in de tuin van mijn slaap is er geen tijd
vroeger en later gaan er hand in hand
de vrouw kijkt met de ogen van het meisje
het meisje denkt vanuit het hoofd van de vrouw
tijdsvakken glijden in elkaar
de moeder en het kind zijn één
onder hoge bomen zoek ik de liefde van een jongen
en weet dat ik van ver ben teruggekeerd
de jongen draait zich om en is een man
de vrouw schudt met het lange meisjeshaar