IC

27 mei 2015 · 7 keer gelezen · 0 keer geliket

Onverstoord

zwerft het zwerfvuil

in het lelijk lamplicht der stationslantaarns

 

Omhuld door duisternis

lijkt het lege perron

zinloos lang

zinloos licht

verlaten

 

En toch

op bank zeventien

hij en zij

zwijgend

moe

alleen

wachtend

op de allerlaatste avondtrein

koud

 

Hij

per definitie niet gelukkig –

zuigt verbitterd

het laatste gif uit zijn sigaret

voor hij ze neerwerpt

bij haar lotgenoten

 

Zij

gelaten –

vraagt zich af of de plavuizen

zich niet eenzaam voelen

tussen zoveel sigarettenpeuken

kijkt naar hem

hij naar de sporen

die glimmen in het vuile licht

 

Een klok

tikt

weet niet of zij middag

danwel middernacht aangeeft

 

Stil

Koud

Donker

 

Vijftien banken verder

wacht een man

eenzaam –

niet op de trein maar

op het doven van het licht

zodat hij eindelijk kan slapen

hij staart

kijkt al lang niet meer

 

Niets te zien

 

Koud

Twee gele lichten

zoeken hun weg door de ijzervlakte

Een eenzame luidspreker

ratelt redundant geruis

 

Daar is de trein

 

naar huis

 

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

27 mei 2015 · 7 keer gelezen · 0 keer geliket