‘Beste Alfons, ik zou...' begon de koningin, maar zij werd onderbroken.
'Alfons de Tweede, liefste, dat weet je heel goed,' sprak de koning vermanend.
'Je hebt gelijk, mijn heer, maar nu terzake. Ik zou het op prijs stellen als je eens met je dochter gaat praten. Ze wil mij niet zeggen wat er is, maar ik heb wel mijn vermoedens.’
‘O ja,’ zei de koning, ‘en wil je die soms met mij delen?’
‘Ach, waarom ook niet,’ sikkeneurde de koningin. ‘Ik vermoed dat het iets met die korte rokjes te maken heeft.’
‘Verklaar je nader, liefste,’ sprak de koning liefdevol maar niet vrijblijvend. ‘Wat is er met die korte rokjes?’
‘Ze kunnen niet korter,’ fluisterde de koningin zwaar ademend. ‘Ze kunnen niet korter meer en daarom is onze dochter in een zwart gat terecht gekomen. Er vallen geen grenzen meer te verleggen. De spanning is er af. De jongens hebben alles gezien en zijn niet langer geïnteresseerd. Ze boeken op grote schaal vakanties in het land waar het te warm is, ookal dragen de meisjes daar lange rokken.’
Misschien wel juist daarom, bedacht de koning. Hij begreep dat er iets moest gebeuren. De impasse was trouwens ook tijdens de afgelopen kabinetsvergaderingen al aan de orde geweest. Kort na het begin van ‘Zoomrevolutie’ was de actuele roklengte punt 1 van de agenda geworden. Volgens de minister van Relaties bestond er een invers, zo niet pervers, verband tussen de roklengte en het consumentenvertrouwen. Zijn stelling was: hoe korter de rok, hoe vetter de kok. Hoe korter de rok, hoe geiler de bok, wist de minister van Dierenwelzijn sinds kort. Een hoop gedoe dus. Maar wel leven in de saaie ministerbrouwerij. Maar intussen zat de roklengte al een tijdje tegen zijn grens aan. Webeschouwd een dubbele grens. Bovengrens: bilnaad. Ondergrens: lengte nul. Een negatieve lengte was volgens de minister van Kleding niet mogelijk. Als economische indicator had je aan de roklengte dus niks meer. ‘Logisch,’ bedacht de koning, ‘als je niks meer aan hebt.’ Iedereen was het erover eens dat er een nieuwe dynamiek nodig was. De slinger moest de andere kant op. De rokzoom moest weer omlaag. Maar hoe?
De ministers kwamen er niet uit en dus moest de koning het zelf doen. En zo geschiedde. Omdat Sarabande deelde in de algemene roklengtemalaise was ze gelijk enthousiast toen haar vader suggereerde dat het misschien leuk was om het vlooiencircus weer eens te laten optreden. Even de zinnen verzetten. Hij had vernomen dat er een geheel nieuwe voorstelling op het programma stond. De kleine artiestjes traden nu op in een soort mini-Olympische Spelen. Vooral de springnummers moesten spectaculair zijn. Wat te denken van een wedstrijd hink-stap-sprong voor vlooien waarbij een van de pootjes op het ruggetje was vastgelijmd. Sarabande vrolijkte zienderogen op. En voor beten op haar armen hoefde ze niet bang te zijn. De mode schreef al geruime tijd lange mouwen voor.
De dag na de voorstelling was Sarabande wakker geworden van de jeuk. Op haar rechter bovenbeen. En dus begon de zoom landelijk, en wat later ook internationaal, snel te zakken. Nu begreep de schone prinses ook waarom de circusdirecteur deze keer in een korte broek afscheid van haar had genomen. De spiegel had het laatste zetje gegeven. De koning had te doen met zijn dochter maar het landsbelang ging nu eenmaal altijd voor. De beloning voor de circusdirecteur was riant.