Kiezen is verliezen, zeggen ze. Als dat waar is, wil dat zeggen dat het moment waarop ge beslist eigenlijk een rouwmoment is. Een begrafenis. Een koffietafel voor alle levens die ge niet gaat leiden. Ge staat daar met uw keuze in uw handen terwijl ergens een andere versie van uzelf zachtjes wordt dichtgeschoven.
Ik zie dat voor mij. Dat vage witte tafelpapier. Niet wit, niet proper, niet hoopvol. Met kringen waarvan ge hoopt dat het koffie is maar waarvan ge weet: hier heeft al iemand anders geprobeerd het te begrijpen. De zaal ruikt nog naar het eetfestijn van de voetbal van vorige week. Frituurvet, dweilwater en de restanten van goeie moed.
Er staan pistolees. Met kaas. Met hesp. En ja, er wáren er met préparé. Maar die zijn al weg. Uiteraard. De préparé is voor de mensen die durven. Voor wie niet eerst nog drie scenario’s wil doorrekenen met het universum. Twijfelaars krijgen kaas. Dat is de wet van de vooruitgang.
Daarnaast koffiekoeken. Met rozijnen – wie eet dat vrijwillig? – en die met dat witte glazuur dat blinkt alsof het u persoonlijk uitlacht.
En de koffie: ofwel te straf, ofwel te slap, maar nooit juist. Ik ben een kookmoeke, ik weet dat een perculator een ambacht is. Dat maakt ge met een pakske van een halve kilo, water en veel liefde.
En iedereen knikt dan. Ja. Kiezen is verliezen. Ge pakt iets vast en tegelijk voelt ge wat niet meer zal gebeuren. Het andere werk. De andere liefde. Het parallel universum waarin ge misschien spectaculairder waart.
Maar soms, op dagen dat ik mild ben voor mezelf, denk ik: misschien is kiezen ook winnen. Misschien wint ge rust. Misschien wint ge een plek waar uw jas vanzelf thuishoort. Misschien wint ge het zwijgen van de eeuwige vraag: wat nu weer?
Neem nu het paradijs van de beslissing. Het land zonder twijfel. Uw loon elke maand op tijd, als een golden retriever die aanbelt met zijn staart in overdrive en zegt: ik ben hier en ik blijf.
Zoiets als werken bij een FOD.
En ik meen dit oprecht: daar heb ik bewondering voor. Dat ge kunt zeggen: dit is goed. Dit is genoeg. Dat ge vertrouwen hebt in procedures zoals andere mensen vertrouwen hebben in sterrenbeelden. Wat moet dat zalig zijn, een hoofd dat niet elke ochtend denkt: vandaag zou ik ook kunnen verdwijnen en iemand anders worden.
Ge hebt daar badgekes. Vergaderingen met water in kannen. Mensen die “goeie vraag” zeggen en het menen. Mensen die Excel openen zoals ge een raam openzet: om lucht te maken.
En één keer per jaar gaan de remmen los. Dan komen de post-its. Fluo tegen de muur. Er wordt buiten de box gedacht, maar veilig, met catering.
In de lente is er teambuilding. Touwen. Vertrouwen. Een facilitator die vraagt wat verbinding vandaag met u doet. En tien keer zegt iemand: zot van ons, hè.
En ze hebben gelijk. Het is schoon. Mensen die samen blijven. Die niet voortdurend denken dat het leven hen ergens anders verwacht.
Ik kijk daarnaar en iets in mij ontspant. Zie hoe volwassen. Zie hoe geruststellend. Zie hoe niemand hier plots naar Peru vertrekt omdat een liedje dat suggereert. En tegelijk begint er iets in mij te roepen. Want ik weet: zet mij daar neer en ik ben binnen de maand verliefd op een nooduitgang. Dan zie ik een raam en denk ik: wat als daar betere dialogen liggen? Dan voelt geluk zo definitief dat ik er bijna allergisch aan word.
Dat is mijn talent. Ontroerd raken door zekerheid en tegelijk mijn loopschoenen zoeken.
Dus ik kies niet. Ik hou alles open. Voor passie. Voor toeval. Voor het grote moment waarop iemand mij bij mijn kraag grijpt en zegt: gij daar, nu. Ik noem dat vrijheid. Dat klinkt beter dan besluiteloosheid.
Alleen heeft vrijheid een marketingprobleem. Want vaak betekent het dat ge aan de kant staat terwijl anderen hun meubels al hebben gezet. Zij weten bij wie ze horen als het donker wordt. Zij hebben gewoontes die hen terugroepen.
Ik zeg dat ik blij ben met mijn mogelijkheden. En dat is waar. Maar sommige nachten is mijn bed zo groot dat het een landkaart wordt. Ge draait u om en botst op karakterontwikkeling. Ge steekt uw arm uit en vindt persoonlijk groeipotentieel. Fantastisch gezelschap. Soms overweeg ik om er entree voor te vragen.
En dan denk ik aan Margot van den bakker. Met Mike. Sinds haar vijftiende. Ze zijn samen dikker geworden, rustiger, minder verbaasd. Hun liefde zit waarschijnlijk in praktische afspraken en gedeelde boodschappen. Maar zij moet nooit alleen wakker worden in haar gekozen leven. Nooit dat moment waarop ge denkt: ah ja. Ik ben het weer. Ik en mijn schitterende opties. Ik zie hen wandelen. Niet romantisch. Gewoon onafwendbaar. Er is altijd iemand naast haar.
En ik sta daar met mijn vrijheid als een dieet waarvan ik hoop dat iemand het bewondert.
Dus wie kiest er uiteindelijk voor mij? Niemand.
En misschien is dát het echte verliezen. Dat ge zo lang wacht op het juiste moment, tot ge beseft dat de durvers al terug aan de toog staan. Dat de toekomst verdeeld is. Dat de préparé al jaren op is. En dat iemand vriendelijk zegt: er is nog kaas.
En dat ge zelfs dan nog vraagt of ge misschien eerst eens moogt proeven.
Terwijl ge diep vanbinnen weet dat ge lactose-intolerant zijt voor beslissingen

