Niet van applaus.
Niet van perfect geplande dagen
of de leugen dat alles maakbaar is.
Energie zit in het moment
waar niemand naar kijkt.
Een raam dat openzwaait in de ochtend.
Een handvol zon op een koude vloer.
Regen die niet vraagt
of het uitkomt.
Ik krijg energie
van mensen die niet glimmen,
maar gewoon komen opdagen.
Die zeggen:
"Ik weet het ook niet,"
en toch doorgaan.
Van een hond
die nergens over nadenkt.
Van een boom
die geen haast kent.
Van stilte
die eigenlijk hard genoeg is.
Er zijn dagen
dat mijn hoofd een fabriek is
en alleen maar rook produceert.
Dan helpt geen stappenplan.
Geen wijze les.
Geen schouderklop.
Alleen het eerste kleine ding:
Een deur openen.
Een brood snijden.
De straat oplopen.
Ademen alsof het werk is.
Misschien is dat het.
Energie is geen bliksem.
Het is een lucifer.
Klein.
Kwetsbaar.
Genoeg om iets aan te steken
als je ophoudt
te wachten op een uitslaande brand.
En aan het eind van de dag
blijft er zelden iets groots over.
Alleen het bewijs
dat je er was.
Dat je iets hebt gemaakt.
Iets hebt vastgehouden.
Iemand hebt aangekeken
zonder weg te kijken.
Soms is dat alles.
En vreemd genoeg…
Is dat precies genoeg
om morgen weer op te staan.
Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.
Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

