Inspecteur Birgit Streuvens had zich haar ochtend iets anders voorgesteld dan dit: het verhakkelde lichaam lag tussen de struiken en keek haar met holle ogen aan. Birgit wende haar hoofd af, ze was lijkbleek. wetsdokter Verhoefs schudde het hoofd: de jeugd kan tegen niks meer, dacht hij en ging voort met zijn onderzoek. Haar collega Ward had medelijden met Birgit. hij liep op haar toe, greep haar bij de arm en leide haar weg van de plek van de misdaad. "dank je" zei ze en foceerde een glimlach.
