in de lade
van de chocolade
zaten nootjes
stelt zo weinig voor, mijn schat
dat voel ik ook
tot je de kleilippen
van mijn kippen
hoort vertellen
over lelies en die lelletjes
waarvan de tuinkabouter droomt
straks dan zoemt de zon voorbij
er is dat ozongat en een
gazon voor groene mollen
er zit nog altijd chocolade
in mijn oor omdat de lade
zich gesloten hield
waarom streel je mijn
kastanjes, liefste
vroeg de boom om een omhelzing
wil een bruisend hart
je kersenpit verwennen
verklaren zielen zich onschuldig
wanneer de zon weer zoent
mag ik in de stralen knijpen
tot de einder smelt
iemand toch die sleutel vindt
blijf maar in je holletje
jij droeve mol
de kleikippen
ze pikken
net iets harder
zomaar door het dak
ze breken alle pannen
terracotta tegels
omdat
in de kelder
lekker maanlicht wacht
uit de reeks 'Foute titelatuur'
