Ingewikkelde vlinder

19 jan 2026 · 4 keer gelezen · 0 keer geliket

Het accent van de rijm ligt op de papaver van Waver. 

Umberto Unesco vindt het niet werelderfgoeds, dragers van het gif en de biotoop van een pretpark. De enige reden dat een mensen een stad kennen: de plaats die de inwoners nooit bezoeken.

Ik ga op reis naar het centrum van die ijlpaal, dat standpunt voorbij het einde van je zicht, verwateren.

Daarom kan ik, nu wel, verdrietig worden.

Zo bedien ik het klimaat van uit zichzelf bestaande natuur. Natuur is de mooiste vegetatie die men kan vinden in Waver. Daarom kan ik, nu wel, verdrietig worden.

Een kaart kan je niet aanraken. Het zwart gat onder de zon blijkt mijn vergetelheid, mijn mentale kerker vergeelt met jaren. Een boomhut in Walibi kan ik niet betalen. De erfzonde resumeert dat wolken wel een achterkant hebben. Daarom moest ik stijgen in de achting van de zondaars, de volwassenen, toen. Ik weet het nog, dat ik liever met Oma wou kaarten om Niznji Novgorod. Maar daar sneeuwde het veel. De compartimenten van mijn mens verdelen hun aandacht over het 'verleden': het geloof van zij die zedig bleven.

Ik kruip in de knotswilg: de natuurlijke kerk, die de veerkracht van de vogels voor de monnik kent. Dan zou het te laten zijn, dan komt cultuur, de tijdperiode na klimaat. Aardrijkskunde is mijn trots en daarom zwijg ik, ze weet dat ik het weet; maar wat dat weten we nog niet. Het onderwerp, waarschijnlijk, is thuisgebleven. De ouders van de zoon zijn nu uit eten en dat is zijn laatste offer: hij heeft het resultaat, de koelkast. Het klimaat hierin opsluiten kan alleen als het lichtje eerlijk uitgaat. Of het vlees nog vers was, dat waren de zorgen van Mijn Moeder. Familie is belangrijk, en vooral die van mij, dat heb ik al gemerkt, parachutespringen met ondergoed is in dit pretpark niet veilig. Terug naar eenvoud: het armtierige bestaan van een dansclub voor insecten zoals mij: zonnevlekken.

Wanneer de meeuwen op het terras zullen zitten, kent men fenomenen en patronen als inzicht. Regentaat huishoudkunde bepaalt de temperatuur van de vorst, het nulpunt van ons jaar. En toch weet hij ons te herladen. Een tegendelige indruk verdeelt zich over mijn aandachtspunten: ik heb sociaal contact. En, in een pretpark, is dat een meisje. Jezelf een kilootje minder inschatten in het zicht van een numerieke weegschaal is niet erg, Jezus. Waarom wil je dat? Wat wisten we nog niet. Laten we een datum prikken om te zien of het substantie lekt, dan bestaat mijn idool ook in mijn badkamer. Daar hangt de spiegel. Hij kan niet omdraaien, in beide richtingen niet. Ik heb gedanst. Als ik gelukkig terugkom van het pretpark, is dat met een meisje. Italiaans voor vleermuis.

Er zijn al ergere dingen gebeurd om die reden, maar dingen kunnen niet bewegen, dus bestaan ze niet. Het hoofd ontneemt ze dus aan hun woordfunctie en de mierzoete mussen rond het altaar verheffen het tot geluid. Meerdere gedaanten zijn niet toegestaan. Ik weet dat op die seniorenzetels veel verhangen wordt. Een droge worst is goed. Je iets keurt de suisbewegingen van mijn ongeduld. Ze keren, ze keren! De file is gedaan, nu nog vloeken aan het rondpunt en dan ben ik thuis. Een bijeenkomstplaats die wegen, veel sfeer, vluchtige sfeer. Sterker dan zal mijn sigaret nooit worden want ik ben niet groter dan de Aarde en dat is een gedachte, kleiner dan mij. Hoe bescheiden, die vooropstellingen, nu nog de tactiek achterwege laten en ze is van mij, mijn verleiding. Daar komt Oma met een snoepje. Die Italiaanse houten steil, resultaat van leegtenijd, leegtenijd is voor mij de verwelkoming van ondergeschiktheid, dan wel als een geschenk voor mijn verwerkend mechanisme. De bedrijfsnemers hebben gewonnen, nu wonen ze daar gewoon. In Aalter, is het mooi wandelen, als je de tijdsaanduiding in de tussenruimtes vindt kan je er wel met de wind vlagen. Gekruide erwten komen altijd na jarenlange droogte. Maar van wat? Van wijn, want die is gezond in een glas blijkbaar. Sperzie! Ik wil broodjes van je schooien, dan kan ik weer wandelen!

