hey gij daar, woont gij hier?
ik mag hier niet naar buiten, de deur gaat niet open voor mensen zonder code, ik ben zonder code, zonder hondje, zonder echtgenoot, zonder schoot waarin mijn hondje, zonder wandeling met mijn hondje, zonder man die overal slaapt, in de zetel slaapt hij, in bed slaapt hij lang, in het park rusten we uit van de wandeling met ons hondje en weet ge wat?
hij valt in slaap, ik denk zo niet zenne ik ga niet wandelen om naast hem op de bank te zitten koekeloeren, en ik sta recht en ben weg mét mijn hondje, hij wordt wakker en vindt me niet, ik ben al thuis en hij komt binnen, en weet ge wat?
hij valt in slaap, waar ik woon ben ik van dat alles verlost, en lekker eten krijg ik hier, maar de eigenaar heeft zich nog niet laten zien, vreemd is dat, ik woon in dat appartementje en ik heb hem nog niet gezien, normaal gesproken komt de huisbaas toch eens kijken?
hey, in mijn kamer staat een kast waar ik niet in kan, al die kleren liggen er al jaren in, het is een goed bed, door het raam zie ik mensen die hun auto parkeren, ze komen uit die auto, dan verdwijnen ze in een huis, woont gij daar?
waar gij woont verdienen ze goed, er staan hoge bomen, ik vertel niet hoe het echt met me gaat, ik praat zonder ophouden over huizen en honden en wonen en slapen op een bank in het park, ik vraag niet naar mijn echtgenoot, mijn zoon is niet meer mijn zoon, hij is mijn broer
wie ben ik? ze zwijgt, ik geef de eerste klinker
Ingrid!

