noodlot stond op wacht
in het circus van illusies
mocht ik de zee mij dan
verzwelgen, eindelijk
in een dode ribbenkast
zat de toekomst vast
op mijn gezicht stond veel
geschreven niets verging
met poëzie uit moedeloze wrakken
onder hemelen te zwaar
vroeg ik aan de stilte
geef mij nog een kans
onder één donker hoedje
speelden ruimte en de tijd
verdwijnen zou elk spoor
zij kenden goed mijn ondergang
ik mankte als een kreupel
zeepaardje ik tolde in een
waterkolk, Copernicus hij
wist zeer goed waarom
de zon hij zonk gelijk een
aambeeld en dat schip
ginds aan de einder
volgt gedwee de maan
in een schoon zilveren
lepeltje, daar voer hij dan
Kapitein Overmoed
ik weet niet wat hij zocht
de tijd de nacht die ruimte
zij rekten aan het lijf
het kleine was te taai
niets zou overgeven
in de vertrekken van die leegte
wachtte er een vrouw
zij bracht mijn ziel tot zinken
vulde al mijn botten
met haar treurnis, nijd
met eeuwig zout
geïnspireerd op 'The Ship Goes Down with the Moon', Makmed the Miller
uit de reeks 'Majnun, het gebrabbel van een gek'