Ik maak elk jaar een playlist op Spotify.
Niet omdat ik ordelijk ben - wie mij kent, weet beter - maar omdat sommige dingen anders verdwijnen. Alsof ze nooit echt zijn gebeurd. Alsof ik ze mij inbeeldde om het leven wat draaglijker te maken.
Het idee leende ik ooit van een beste vriend. Zoals je de beste ideeën altijd leent en ze daarna achteloos inpakt in je eigen bestaan. Hij zei: als er iets gebeurt en er speelt op dat moment een liedje, zet dat in een lijst. De rest doet de tijd wel.
Zo maak ik mijn jaaroverzichten. Geen hoogtepunten. Geen successen. Maar momenten die zich vastbijten in muziek zoals een geur in een jas die je eigenlijk had willen weggooien maar toch blijft dragen.
Ik weet dat het 2017 was omdat “I Miss You” daarin staat. Dat was Steven.
Liefdesverdriet heeft blijkbaar versterkers nodig.
In datzelfde jaar staat ook “Lena Lena”. Omdat Rembert De Smet stierf. Ik heb daar geen datum bij nodig. Dat nummer is die dag. Zo werkt rouw: niet netjes, niet chronologisch, maar op repeat.
En “Waar Jij Niet Bent”. Weer Steven. Sommige mensen verhuizen niet met dozen
maar met stilte. Ze laten een lege plek achter die je pas hoort als een lied begint.
Dan plots “Love of My Life”. Van Queen. Dat moet Peter geweest zijn.
Ik weet het niet meer precies. Maar mijn lijf weet het nog. Mijn lijf onthoudt dingen waar mijn hoofd liever niet meer komt. Dat lijf is een koppig archief.
Zo werkt het dus. Mijn hoofd poetst weg. Mijn Spotify niet.
En dan is er 2025.
Die lijst begint met “Magnificent”.
En dat klopt. Omdat goed soms niet jubelt maar blijft staan. Omdat niet alles een punt moet zijn. Sommige dingen mogen ook een halve zin blijven die nergens heen hoeft.
Ik zette ook “Behind the Walls” van Ward D’Hoore erin .
Jong. En precies daarom zo raak. Omdat hij muziek maakt die niet bewijst maar blijft.
Omdat hij durft fluisteren waar anderen hun gelijk uitschreeuwen. Omdat eerlijkheid ook een vorm van lef is en je daar soms stiller van wordt dan je had verwacht.
En dan “Chiquitita”. De bananendans op kamp. Omdat niets heilig is behalve samen belachelijk doen met volle overtuiging. Lachen als zorgvorm. Dat nummer ruikt naar kinderen die nog niet weten dat dit later een herinnering wordt.
“Nightswimming”. Zo puur dat het schuurt. Zo zomer dat je er nat van wordt zonder ooit echt te zwemmen. Een lied waarin je mag blijven hangen zonder plan, zonder richting, zonder belofte.
En ergens - als een ruggengraat die niet altijd recht staat - de soundtrack van Paris, Texas.
Ry Cooder die precies daar schuurt waar je liever zou wegkijken. Liefde die wringt. Kijken zonder aanraken. Blijven terwijl je beter zou vertrekken. Niet kapot. Maar ook niet passend.
Er staat ook “Feel So Different” tussen. Van Sinéad O’Connor. Een zomer. Een huid die sneller ja zei dan het verstand kon bijhouden. Een liefde zonder toekomst maar met alles wat er toen was. Warm. Helder. Maar voorbij.
En “Perfect Symphony”. Een auto. Mijn twee grote zonen aan boord. Wij drieën, ramen dicht, volume belachelijk hoog, uit volle borst meezingen. Omdat het kan. En omdat we zo zijn. Nog altijd. Gelukkig.
Als ik de afspeellijst van 2025 beluister, hoor ik geen drama. Ik hoor leven.
In verschillende toonaarden. Met rafels. Met humor als reddingsvest. Met ademruimte en hier en daar een lichte schaafwonde.
Misschien is dat de zoetheid van dit jaar: het hoefde niets te worden. Het mocht er gewoon zijn. Zoals een goed lied dat je niet begrijpt maar ook niet afzet.
En helemaal op het einde staat “Jardin Secret”.
Niet om iets af te sluiten. Maar om iets verborgen te houden. Een geheim. Een onbeantwoorde liefde. Iets wat nooit uitgesproken werd omdat het anders misschien zijn kracht zou verliezen.
Dat nummer is geen slot. Het is een kamer waar ik soms nog binnen ga zonder het licht aan te doen. Waar iets blijft liggen dat nooit gekozen werd maar ook niet verdween. Een gevoel dat nergens heen moest om echt te zijn.
Niet alles is van iedereen.
Niet alles moet gedeeld.
Niet alles wil opgelost.
Sommige liedjes bewaar je omdat ze blijven vragen en nooit antwoorden.

