1
de natuur is een grote schoot
het meer wiegt me zachtjes
de bomen fluisteren lieve woordjes
het mos is teder en zacht
hier wil ik opgerold liggen
de ogen sluiten en voelen
hoe de aarde zijn armen om me heen slaat
2
zomerregen op paardenruggen
verjaagt de muggen die zoemen om bloed
gestamp van hoeven in de avond
tegen de hartenklop van de aarde
3
de wilde bloemen willen niet behagen
hun kracht schuilt in hun kleinheid
die de kleur van de avond weerkaatst
en de geur van de zomer verspreidt
4
hier wil ik mijn armen spreiden
naar het blauw tussen de takken
hier wil ik op blote voeten
voelen wat groeit uit de aarde
hier wil ik bukken en knielen
in de kosmos van vleugels en pootjes
5
liggend op de steiger in de zon
met wolken in het water onder mij
en blauw van het meer boven
de ogen sluiten en voelen
hoe onder en boven hun betekenis verliezen
op genoeglijk draaiende aarde