In Waver begod, is een brandbare heide symbool voor het onuitdrukbare? Doen ze het is tegenwoordig zijn vraag. Ober op gps-signaal, zet eens uw smartphone uit: ik wil u iets tonen: die van mij. Intuïtie houdt de wacht bij mijn goedheid. Ge moet da een beetje aanvoelen, en dat is mijn job. Geen paardenpsychologie, paardenpsycholoog moest ik zijn als jonge wielrenner om te durven trainen: de Vlaamse Ardennen. Welke waren er eerst? De Aardplaten ontvouwen zich, de leemte van hun intonatie zal nooit een beving voor Richter worden. De gezant gaat terug naar huis, Richter volgt hem. Dat mogen we nog niet weten. Nie spoilen in de file é! De weerman knipoogt, weeral weet ik niet of hij het nog heeft want daar sluit het scherm. Voetbal. En ik ga strips gaan lezen! Iconisch hoe een tekening het gevecht blootlegt met diens oorsprong: inkt. Inhoud wordt niet gevraagd, ik kan niet spreken. Dat heeft iedereen als voor mij gedaan. Zijn ze dood? Hun toestel is dood, een stereotype. Gogl verkent Richter: impact tegen schaal. Wie verdeelt de hongersnood verder? Uitzaaiingen zijn uitgesloten, het zijn sterfgevallen, bedelaars van een moment. Maar het is niet de tijd die ze nodig hebben, het is diens strekking... Fout! Ik wil sociaal contact. De compartimenten van de winkelkar van mijn idool, God. Want: geen muntje maar een hostie... Liefde is helaas een vorm van creatie, toekomstige schat, vragen we het aan papa of aan god? Wie heeft gelijk, mama? Mijn mama is niet van Waver, ze is hier niet. Blijkbaar heb ik ze ook niet nodig als ik voorgaande durf vermelden. Of moest ik overleveren? Dat zij niet, ze zijn alleen maar bang dat ze gaan kotsen. Dat betekent dat ze al aan het kotsen zijn en bang zullen zijn op de Vlieger. Ik kan ze toch niet bereiken, dan is het goed. Dan mag ik hier blijven staan tot de rij zich vormt. Prenten van waaiers worden overgeleverd aan elkaar en ik sta verkeerd. "Wil je niet meedoen?" Nee, niet als eerste, ik ben al voortijdig. Hah. Hah! Waarom moest ik dan nog lopen? Omdat het hout naar de duinen moet om deze levenstoeristen te stutten.

De betrekking met mijn punt, de spelers van de taal vinden het. Maar die durven bewust niet.

Dat zal wel voor de toekomst zijn, die broodjes. Punt, obstructie van mening, het is altijd één want hij is hier al. De doordruk voor het onderschrift, een normaal verhaal, zo voelt hij zich nu? Is dat origineel, concurrent? Zuchten voor gebruik van hoofdletters heeft hij begaan. Nu denk ik weeral dat hij slimmer is dan mij omdat ik het woord misdaad niet wou zeggen. Verleden, weg... Waver is de toekomst, de toekomst van Umberto Unesco, aspirant-paus aan de dafalgan van de Taj Hamal voor het eerst zijn vrouw gekust, en wat volgt, het reeds orale verhaal: de krant na het toilet. Ik beslagen, is dit de douche? Ja.

