dat water, maanden later,
vuur verspreidt en soms weer
blust, dat laatste altijd later,
altijd veel te laat.
maar ook hoe op het laatst
ik niets onthouden kon,
vergat hoe het zat, behalve
dat: op voelsprieten in mijn binnenzak
droeg ik het ware weten mee.
en dan was er nóg wat, iets
met liefde meen ik, en dat ik die
gekend heb, en dat het daarom
altijd ging.
ja.
dat.
dat heb ik geleerd.
meen ik mij toch
te herinneren.

