Bezoeken zou ze me,
na al die jaren.
Ik veegde mijn trottoir,
schrobde het paadje,
maaide het gazon,
wiedde de borders,
dweilde tegels en balatum,
stofzuigde tapijten,
maakte wc's en badkamer schoon.
Maar medicatie zou 't haar
in haar auto doen duizelen.
Haar deur stond voor me open.
Haar vast tapijt vertoonde rafels.
Anorect figuur, bolle wangen.
Haar stem herkende ik wel,
even schor als aan de telefoon.
Na al die jaren ook haar
handschrift en verbeten lippen:
'Ze zijn nog niet van me af'.
Ik ondertekende het document.
Verlossing uit het lijden nu van kracht.
Zij opgelucht, ik vreemd blij.