John en de Heksen

21 jan 2026 · 32 keer gelezen · 1 keer geliket

Laten we hem John noemen. Hij heet niet John, maar hier volstaat het voor de heer in kwestie.

Eerlijk: soms heb ik een hekel aan hem. Hij stelt vragen die niemand graag krijgt, en hij geniet ervan. Dat irriteert mij mateloos. En net daarom heb ik hem graag.

Op een dag vroeg hij waarom ik geen horror schreef.
“Alles bij u is zo… chiromeisjes-achtig,” zei hij. “Happy endings. Kussen in de sneeuw. De liefde die wint. ‘You don’t put Baby in a corner!’ en hup: iedereen naar huis met warme voeten en een crush op Patrick Swayze, en die is al dood!”

Ik haatte hem op dat moment een beetje. Omwille van dat van Patrick Swayze en ook omdat hij gelijk had en dat is ambetant. 

Chiromeisjes hebben geen messen; wel een alcoholstift en grote roze kauwgum in de zakken van hun korte rok. We schrijven onze namen op T-shirts en armgipsen, niet in mensen.

Als ik dan toch horror zou schrijven — ik zeg als — zou het iets zijn zoals de heksen van Roald Dahl. Niet één heks, maar een hele lobby vol. Een hotel dat naar stofzuigerzakken en zeewater ruikt. Vrouwen die u aankijken alsof ze net beslist hebben wat ze met u gaan doen,
en het antwoord is nooit: thee met melk. Ze dragen nette schoenen, hebben gelakte nagels
en weten perfect hoe ge iemand kunt doen verdwijnen zonder dat ge bloed moet zien.
Zo’n soort kwaad. Onderkoeld, beleefd, systematisch. Het soort dat applaudisseert voor uw ondergang.

Maar misschien bedoelt John dat niet. Misschien wil hij het soort horror waar de soundtrack uit vioolsnaren bestaat en waar het bos altijd te donker is voor het uur van de dag.
Waar niemand ooit het licht aan doet omdat anders de film gedaan is en waar mannen denken dat ze onsterfelijk zijn zolang er ergens nog een kettingzaag in de kelder ligt.

En misschien moet ik mij gewoon afvragen waarom mensen horror kijken.
Is het om demonen te verjagen? Is het om angst te onderzoeken zonder dat iemand echt gewond raakt? Om te voelen dat ons eigen leven eigenlijk beter meevalt dan dat van het meisje dat binnen acht seconden door een heks onthoofd wordt?
Is het om te oefenen in bang zijn? Om de donkere kant van het leven te zien zonder er zelf in te wonen?

Ik versta dat niet. En daarmee leg ik — trefbal-meisjeschirogewijs — de bal alweer in het kamp van John. Niet bij de heksen in de lobby, maar bij de mensen die kijken en denken:
“Maar waarom zoudt ge dat nu willen?” Dat soort horror ga ik niet schrijven, John.

Maar stel dat horror niet per se bloed hoeft te zijn. Stel dat het gevaar veel dichter zit. In iemand die zegt dat hij dringend met u wil praten, maar de telefoon nooit opneemt.
In vrienden die bestonden en dan plots niet meer. Niet boos, niet luid, gewoon weg.
In mensen die sterven zonder spektakel en zonder dat iemand het moment noteerde.

Gemorste koffie, te veel stilte tussen twee zinnen en dingen die in een deuropening blijven hangen maar nooit binnenkomen: dat zijn de kettingzagen en de heksen van alle dag.

En als ge dat allemaal samen duwt —
de beleefde lobbyheksen,
de telefoons die zwijgen,
de verdwijners en de sterfelijkerds —
dan begint het pas echt te schuren.

Dan begint het te spannen.
Niet door bloed, maar door tijd: doorgaan zonder bewijs dat het ooit anders was, leven zonder aftiteling.

Dat, John. Dat is mijn horror.

En het ergste is: ge verlaat de zaal zonder te weten dat het gedaan is.

Geraakt door deze tekst? Maak het hartje rood of deel de woorden met je vrienden.

Zo geef je mee een stem aan de woorden van deze schrijver.

21 jan 2026 · 32 keer gelezen · 1 keer geliket