Gij mocht gaan douchen in het pretpark. Het waren ook de leraars. Altijd aan de zijlijn, daar corrigerend, het beeld van een geometrische lijn vergeten voor de inborst van hersenen. Zolang het maar grillig is... Die sushi, die sushi staat hier al, ga weg verleden! Ik haat U meer! En prestatie is niet de voorwaarde van een mensenleven! Tenzij hij alleen op Aarde zou zijn geweest; maar wanneer dan inderdaad? Een oermens die geen oersoep lust, dat is hij, en ik moet hier niet voor instaan, neerwaarts punt in mijn leven, want er is geen reactie. Die is onmogelijk met wederwoord, dwaze galblaas van nen angsthaas dat gij zijt. Nu naar kerstmis, zeker? Dat is al gebeurd. Een open einde: een begin. Vandaar die kus eerst... als alles gelijk heeft treedt de rivier buiten zijn oevers. Het verslag van het humeur van dit organisme kost mensenlevens omdat het ergens anders niet leefbaar is. Dat is zijn theorie, maar hij heeft geen armen. Hij is hoofd en vingernageltoppen, alles wat functioneel is. Daar begint het niet te vroeg, maar wel voor mij. Waarom ben ik dan de waarnemer. Een actienemer van een zeilboot dat ben ik. Als alles gelijk heeft treedt ze buiten haar oevers voor de falcetto van God. Een teken dat je in iemand zijn kop slaat opdat hij even zou zwijgen en u gelijk geven. Ze liggen oneffen, maar als je dat zegt, heb je geen nood aan bevestiging. Dan kan je zelf je jas sluiten, God. U bent gepardonneerd. Moet je God laten zitten op de bus?

Naar waar zou Hij gaan? Naar je hoofdletter. Hoe kan jij dat zien, dirigent van het dictee, heb je een -auto-? Dat is het geheim van poëzie, de taal van Jezus! Waarom, omdat er verzachtende omstandigheden waren. Hoe vooruitstrevend: misdaad. Nu kan hij knielen onder het gewicht van God, die man uit Palestina, om het bewustzijn terug te bereiken, om even stil te vallen, dat weten jullie wel; dat kan alleen in de sneeuw. Aan een Italiaans voorlopig paspoort van een Ski-keten zullen gelovigen hun contract niet verdienen, dat weten jullie wel, meer als hij. Aan wie moet hij geven; aan de taal natuurlijk. Uitroep. Omkeren. We zijn verkeerd. Het punt!

Dan maar kuisen. Nooit bestond kauwgom en plots moeten ze diens onderkin boenen, zich schuldig voelen over de afleiding omdat ze het willen. Moeten ze het willen? Ik vind van niet. Maar dat moest Je Iets wel zeggen. Afhankelijk zijn we allemaal, vooral van het eigen oordeel. Claimen die handel, desnoods met je tanden. Voor eens, hun plat taalgebruik, stop daarmee, ik spreek ook geen algemeen Nederlands, geen transactie; ik spreek hersenen, ik spreek mens. Nu kan ik mijn voorkeur verlaten. De toekomst zal uitwijzen waar het verkeersbord staat. De eerste die het ziet zal sterven. Weten jullie waarom? Eenvoud, en nu die broodjes. Leven eet. Vooral bij Taj Mahal.

Ik haat onregelmatig verdeelde exemplaren, de meest hulpbehoevende bestaansvormen ter eender plaatse en ooit. Ik geloof niet dat dat ruimte is. Het voltooid deelwoord, zo kondigen zij het einde aan. Nu kennen ze de bedoeling van mijn idool: het goede. Wat profeten deden was met hem praten. Interventie: de braamstruik staat in brand. Waarom lijkt het altijd alsof verpleegkundigen je echt graag zien? Omdat ze anders teveel broodjes krijgen!

Christiane is de vrouw van, niet het universum, John Tavener. Jouw naam zal nooit een woordspeling bergen. Bergen. Allé, spekblokjes bij de oersoep vandaag. Ze willen het op het bord naast de pattatten.

Een exotische groente, maar dat mag ik aan tafel niet zeggen. 

Verklaring na misdaad of zonder bedoeling het leven ingaan, dat was onze keuze.

Geboorte, de wieg van het leven, kromt de Nazca-rups. In mijn individuele wereldgeschiedenis. 

Umberto Unesco vindt het bijna wereldspeelgoed: de kauwgomschraping in de kerk. Dan denken ze niet aan verdienen, aan overleven.

