morgen zou alles beter, zeggen ze, en daar dan op hopen, dagenlang,
terwijl ik ondertussen mijn leven in laatjes verstop en me niet
laat kennen omdat wachten wordt beloond, zeggen ze
er wordt best veel gezegd zo tussen neus en lippen, zo tijdens het gangwandelen
en dan zijn er nog de mogelijke interpretaties van al die aaneengeregen woorden,
de zwaan-kleef-aan gedachten die nooit passen in een notendop
op de dag voor morgen zal ik mijn laatjes legen, mijn penseel oppakken en
een zelfportret verzinnen in eigentijdse kleuren, dit op mijn voorraam plakken,
zo mijn zegjes kenbaar maken aan wie toevallig aan mijn huis voorbijgaat

