Hilaire en Henry

Anemos
14 dec. 2020 · 16 keer gelezen · 1 keer geliket

“Hilaire?” Hij kwam moeizaam uit de luchtbel van verdriet waarin hij verdwenen was en draaide zich in de richting van de stem. Met troebele blik zag hij de vrouw die hij twee weken geleden nog zo kranig en waardig de kerk zag binnenstappen, tussen haar kinderen, achter de doodskist van haar man aan.

De wereld rondom hem bestond deze dagen niet. Hij waande zich in een jonge wereld waarin enkel wij bestonden, waarin Woef hem nog niet moest troosten. Zelfs wederzijdse woorden van verdriet waren hem niet gegund. Hij probeerde verbeten het water dat zijn hele wezen overspoelde, uit zijn ogen te houden en  hoorde de stem bij een nabijgelegen bank niet meteen.  Enkel Woef herkende het geluid en liet zachtjes van zich horen.

“Hilaire? Hilaire, kom even alsjeblieft.” Hij keek op en aarzelde. Nu nog niet! Dit kan ik nu nog niet.

“Alsjeblieft, ik wil je iets geven, iets van hem.”

Zijn luchtbel knapte. Van hem? Hij zette Woef op de grond, schuifelde naar het bankje en zette zich langzaam neer. Hij knikte kort naar haar.

“Huguette,” zijn stem liet hem in de steek. Hij ging naast haar zitten. In een povere poging zijn zelfbeheersing te herstellen, boog hij zich over Woef die nu op zijn schoot lag en streelde hem.

“Nogmaals mijn deelneming.” Het kwam er dan toch van. De ontmoeting waarvoor hij al weken vreesde.

“Dank je. Dat is lief. Ik wilde je iets geven van Henry. Dat had hij nog gevraagd voor hij …” Haar stem stokte even. “Je weet wel.”

“Ja, ik weet het.” Vreemd dat deze vrouw die zo nabij hem geleefd had al die jaren niet zag welk verdriet haar man meedroeg. Zijn laatste levensmaanden mocht hij niet meemaken. Henry moest sterven met zijn geheim. Hij wachtte tot ze zich weer in de hand had.

“Hij laat een gedichtenbundel na voor jou. Ik heb het deze ochtend verstuurd. Er zit ook een bidprentje bij.” Zijn ogen werden weer troebel, zijn lip beefde. Hij wist, hij hoopte dat het om ‘hun’ bundel ging. Hij verzette zich wat. Die verdomde tranen die niet wachten tot weer thuis.

Pas lange tellen later, toen hij erkentelijk naar haar knikte, zag hij het begrip in haar ogen.

“Dank je, Huguette. Dat is echt een heel mooi gebaar van jou.” Nu nog meer zeggen werd teveel. Traag stond hij weer op en schuifelde zichzelf in beweging.

Woef trippelde blij verrast mee met zijn baasje, blij dat er weer een beetje licht in zijn ogen scheen.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver en help je hem of haar verder op weg.

Anemos
14 dec. 2020 · 16 keer gelezen · 1 keer geliket