De geest van dirigent verdeelt aandachtspunten over zijn werkblad, het veld.

Het beeld van de kromming van onze geboorte draagt Spînabifida, de zus van Umberto. Ze is genodigd omdat ze stilte kan verdoezelen en daarom zijn we hier. Deze mensen beoordelen waarde niet op prestatie.

Het inzaaipunt van de vogelverschrikker, zoals mijn zoon het veld noemt, Hem noemt, zijn titel; 'Hem'. Het hoofd moet toekijken. Dit zijn niet de regels van mijn idool. Hij moet een van ons worden. De lijkwade van Waver broedt een Vredesvlinder, in vredesnaam een vlinder. Die surrogaatvogel die ik moet beklimmen van mijn ouders!

Hij draait.

 

Het schuurt die rode lak verf in Waregem. Toch ben ik ouder dan het park, ik ben de beleving. Dat betekent dat mijn zicht één grasspriet rijker is dan perceptie.

Diefstal wanneer de koning perceptieglazen zal dragen. Van taal terug naar toeval. En alles wat we gedaan hebben is weg...

Relevantie en verbandhouding fixeren mij.

Ik wil met de prinses en niet met de naam trouwen. Dat verdient de wereld niet. Achja, Wallonië in het Frans. Ik wil trouwen: 'trouw' bevestigen voor de wereld en de liefde opnieuw laten beginnen. Dat wil de wereld niet, de wereld wil goedheid. De Belgische consensus van de sfeer is mijn schaamte op het WK. Het WK in Waver, alle inzaaipunten van de hoofdplaatsen zijn voldaan.

Het moeras van mijn onbegrip keert terug als ik geen kots meer verlang van mijn zelfliefde, het volgende losstaande concept.

We kunnen schaken met stilte, dat zijn de kampioenen (Italiaans: Primulas). Bloemen mag je niet meten, Japan, dat is voor de plant, de plant groeit niet meer.

Vijf is zijn brevet. De toelating om het enige lid van een leegstaande cohousing te worden: de samenleving te worden.

Ik kan niet leren, ik kan niet tellen.

Umberto's Bugatti Dogma staat voor mijn levenslicht. Ik kan muziek luisteren en lezen, maar liever niet.

Ik moet nog door die stilte wanneer hij rond de wagen loopt met een aangelengde buis. Het zijn frieten, de eerste Belgen.

Conservatie van weemoed resulteert inderdaad diens zachtmoedigheid, maar waarom moet je die dan nog koken? Jezus vraagt naar het algoritme van de catechese. De mechanisering van God blijft niet tegenwoordig. Mijn eigen taal zal me wel beschermen tegen logica. Wanneer slechte mensen weten dat ze geen gelijk hebben en dat willen hanteren. Ik zou in hun geval ook niet anders naar muziek kunnen luisteren. Hun eeuwige geboorte verveelt zelfs de goden, en die kennen zoals gekend het verloop.

Dat is Christiane die in rechte lijn probeert te bezemen voor het Pad.

Maar ons dorp, de dijk van de rivier, is trots. En daarom zullen wij altijd ten minste bestaan. In deze religieuze stad zijn echter geen herenhuizen, enkel als mijn idool het leven aansteekt. Voor iedere kerstboom een bijbel en twaalf apostelen alstublieft.

De knieval van Recht, het eerste referentiepunt aan de hemel toen ze samengesteld werden. Horizon de stikstof van de hemel. In de fitness heb ik alleen engelse leenwoorden overgehouden. Ze zijn kasbonnen, tulpenbollen uit België.

Waarom moet ons reddingsmiddel onzichtbaar blijven? Omdat mensen stelen, je armen meenemen omdat ze je handtas haten, en dan geen geluid maken.

Uit zelfmedelijden ga ik in de tussenruimte niet in de wachtrij zitten.

Doktersbriefje uit de automaat halen nu.

Vrijwillige vingerafdruk, is dat niet om te overleveren?

Maar ik heb het gehaald, ook al moet ik het gesprek nog meer aanvatten. Voorlopig verstaan we elkaar nog niet. Dat mag, maar niet als er mensen tussenuit vallen die dat nooit meer zullen meemaken.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

19 jan 2026 · 4 keer gelezen · 0 keer geliket