Ik noem hem Jurgen.
Of Gunther.
Eerlijk: ik weet het niet helemaal zeker.
Ik vraag me al langer af waarom die twee namen zo vaak door elkaar gehaald worden.
Gunther en Jurgen.
Beiden Duits.
Beiden met een u en een n.
Beiden klinken degelijk.
Dat soort degelijk dat niet vraagt hoe het met u gaat
maar wel weet hoe je een WC ontstopt en een hallogeenschijner vervangt.
Maar dus Jurgen. Dat is zachter. En dus beter passend bij hem.
Jurgen draagt een werkmanspak.
Oranje fluo. Niet om gezien te worden maar omdat hij anders niet gezien wordt. Op zijn hoofd een muts met een ingebouwd fietslicht.
Of een wandellicht. Iets praktisch.
Jurgen en ik hebben een gelijkaardige interne klok. We ontmoeten elkaar elke ochtend
wanneer ik naar het werk vertrek. Altijd hetzelfde uur. Altijd dezelfde stoep. We zeggen goedemorgen. Niet groots. Niet enthousiast. Gewoon juist genoeg.
Vandaag sneeuwt het. Veel.
Ik wil op tijd vertrekken en net wanneer ik licht onelegant uitglijd bij het wegleggen van de PMD-zak die gisteren niet werd opgehaald, hoor ik het vertrouwde: ‘Goedemorgen’. Het is Jurgen.
Vandaag praat hij wat meer dan anders. Of hij zich afvraagt of ze vandaag wél gaan uitrijden.
"Gisteren niet, hé", hij schudde zijn hoofd en keek vol overtuiging naar de besneeuwde straat. Nu pas kan ik de link leggen tussen mijn PMD-zak en Jurgen zijn werkplunje.
Ik zeg 'Ah nee' en wijs naar mijn PMD-zak. Dat is een kort gesprek. Maar wel eentje met inhoud. Ik zeg: “Dat zal moeten lukken vandaag, want het gaat meer sneeuwen dan gisteren."
Ik vraag of ze ook meenemen zonder compensatiestickers. Want de zakken zijn duurder geworden. Er moeten stickers op. Die stickers zijn niet beschikbaar. En Dendermonde is collectief in paniek.
Online lees ik meningen. Veel meningen. “Dat ze het expres doen.”
“Dat het schandalig is.”
“Dat iemand “zijn job niet kan”.”
“Dat het vroeger beter was.”
Altijd vroeger.
Iemand roept dat hij zijn afval nu “in Brussel gaat dumpen”.
Iemand anders zweert bij verbranding in de tuin
“zoals mijn grootvader dat deed”.
Er wordt gegoogeld naar wie verantwoordelijk is
en meteen ook naar wie ontslagen mag worden.
Ik lees dat en denk: “Amai, wat een luxe, zoveel verontwaardiging over een zak." Ik heb ook een mening. Maar ik hou die klein. Ik probeer dat toch, met wisselend succes. En ik schrijf ze niet zo snel. Liever het gesproken woord.
Jurgen geeft me een de gelijke uitleg.
“Op de blauwe zakken niet. Op de gele wel. Aan de GFT-bak: ofwel drie stickers ofwel een nieuwe. PMD blijft hetzelfde."
Het is duidelijke taal, zonder hashtags.
Ik ben er, ondanks de sneeuw, vlot geraakt deze morgen. De banen lagen er goed bij. Terwijl ik mijn mailbox open en mezelf verder in de dag sleur, sneeuwt het onophoudelijk.
Ik denk aan Gunther. Nee... Jurgen.
Ik zie hem voor me, bij hem thuis, waar dat ook moge zijn. Warme chocomelk.
Een sciencefictionfilm met een te ingewikkelde titel en een einde waarbij een onbekende planeet net niet gered wordt.
Ik denk aan mensen met meningen.
En aan mezelf, die daar weer iets van vindt.
Maar vooral denk ik: dit is hoe een jaar mag beginnen. Met iemand die gewoon elke dag zijn ronde doet speciaal voor ons (behalve als het echt te fel sneeuwt), lichtje op de muts, uitleg op zak. En dat ik hem stiekem mijn nieuwe vriend mag noemen. En dat ik voor hem maar al te graag een extra compensatiesticker plak
Jurgen.
Of Gunther.
Ik denk Jurgen.
