In de schaduw schuilen
schommelingen in de velden.
De velden vormen heel mijn leven.
Op de akkers val en dans ik.
Ik zing, ik ruik en proef.
Op het scherm verschijnen
ze niet, de rimpelingen,
de wezens die sluimeren,
opdoemen en verdwijnen,
de glimwormen van onze tijd.
Ze treffen geen cameralens.
Opvallen is niet hun wens.
Ik heb dus niets te vrezen.
Ze zijn heus niet anders.
Ze zijn me aanverwant.