Het regende dat het goot
en ze haalde de kastanjes
uit het vuur
en de bolsters waren zo zuur
Het vriesde dat het kriek
en de krieken waren zoeter dan
de bolsters waren zo zuur
in het vuur
Keek verslagen
naar het zoemen der kastanjes
in het vuur
maar de bolsters waren zo zuur
Telde gelaten
het honderdduizendste uur
sinds de val van nonkel Tuur
(en van de Berlijnse Muur)
Zag het krieken
van de avond
Haalde samen met de krieken
de kastanjes uit het vuur
Nooit was iemand
ooit zo zondig
in zijn allerlaatste uur
als nonkel Tuur
En ze gooide nog wat kolen
op het eeuwenoude vuur
en ze dacht aan haar verleden
(dat lag achterin de schuur)
De wind gierde de wind tierde
en ze baalde van kastanjes
en van bolsters
in het vuur
En de schuur van nonkel Tuur
zag zij kletteren en kraken
en ze kraakte alle krieken
met een kriekenkraker
En ze zuchtte
en toen haalde zij
de kolen uit het vuur
in het honderdduizendste uur
En de kolen met wat krieken
smieken bijna even goed
als de bolsters waren zo zuur
in het vuur van nonkel Tuur
En toen slaapte zij in vrede
in het allerlaatste uur
en al slapend nam zij afscheid
van dat vreselijke vuur