op dagen dat je jezelf zo duimklein denkt dat je
alleen nog opgemerkt wordt door mensen met
enig fingerspitzengefühl kun je maar beter je
binnenbanden oppompen om niet het hele eind
door je dag te hoeven rupspoteren, je wilt voor
het vallen van de nacht nog ergens aankomen
waar huiselijk geluk gaande is.
er moet een manier zijn om jezelf groot te
denken zonder er duimendik bovenop te gaan
liggen, in sprookjes lijkt het zo eenvoudig, je
steelt een paar laarzen van een reus en je bent in
grote stappen snel thuis, tenminste als je niet
mijlenver afdwaalt omdat je nog niet weet welke
richting je op wilt met je dag.
je wilt geen denkfouten maken en jezelf niet
groter maken dan je bent, grootheid wordt
bovendien vaak in één adem genoemd met
waanzin en het stelt je toch wel gerust dat veel
mensen op de kleintjes letten, er wordt gezegd
dat vele kleintjes een grote maken, zo kun je het
ook nog eens bekijken.
er zit dus niks anders op dan te gaan sparen, met
munten kunnen torens gebouwd, als je ze handig
stapelt kun je erop klimmen om je binnenstad te
overzien en misschien, als je het lef hebt en er
iemand is die voor je wil duimen, een
reuzensprong te wagen naar iets dat
groter dan jezelf.
afbeelding: Front cover of Tummeliten published 1899, bron: Wikipedia

