opent binnen een uur,
de koffiemachine alvast gereinigd
het licht valt in stroken op het karkas
de op hout lijkende beenderen
het bestaat allemaal naast elkaar,
de wachtruimte en spoedafdeling
de valse moswand naast het bloemenautomaat
de nooduitgang met barcode
de lege tafels en de volle bedden
het voedsel op een tray, de man
die wacht op een telefoontje, het kind
aan een kabel, hoe twee lichamen
soms wel en soms niet in elkaar passen
het verleden in een etalage
de broze beenderen,
het sterke sterke hart
