de tekst van het liedje 'Aan de oevers van de tijd' (Spinvis, 2005) in een achtvoudige senryu gegoten:
alles ging voorbij
aan de oevers van de tijd
keek ik om me heen
ik hing maar wat rond
aan de oevers van de tijd
zocht het dode licht
alles ging voorbij
aan de vreemde grijze zon
vroeg juli een jaar
iemand zwaait en roept
uit een bruine citroën
blauw staat je zo goed
ik hing maar wat rond
aan de oevers van de tijd
zingt een zomerstem
ergens in de tuin
liggen tussen alle troep
boek en telefoon
rond een uur of twee
staan bij die bruine auto
mike en jozefien
ze zijn weldra weg
deze tijd, die citroën
misschien zo meteen
uit de reeks 'Ignace Somers'