Ik lig hier op de bank
en zie de kale takken wiegen.
Mijn ogen sluiten en de sponning
drukt foto's af: doorkijkjes
en spiegels in spiegels,
met een waas van groen
en een gloed van rood.
Ik luister: de wind waait
en raast in vlagen of het regent.
Vleugels klappen ogen open.
Duiven scheren tussen lindebomen.
Nu slaat regen toch in striemen neer.
Ademhaling zakt tot op mijn middenrif.