Onze geuren definitief weg
verhard in de aangepaste tuin
Gekrompen kamers
Ikzelf al lang gegroeid
De living vol leven
de eetkamer vol eters
de keuken met zicht op
het tuingebeuren, veel gras
de schommel, de zandbak en wij
het hart van ons gezin daar beneden
De vele volle slaapkamers
de badkamer met een balkonnetje
moeder in een warm bad en wat rust
vader met een scheerkwast en een plakker
nog even, nog even dan is de bende wakker
Een vaag beeld van grote broers
op een zolderkamer in een stapelbed
een zus tussen kind en bakvis en al zo wijs
het grote bureau, de vijfcijfer-telefoon met snoer
een losse revue van een pop of twee in eigen paleis
de grote zus die al een lief had en mijn kleine slimme broer
Herinneringen zwaaien naar mij
Waar bleef je zolang?
Ik zwaai terug
naar het vijfde kind
naar dat derde meisje
naar de buren die nu gluren
en deze die niets meer moeten
naar de kiezels van het zijpaadje
waarop mijn knie ooit hevig bloedde
Ik zwaai
naar toen
het onverharde
het toen moderne
alles wat niet meer is
Ik zwaai nog één keer
naar de geuren van weleer
AMK

